Parttime Feministes
Door de man van, Driekus Vierkant

wie de broek past trekke hem aan
wie de broek past trekke hem aan

Het was een natte donkere decemberavond in de jaren ’70. Kleine zevenjarige Driekusje zat met fris gewassen haren in zijn schone berenpyjama nog even met Meccano aan de eettafel te spelen, onder de felle foeilelijke hanglamp. Zo’n keramieken geval met zo’n koperen punt waar je altijd je hoofd aan stootte. Zijn Moe had naast Meccano ook wel poppen voor Driekus geregeld, want zo was Moe: Moe was zelfverklaard feminist. Kinderen moesten volgens haar zo neutraal mogelijk worden opgevoed. Maar ja, Driekus vond Meccano en Lego en auto’s gewoon echt veel leuker. Moe zag het met lede ogen aan. Dat gepruts met techniek en met trekkertjes en cowboytje en riddertje en astronautje spelen. Dit mannetje bleek niet te breken. Het zat er gewoon in. In zijn DNA. Dat man-zijn. Was dat even een tegenvaller voor Het Feminisme. Dat cultuur toch bar weinig invloed had op het verschil tussen mannen en vrouwen.

Het bezoek druppelde binnen. Forse vrouwen. Feministische vriendinnen van Moe. Pa was het huis uit gevlucht. Niet dat hij een keuze had want Moe had de broek aan. Net als die andere vrouwen thuis. Wat een enge vrouwen. Manwijven. Stoer. Ja. Verbaal. Ja. Zelfstandig. Ja. Net mannen eigenlijk. Maar dan toch weer helemaal niet. Want mannen waren met een potje bier gaan lachen en moppen vertellen, en hadden gepraat over hun plannen en over hoe ze problemen aan willen pakken, en ze hadden een mooie avond gehad. Nee, hier zaten ze. In een kringetje in de voorkamer. Allemaal chagrijnig aan een kopje thee met een biscuitje en stiekem nog een biscuitje. En nog een. Het ging deze avond over Het Feminisme en Het Probleem Mannen en hoe achtergesteld vrouwen wel niet waren. Driekusje probeerde zich te concentreren op zijn Meccano. Maar het gesprek was niet te negeren. Opmerkingen zoals. “Mannen zijn slecht, allemaal”. “Mannen zijn overheersers en de vrouwen moeten maar eens aan de macht komen”. “Ja dan zou er ook geen oorlog meer in de wereld zijn”.

Driekusje vond het niet meer dan normaal dat je mannen en vrouwen gelijkwaardig behandelt. Dat kon je Moe meegeven, dat ze dit bij de opvoeding er goed in peperde. Niet dat het nodig was. Driekusje was van nature al gewoon een lief kereltje. Waarom zou je je beter moeten voelen dan een ander. Het gaat niet om wat je bent maar om wie je bent. Open staan voor anderen, en mensen beoordelen op hun merites. Niet dat Driekusje dat woord toen al kende, maar dat besef, het zat er toen al in. Tegelijkertijd had Driekusje ook wel door dat mannen en vrouwen echt niet gelijk zijn. Opa bijvoorbeeld. Als opoe weer eens zat te roddelen en te kwezelen tijdens een verjaardagsfeestje, draaide opa zijn gehoorapparaat stiekem dicht en knipoogde dan naar Driekus. Om vervolgens te zuchten en met een glimlach uit het raam te staren. Wat een rust. Het ging wel eens mis. Dan draaide hij het lelijke huidkleurige apparaat aan zijn enorme oor per ongeluk juist open, met een rondzingende pieeeeeeep en een verschrikt gezicht als gevolg. Opoe zond dodelijke blikken naar hem en vervolgde haar roddelgesprek met de buurvrouwen en tantes. En maar klagen over haar bloeddruk terwijl ze de ene vreselijk zoute metworst na de andere achter in haar niet met praten te stoppen kakelende keel drukte. Het was afwachten tot het moment dat de ooms en buurmannen zich zo verveelden dat ze de keuken opzochten. Een voor een slopen ze weg bij dit kippenhok waarbij je wist dat tante A de aangetrouwde tante B een secreet vond, en samen roddelden over de buurvrouw. Zuigen. Zeuren. Klagen. Ja, bier en hapjes en mannen onder elkaar. Als er dan eens een akkefietje tussen die mannen was, dan was dat na een biertje gewoon weer geregeld. Driekusje vond zulke toneelstukjes allemaal prachtig. Nee, joh, vrouwen. Man man man, wat een drama om niets soms. Elkaar gelijkwaardig behandelen is het uitgangspunt, maar wat maken ze het je soms moeilijk.

Driekusje bouwde nog aan zijn Meccano brandweerauto, toen die priemende vinger kwam. Naar Driekusje. Van één van die feministische manwijven. “Ja ook hij, hij gaat later ook vrouwen onderdrukken! Hij zal geen haar beter zijn!”, bulderde het vreselijke mens, terwijl ze met haar lelijke dikke vinger naar Driekusje wees. Dit vreselijke mens haalde het in haar botte, domme, hatende irreële hoofd om een kind te beschuldigen. Een zware beschuldiging, want je oprechtheid wordt in twijfel gebracht. Wat heeft Driekusje haar ooit aangedaan? Niets natuurlijk. En alle kenau’s stemden in. En het ergste was. Moe zweeg. Moe greep niet in. Moe kwam niet voor Driekusje op. Dat was het moment dat dat jonge scharminkelige Driekusje, daar in zijn berenpyjamaatje, met zijn natte gekamde haartjes zich realiseerde: ik ben fatsoenlijker, stabieler en slimmer dan al deze vrouwen bij elkaar. Inclusief Moe. Zeven jaar is te jong om je dat te moeten realiseren.

Inmiddels is Driekus een stevige volwassen boer. Selfmade, helemaal zijn eigen broccoliboerderij opgezet. Het is niet niks. Nee dat was hard werken en dat is het nog steeds. Wat Driekus opvalt is hoe weinig vrouwen kiezen voor het mooie agrarische vak. En het valt op hoe weinig vrouwen kiezen voor het vak van ondernemer in het algemeen. Maar ze hebben het wel steeds over dat glazen plafond. Dat er een soort van culturele samenzwering van mannen is, niet alleen machtige mannen, nee alle mannen, die vrouwen geen gelijke positie of gelijk inkomen gunnen. Als dat zo is, is dat echt vreselijk. Want Driekus voelt zich dan ernstig buitengesloten door al die mannen. Nog nooit is Driekus namelijk benaderd door mannen die Driekus influisterden: “psst hee Driekus, je helpt toch wel mee die vrouwen een beetje klein te houden toch?”. En dat terwijl Driekus toch best een vooraanstaande heerenboer is. Het kan natuurlijk zijn dat het veel onderhuidser zit, dat het onbewust gebeurt dat mannen vrouwen minder gunnen. Ik ken oprecht geen man die zich dat niet regelmatig heeft afgevraagd en vervolgens niets anders heeft kunnen concluderen dat hij zich daar niet in herkent.

Integendeel, waren er maar meer vrouwen aan de top. Dat zou juist verfrissend zijn. Want vrouwen hebben kwaliteiten die mannen niet hebben, en een goede mix van vrouwen en mannen in een bedrijf zou zo’n bedrijf geen windeieren leggen. Maar dan vraag ik je: waarom zijn er zo weinig vrouwen ondernemer? En als ze het zijn, waarom zijn het doorgaans (nee we willen niet generaliseren) dan van die potige manwijven? Als een vrouw zich meldt bij de KvK, zeggen ze dan: “uhhh oei een vrouw? Dat is bijzonder, ik ga even bij de chef vragen of u zich wel mag inschrijven”. Nee natuurlijk niet. En bij de belastingdienst, als je een BTW nummer aanvraagt, wordt die dan geweigerd omdat je een vrouw bent? Nee zeg wat een onzin. Ok, bij een bank dan, als je een businessplan opstuurt, word je dan geweigerd, of maak je minder kans? Sorry, een financier kijkt gewoon naar hoe degelijk het plan is, en hoe ondernemend jij bent. Niet of je een vrouw bent. En stel dat je heel modern een webwinkel begint: zeggen bezoekers die op die site iets willen kopen dan “hee wat een leuke producten, maar ik ga eerst even op LinkedIn checken of dat bedrijf vrouwen in de top heeft, want anders koop ik er niet”? Tou eem. Nee. Er moet een betere verklaring zijn.

Overigens, op dit moment studeren er meer vrouwen dan mannen, en verdienen jonge vrouwen meer dan mannen. Hoor je mannen nu klagen over een glazen plafond en eisen ze dat mannen met voorkeursbeleid moeten worden aangenomen? Zijn er al kamervragen over gesteld? Is er al een wet voor aangenomen? Nee zeg. Doe normaal. Sowieso die hele positieve discriminatie. Dat moet je echt niet willen. Positieve discriminatie is ook discriminatie. Je wil altijd The Best Man For the Job m/v. Stel dat je door positieve discriminatie wordt aangesteld. Dan heb je toch totaal geen mandaat bij je collega’s. Nee je bent De Excuustruus. Je zit er omdat je een vrouw bent. Niet om wat je kan. Hoe erg is dat. Ik zou dat weigeren. Je bent beter dan dat. Stel dat je uit doorgeslagen correctheid noodgedwongen mensen in de top van een bedrijf plaatst die het eigenlijk niet kunnen, die daardoor in burnouts terecht komen. Wat heb je daar aan.

Driekus, en ook dat mag je Moe meegeven, heeft geleerd dat je problemen altijd bij je zelf moet zoeken. En dat je problemen in perspectief moet zetten. Vrouwen doen namelijk helemaal niet onder voor mannen. Vrouwen zijn geweldig. We zitten in de top waar het gaat om het gelijkwaardig behandelen van mannen en vrouwen. Het sleutelwoord ligt hem in KANSEN. Als vrouw heb je alle kansen. Waar anders dan in Nederland heb je als vrouw alle kansen. Niemand let je. En toch pakken velen die kans niet. Kijk, bij kansen zitten namelijk ook risico’s. En op de een of andere manier hebben mannen meer lef. Noem het domheid, dat mannen soms zomaar in een avontuur springen, maar het heeft wel iets stoers. Mannen hebben op de een of andere manier de neiging om risico’s te onderschatten. Soms ook met hilarische en vervelende gevolgen van dien. En soms ook met grote successen als gevolg. Vrouwen hebben toch meer de neiging om alle risico’s eerst in kaart te brengen. Als Driekusje een heuvel had gemaakt om met zijn skelter over een sloot te springen riep Moe “niet doen Driekusje, dat is gevaarlijk!”. En het ging uiteraard mis. En Pa stond te bulderen van het lachen. En Driekusje ook, stinkend naar drek. Maar wat een avontuur.

Het is niet alleen lef en risico nemen. Het is ook hard werken. Nederland loopt zwaar achterop met vrouwen die fulltime werken. Als je wat wil bereiken, moet je er wel wat voor over hebben. Het is je eigen keuze om parttime te werken. Als anderen wel fulltime werken, verdienen ze meer, hebben ze meer invloed, bereiken ze meer. Driekus deed laatst een poll onder vrouwen. De vraag was: ben jij bereid full-time te gaan werken als je partner part-time wil werken? De meerderheid van de vrouwen zei “nee”. Ja zo hou je dit zelf in stand he. Parttime-feministes noem ik ze. Luie vrouwen.

Driekus werd laatst beschuldigd van bodyshaming. Door een vrouw. Driekus zou dikke vrouwen belachelijk maken. Ja. dat klopt. Driekus maakt namelijk iedereen belachelijk. Eigenlijk maakt iedereen zichzelf belachelijk en houdt Driekus alleen maar een spiegel voor. Boos worden op je eigen spiegelbeeld, op wie ben je dan boos? Als Driekus plaagt, betekent het niet dat Driekus meent wat hij schrijft. We leggen hooguit iets bloot. Iets dat onderhuids (NEE NU HEBBEN WE HET EENS NIET OVER SPEK) bij zowel vermeende slachtoffers als vermeende daders zweert, en Driekus prikt daar dan graag in. Vragen stellen die niet gesteld mogen worden. Taboes en stigma’s zijn dom want ze smoren elke discussie. En alleen dankzij discussie kom je verder met elkaar. Goed, bodyshaming dus. Ja Driekus is nogal een typetje. Met zijn odes aan artistieke foto’s met daarin zelfbewuste zelfstandige sensuele aantrekkelijke #luievrouwen.

Op de een of andere manier zijn vrouwen ernstig gevoelig als het gaat om hun lichaam. Even generaliserend, maar met een kern van waarheid: mannen overschatten hun kippenborstje en vinden zich al snel een gespierde Rambo. Vrouwen onderschatten hun weelderige rondingen met hun onnodig negatieve zelfbeeld. We hebben nog nooit een man horen protesteren tegen gespierde sixpack modellen in reclames en op tv, dat het hun zelfbeeld aan zou tasten. Vrouwen des te over. Er zijn van die mannen die onzeker zijn over de lengte van hun geslachtsdeel. Daar wordt dan lacherig een meesmuilend over gedaan. Met name door vrouwen. Dat is maatschappelijk dan blijkbaar wel toegestaan? En opmerkingen maken over spek niet? Vraag mannen of ze liever een slanke hardbody vrouw hebben, of een vrouw met weelderige rondingen, en je krijgt een gemengd antwoord. Nee erg dikke vrouwen hebben mannen doorgaans liever niet. Kijk tegelijkertijd even rond op datingapps en vraag het vrouwen: vind je het belangrijk dat een man langer is dan jij en het overgrote deel zegt: dat moet. Ook in polls die Driekus hield wordt dit beeld bevestigd. Je kan nog zo’n leuke kerel zijn, stoer, slim, knap, sexy, liefdevol, begrijpend luisterend, met aanzien, macht en alles: als je kleiner bent, leg je het af. Het is de eerste selectie die een vrouw doet: je lengte. Over bodyshaming gesproken. Knetterharde afwijzing op wat je bent, niet wie je bent. En weet je wat nu zo bijzonder is? Een mens heeft geen invloed op lengte, maar wel op de spekvoorraad. Elk pondje gaat immers door het mondje.

Vrouwen vinden het vreselijk hoe mannen zich tegenover hen gedragen. En Driekus is het hier met de vrouwen eens. Vrouwen kunnen lekker en mooi en gekmakend aantrekkelijk zijn. Lustopwekkend. Over elke vrouw wordt gefantaseerd. Ranzige fantasieën. Maar mannen, behandel vrouwen met respect. Nee is nee. Blijf van ze af. Handen thuis. Eigenlijk zou je mannen die zich niet kunnen gedragen eens een paar maanden lang moeten laten lastigvallen door opdringerige hitsige homo’s. Vieze appjes. Een hand waar hij niet hoort. Pssst opmerkingen terwijl je gewoon naar huis fietst. Stalken die kerels, tot huilens toe.

Hoe komt het toch dat mannen zo op vrouwen jagen? Nou ook mede omdat vrouwen zelf nauwelijks jagen en deze ongelijkwaardige situatie mede in stand houden. Vraag vrouwen of ze zelf versieren, of versierd willen worden, en het antwoord is zwaar doorslaggevend: de man moet initiatief nemen en me overhalen. De prins op het witte paard die je uit je simpele bestaan ontvoert naar zijn kasteel en je de rest van je leven aandacht, liefde en welvaart brengt. Ja lekker gelijkwaardig, met je zoete roze Disneydroom. Je bent geen zeven jaar meer, meisje. En dan willen we het ook nog even hebben over wederzijds respect. Mannen onder elkaar zijn erg. Vrouwen worden als lustobject besproken. Vaak opscheppend, een beetje male bonding. Trump met zijn groping bijvoorbeeld. Het is niet goed. Maar vraag vrouwen eens welke details zij met hun vriendinnen delen over hun dates en partner. Vraag eens of je hun appgroepjes mag lezen. De details die daarin over mannen, hun lichamelijke kenmerken, hun bedprestaties worden gedeeld, wat daar allemaal wordt gezegd, het is totaal respectloos naar mannen. Dat is blijkbaar maatschappelijk wel geaccepteerd?

Gelijkwaardigheid en wederzijds respect, het blijft moeilijk. En hoe het afliep met Driekusje en de Negen Trollen, daar op die donkere regenachtige decemberavond? Driekusje had tranen in zijn ogen, van oprechte gekwetstheid, liep naar ze toe en riep: “het verbaast me niks dat jullie niet serieus worden genomen!” (destijds nog zonder enige seksuele bijbedoelingen hahaha) en stampte boos weg.

Go girls go. Wees onafhankelijk. En mannen en vrouwen, heb respect. Drie Kusjes, op jullie bolle billen, dikkerdjes! Ik ga shoarma eten, even investeren in mijn eigen omvangrijkheid.

Zwarte Pieten
door roetveeg-in-zijn-onderboxem Driekus

Stel. Je wordt gediscrimineerd. Je bent donker en mensen schelden je uit voor Zwarte Piet. Is dat leuk? Nee. Dat is niet leuk. En niet ok.

nu oeweet je oewat ik oewil van sinterklaas
nu oeweet je oewat ik oewil van sinterklaas

Keuze?
Je kan zoveel op mensen aan te merken hebben: op hun gedrag, op hun denken, op hoe ze handelen, ja zelfs op hoe dik ze zijn en welke religie of levensovertuiging ze aanhangen. Want dat alles is een keuze. Je huidskleur is echter geen keuze. Je lengte niet, je haarkleur niet. Je geslacht niet, je seksuele voorkeur niet. Het zegt ook niets over wie iemand is. Of iemand een goed mens is of niet, je kan het er gewoon niet aan afleiden.

Stigma’s zijn een beetje waar
Mensen zitten helaas vol met stigma’s. Stigma’s ontstaan niet vanzelf. Vaak zijn die stigma’s op een kern van waarheid gebaseerd. Soms zelfs wetenschappelijk aangetoond. Bijvoorbeeld dat mensen met Aziatische genen gemiddeld een hoger IQ hebben, en mensen met Afrikaanse genen weer iets lager. Gemiddeld. Andere stigma’s zijn meer cultureel bepaald. Een dialect bijvoorbeeld. Een boer die plat Gronings praat wordt vaak niet serieus genomen, ook al is het een best wel slimme kerel.

Stigma’s zijn vaak overdrijvingen
Zo van: “alle Marokkanen zijn crimineel, alle Negers zijn dom, alle Moslims willen je opblazen, alle ambtenaren zijn lui, alle Chinezen eten kat, alle PVV-ers zijn racistische tokkies, alle Friezen zijn stugge stijfnekken (ok deze is echt waar), alle vrouwen zijn lui en willen een man met geld en aanzien, alle mannen zijn hetzelfde, alle gereformeerden zijn hypocriet, alle SP-ers zijn luie uitkeringstrekkers, alle politici zijn onbetrouwbaar, alle witte mannen hebben een white male privilege, alle ondernemers zijn geldwolven, alle kinderen stinken”, enzovoorts, et cetera. Iedereen, allemaal, altijd.

Ironie, satire, parodie
Tegenover stigma’s staan taboes. Taboes zijn veel erger dan stigma’s. Wij bij Driekus vinden het erg grappig en zelfs zinvol om deze stigma’s uit te vergroten en taboes te doorbreken. Want taboes verstikken elke discussie. Noem het ironie, noem het satire, noem het parodie. Vergroot het uit en je laat zowel de gestigmatiseerde alsook de stigmatiserende zien hoe dom ze eigenlijk bezig zijn. We houden ze de spiegel voor en als ze dan boos worden, is dat op hun eigen spiegelbeeld. Hehehe, hoe ironisch.

Schelden doet geen pijn, leer met feedback omgaan
Aan de ene kant zeggen we: neem het niet zo serieus. En heb een dikke huid. Met je huilie huilie. Iemand duidelijk maken wat we van je gedrag en houding en handelen vinden is onderdeel van de Nederlandse cultuur. Grappen maken om anderen ook. Voel je niet direct zo gekwetst. Schelden doet geen pijn. Ga niet dwepen met je slachtofferrol, want dan neemt niemand je meer serieus. Weerbaarheid is belangrijk. Neem het niet zo serieus, zeker zolang de intentie niet is om je te kwetsen, want vaak is het om je een spiegel voor te houden. Je kan er namelijk ontzettend van leren. Je leert er namelijk beter van naar jezelf kijken, naar je eigen gedrag, naar je rol en je houding in de maatschappij.

Tolerantie
Aan de andere kant: als iemand er op uit is om je te beperken in wie je bent, om wie je kiest te zijn, en je daarom haat: pak ze aan. Snoeihard. Accepteer het niet. In een moderne samenleving moet ruimte zijn voor originele, afwijkende mensen. Je moet kunnen zijn wie je bent. Dat is tolerantie. En die tolerantie werkt altijd twee kanten op. Overigens vinden we dat tolerant beschaafder klinkt dat het is. In Nederland is het eigenlijk ignorantie: het interesseert me niet wat jij doet, met je rare afwijkingen, als je mij ook met rust laat, met mijn afwijkingen. Zolang al die afwijkingen niet hard botsen, is er prima samen te leven. Accepteer haat niet. Tolereer haat niet.

Waar ligt de grens?
Voel je je gekwetst? Je gevoelens zijn altijd jouw probleem. Ook al roept een ander die gevoelens bij jou op. Jij hebt met die gevoelens te dealen. Een volwassen mens dealt zelf met zijn/haar gevoelens. Weet je wel zeker of die ander jou bewust wil kwetsen? Misschien is dat wel jouw perceptie, maar geheel niet de intentie van de ander. Vraag het. Neem het niet aan. En als de ander wel de intentie heeft om je te kwetsen, is dat dan om een snaar bij je te raken, om je een spiegel voor te houden, of komt het voort uit onwetendheid, uit stigma’s, uit haat? En hoe reageer jij dan? Ben je mentaal dan zo zwak dat je dan met de intentie om te kwetsen reageert? Met haat? Ga je dan terug zwarte pieten? Wat schiet je daar mee op, denk je? Is het niet beter om het gesprek aan te gaan? Vragen wat de ander dwars zit. Vooroordelen weghalen. Stigma’s weghalen.

Zwarte Piet is onschuldig
En zie hier de kern waar het misgaat rond Zwarte Piet. Miljoenen kinderen en volwassenen vieren een onschuldig, folkloristisch kinderfeest. Voor hen allen is het Sinterklaasfeest een vrolijk, liefdevol feest. Die grappige, ondeugende, dollende Zwarte Piet hoort daarbij. Deze kinderen en volwassenen hebben geen enkele intentie om wie dan ook te stigmatiseren, te discrimineren, te kwetsen. Zwarte Piet heeft nog nooit iemand willen kwetsen. Zwarte Piet is geen racist. Zwarte Piet is onschuldig.

Wat als je wordt gediscrimineerd
Iedereen is wel eens slachtoffer van discriminatie. Iedereen is namelijk een minderheid. En iedereen wordt wel eens gestigmatiseerd. Benadeeld. Uitgescholden. Of krijgt te maken met haat. Zelfs geweld. Zelfs een white male privileged boer uit Kiel-Windeweer, met zijn Groninger accent overkomt dit. We are all minorities. Stel dat je als minder-reflecterend-medemens wordt gepest en uitgescholden voor Zwarte Piet, wat doe je dan? Is dit discriminatie? Ja. En je hebt een paar keuzes:

1) De zelfverzekerde Nederlander keuze: Schelden doet geen pijn, je haalt je schouders op en denkt yeah right, domme loser, zak jij ff lekker weg met je bekrompen hoofd.  Er is geen probleem.

2) De intelligente Nederlander keuze: Je gaat het gesprek met deze persoon aan. Je vraagt rustig welk probleem deze persoon met je heeft. Als blijkt dat het een grap was, zonder je te willen kwetsen: er is geen probleem. Als het een simpele hater is: geef aan dat het je kwetst. De meeste mensen draaien wel bij. Er is geen probleem. Ja en dan heb je nog een groep echte haters waar geen normaal gesprek mee mogelijk is. Doe aangifte. Van hun bedreigingen. Van hun laster. Van hun racisme. Van hun geweld.

3) De zogenaamd politiek correcte maar verzuurd en hatende Nederlander keuze: Je geeft niet de hater maar Zwarte Piet de schuld. De verkeerde! Een onschuldige. Een niet bestaand figuur. Zwarte Piet heeft nog nooit iemand beledigd. Zwarte Piet is geen racist. En je maakt vervolgens alle onschuldige, oprechte kindjes en hun moeder onterecht uit voor racist, een van de zwaarste beschuldigingen die we kennen in onze samenleving. Mensen onterecht uitmaken voor racist, smoort elke mogelijkheid tot discussie. Kindjes zijn geen racist. Mensen die het Sint en Piet feest vieren discrimineren jou niet. Alleen de domme sukkel die jou discrimineert, die moet je hebben. Je polariseert dusdanig, je begint een haatcampagne, en wat verwacht je dan terug? Je vraagt niet of je aanname klopt dat mensen die Zwarte Piet leuk vinden misschien racistisch zijn. Nee je neemt het aan. Je maakt er een stelling van. Je maakt er zelfs een beschuldiging van. Zwarte Piet = racisme en als je het niet met me eens bent, ben je een white privileged racist. Zwarte Piet en iedereen die het aanhangt moet gelyncht! En alleen omdat hij zwart is. Wie is hier nu de racist? Je zaait haat. Je smoort zo elke mogelijkheid tot debat. Je spuit je gif in de samenleving. Some men just want to watch the world burn. Met je politieke correctheid. Met je moral high fatsoenlijke laag make-up, die je diepe onderhuidse haat niet kan verbergen. Je smoort elke discussie. En laat dat nu net de basis zijn voor een samenleving. Niemand neemt je meer serieus. Niemand kan meer normaal met je praten. Je wil niet eens praten. Je wil niet eens een oplossing. Mensen die valselijk worden beschuldigd worden boos, en komen in opstand. Het gevolg is dat een onschuldig kinderfeestje zo is ontspoord dat haters van beide kampen met geweld dreigen en er meer agenten dan vrolijke pietjes op wat een kinderfeestje zou moeten zijn rondlopen.

Stop met Zwarte Pieten.
Shame on you. Shame on you! Alle kampen. En daarmee bedoelen we dus niet alleen de domme negers (satire mensen) die alsmaar racisme roepen, maar ook de zogenaamd politiek correcte maar in feite hatende en hondsonbetrouwbare fatsoensrakkers van de PvdA, D66, GroenLinks  (satire mensen) die in die racismeroeptoeter meeblazen en niet onderdoen voor een stelletje haat zaaiende KKK’s, ook de racistische tokkies van de SP en PVV (satire mensen) die eens op moeten houden met hun haat, dreigingen en geweld, en alle journalisten en media die deze haters nog een podium geven in hun kolommen of zendtijd. Shame. On. You. Allemaal.

Zo en dan gaan we nu even Friezen uitlachen om hun spraakgebrek.

Drie Negerzoenen.

 

 

*update*

Driekus tweette naar aanstichter Quincy Gario dat er een spiegel in zijn schoen zat. Gario ging uiteraard volledig emotioneel stabiel en op intellectueel niveau het debat aan:

Some men just want to watch the world burn
Some men just want to watch the world burn

 

Veiligheid = Privacy
Door de bij de staat, politie, opsporingsdiensten, fiscus, Google en Facebook volledig onbekende Driekus Vierkant

Stel, er staat iemand op een podium te oreren: “Wilt u meer of minder veiligheid?” “Meer!”, scandeert u natuurlijk. Niemand is voor minder veiligheid. Maar dan komt de ogenschijnlijk onvermijdelijke consequentie: u zult dan wel moeten inleveren op uw privacy: immers, zo is de stelling: als we criminelen en terroristen niet kunnen volgen, kunnen we de veiligheid niet garanderen. Om ze te kunnen volgen, zullen we iedereen moeten kunnen volgen, zo redeneert men. De discussie over veiligheid en privacy wordt tegenwoordig gevoerd alsof het elkaars tegengestelden zijn: “Oh u wilt meer privacy? Terroristen blazen je op hoor!”. “Zonder grote digitale sleepnetten kunnen we terroristen en criminelen niet opsporen!”. Deze tegenstelling tussen privacy en veiligheid is klinkklare, populistische onzin. Integendeel zelfs: meer privacy = meer veiligheid. Dat gaan we u uitleggen:

Veiligheid
Iedereen wil veilig leven. Niemand ziet zijn geliefde graag opgeblazen door een extremistische malloot. Niemand wil dat zijn kind wordt doodgereden door een alcoholist. Niemand wil bedreigd, opgelicht, verkracht, geslagen of gechanteerd worden. Iedereen wil beschermd zijn. Iedereen wil in een vrij, democratisch land kunnen leven, waarbij je van een eerlijke rechtsgang bent verzekerd. Waar je veilig jezelf kan zijn, ook als minderheid, juist als minderheid. Niemand wil dat een ander zich mengt in zijn persoonlijke levenssfeer. Niemand wil dat informatie over jou tegen je wordt gebruikt.

Veiligheid is meer dan alleen voorkomen van geweld of criminaliteit
Zoals je hierboven al leest, is veiligheid een veel breder begrip dan alleen maar het voorkomen van geweld of criminaliteit. En daar gaat het mis in de discussie over veiligheid versus privacy. De overheid ziet het terecht als haar kerntaak om de veiligheid van burgers te waarborgen, maar focust bovenal op het voorkomen van terrorisme en criminaliteit, vaak ten koste van privacy. En dat is raar. Want privacy is een essentieel, onvervreemdbaar onderdeel van je veiligheid, zeker in deze tijd van internet en social media, waarin een steeds groter deel van je leven zich digitaal afspeelt: mensen interacteren tegenwoordig vaak zelfs meer digitaal dan persoonlijk. Al je communicatie, transacties en bewegingen, zowel online als in de publieke ruimte worden bovendien ongemerkt vastgelegd: waar je betaalt, met wie je belt, met wie je appt, via camera’s, wifi-tracking, via welke trein je reist en waar je auto en je telefoon zijn: jouw leven speelt zich inmiddels af in honderden databases, van zowel bedrijven als overheden.

Privacy = Veiligheid
Om enkele voorbeelden van privacy = veiligheid te noemen: Je wil niet gechanteerd worden met een pikante tekst of foto die je naar iemand anders stuurde. Je wil niet dat jouw identiteit wordt misbruikt waarmee men credit cards, paspoorten, leningen en telefoonrekeningen regelt, of waarmee criminele of terroristische activiteiten uit jouw naam kunnen worden ontplooid. Je wil niet dat je computer of je bestanden digitaal worden gegijzeld en je losgeld moet betalen. Je wil niet dat medische gegevens in verkeerde handen komen. Niemand hoeft iets te weten over je seksuele geaardheid, je financiën, je relatienetwerk, je levensovertuiging, of wat dan ook. Niemand hoeft te weten waar jij bent geweest. Je wil niet dat je geld van je digitale bankrekeningen wordt geplunderd. Je wil niet dat gegevens die je nu bewust of onbewust en vaak te goeder trouw afstaat, later door hen of door een ander tegen je worden misbruikt. Je wil niet dat partijen zonder jouw medeweten gegevens met elkaar uitwisselen en samenvoegen, om ze vervolgens op een moment tegen je te kunnen gebruiken. Besef ook dat je onbewust veel digitale sporen achterlaat: waar je telefoon is, welke sites je bezoekt, wat je koopt, met wie je contact hebt, op welk perron je instapte, waar je auto was, langs welke wifi-netwerken je beweegt. Niemand heeft er iets mee te maken. Data over jou, of je dit bewust of onbewust hebt afgestaan, dient beschermd te worden, voor jouw veiligheid.

Data in jouw belang, of in hun belang?
Natuurlijk zijn er partijen die gegevens over je nodig hebben, om je te kunnen helpen. Zo is het handig dat organisaties je contactgegevens hebben. Of, als je een navigatiedienst wil gebruiken, dat men weet waar je bent en waar je heen wil. Er zijn tal van voorbeelden waarbij het voor jou van nut is waarbij organisaties je helpen met het verzamelen en verwerken van gegevens. Soms zelfs van levensbelang: het is best handig dat zorgverleners veel over je medische achtergrond weten mocht je erg ziek of gewond zijn. Het is zelfs handig als ze uit hele grote datasets van miljoenen mensen trends kunnen halen om je nog sneller en beter te kunnen helpen. Je moet je alleen wel altijd afvragen: dient deze data mijn belang en dient het hun belang? En mochten deze belangen niet overeenkomen, welk belang is dan groter?

Proportionaliteit
Natuurlijk is het essentieel dat overheden criminelen en terroristen kunnen identificeren en volgen. Om te voorkomen dat ze ondermijnende schade aan de maatschappij en aan jou, je familie, je vrienden en je spullen aanrichten. Terecht moeten opsporingsdiensten in zulke ondermijnende en gevaarlijke gevallen inbreuk maken op de privacy van deze verdachten. Mensen die zich met zulke ondermijnende activiteiten bezighouden verliezen terecht het recht op privacy. Bij mensen die zich met kleine criminaliteit bezighouden is dit een grijs gebied. Is het opgeven van hun privacy proportioneel als zij niet de nationale veiligheid in gevaar brengen maar relatief kleine overtredingen begaan, zoals bijvoorbeeld een snelheidsovertreding? En jij dan? Als volstrekt onschuldige eerlijke burger? Inbreuk maken op de privacy van een onverdachte(!) burger is volledig disproportioneel. Helemaal als dit via digitale sleepnetten zoals systematische datataps, telefoontaps, grootschalige systeemhacks en tracing systemen gebeurt. Inbreuk maken op jouw privacy schept een grotere onveiligheid dan men ervoor terug claimt te geven.

Europese Verklaring van de Rechten van de Mens
Gelukkig zijn we beschermd. De Europese Verklaring van de Rechten van de Mens (EVRM) heeft hiervoor artikel 8. “1) Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie“. Correspondentie is dus ook je Skype calls, je telefoongesprekken, je appjes, je SMSjes. De politie mag je huis niet zomaar binnenkomen, ze mogen ook niet zomaar in je telefoon kijken. Wat ons betreft geldt dit ook voor je auto: wat je bij je hebt is privé. De inhoud van je auto valt net als de inhoud van je huis en je telefoon onder de privésfeer. “2) Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” Wat hier staat is dat overheden echt zwaarwegende redenen en verdenkingen moeten hebben om zich met jouw privézaken te bemoeien. Want, privacy = veiligheid, en de overheid hoort je daarin te beschermen: bescherming van veiligheid, en dus je privacy, en je EVRM rechten is de kerntaak van de overheid.

Privacyinbreuk, en dus verminderde veiligheid, door de overheid:
En daar gaat het gierend mis. Ja je moet waken voor bedrijven als Facebook en Google. Ze zijn de grootste stalkers ter wereld. Jij bent hun data. Ze verhandelen je gegevens en jij verdient niet mee, nee jij bent hun product. Heb argwaan tegen ze. Maar onderschat niet de rol van de overheid. Hou je vast:

De politie overtreedt ‘op grote schaal’ de wet bij het verwerken van persoonsgegevens. En niet een beetje. Niet 2%. Niet 10%. Nee, de Marechaussee maakt het het bontst, met 80% schending van de privacynorm. U weet wel, de Marechaussee die onze veiligheid moet waarborgen. Die in 8 op de 10 gevallen uw veiligheid ondermijnt.

Britse geheime dienst hielp AIVD wetten te omzeilen. U leest het goed. Nederlandse wetgeving om uw veiligheid te waarborgen, zijn actief omzeild door de dienst die notabene onze veiligheid dient te waarborgen. Het resultaat: de Britse geheime dienst heeft gegevens van miljoenen onschuldige Nederlanders en Nederlandse bedrijven getapt. Hoe lang deze gegevens worden bewaard, en met wie ze worden gedeeld is volstrekt onbekend.

Politie schendt wet door opslag kentekengegevens. Ja u leest het goed. de politie, die de opdracht heeft veiligheid te handhaven, overtreedt zelf de wet door uw privacy en dus uw veiligheid in te perken. In plaats van alleen verdachte auto’s te traceren, filmt men ALLE onschuldige burgers en slaat deze gegevens onrechtmatig op. Wie zijn hier nu met strafbare feiten bezig?

Politie laat Belastingdienst met ANPR camera’s meekijken. Zowel de politie als de belastingdienst hebben elk hun bevoegdheden om verdachten van criminelen en fiscale ontduiking op te sporen. De politie heeft een bredere bevoegdheid om mensen bij verdenking staande houden en aanhouden, de belastingdienst heeft dit omwille van uw rechten echter niet (tenzij ze van de FIOD zijn). De belastingdienst heeft een bredere bevoegdheid om (fiscale) gegevens op te vragen, de politie heeft – om uw rechten te beschermen- zo’n bredere bevoegdheid om data te verzamelen en op te slaan niet. Deze beperkingen hebben beide partijen niet voor niets: ze beschermen u tegen razzia’s en ongebreidelde opsporing van onverdachte burgers. Door stiekem samen te werken middels een convenant, omzeilen beide instanties uw bescherming en maken ze onrechtmatig gebruik van elkaars bevoegdheden, en zijn daarmee in strijd met uw rechtspositie, temeer omdat deze samenwerking niet middels wetgeving door de Tweede en Eerste Kamers is getoetst, maar via een tot voorheen geheim gehouden convenant er doorheen is gesjoemeld. Het gevolg is dat onschuldige burgers worden gefilmd, hun bewegingen worden opgeslagen, deze gegevens met instanties worden gedeeld, en tegen deze burgers wordt gebruikt. Een voorbeeld hiervan is dat politie en belastingdienst samenwerken om in grootscheeps opgezette opsporingen onschuldige automobilisten in een fuik te laten rijden en te onderwerpen aan diverse onderzoeken. Soms vindt men openstaande boetes en sporadisch stuit men op (vaak kleinschalige) criminele activiteiten, waarbij deze opbrengst in veiligheid, geheel niet in verhouding staat tot de inbreuk op de privacy, en men dus veiligheid ondermijnt. Bovendien is de precendentwerking hiervan zeer schadelijk: wie zijn na de automobilisten de volgende groep die zo systematisch in de gaten wordt gehouden? Gelukkig heeft de Advocaat Generaal (niet de minste) onlangs in zijn advies geconcludeerd dat de belastingdienst niet bevoegd is om kentekengegevens van onschuldige automobilisten als sleepnet op te slaan. Er is geen wettelijke bevoegdheid voor politie en belastingdienst om verkeersgegevens van automobilisten op te slaan. Het heeft ook alles niets met veiligheid te maken. Integendeel. Wie zijn hier nu de wetsovertreders?

De politie overtreedt op grote schaal de privacywetgeving. Het wordt voorspelbaar. Hier de audit. Jouw privacy interesseert de politie niet. Je veiligheid dus ook niet.

Hacking tools van de NSA in handen van hackers. De grootste digitale opsporingsdienst ter wereld, die zelfs in uw geëncrypte verbindingen kan komen, en zich diep heeft genesteld in de basisinfrastructuren van het Internet, heeft haar sporen en hacking software niet goed gewist. Hierdoor kunnen hackers (die het uiteraard op uw gegevens en dus uw privacy en uw veiligheid) hebben gemunt, nu dezelfde technieken gebruiken, tegen landen, tegen bedrijven, en tegen u. Overheden, bedankt.

Datalekken
Je zou het bijna niet meer geloven maar je hebt natuurlijk ook nog overheden die te goeder trouw gegevens opslaan. Tegelijkertijd kennen we de drama’s van overheid en IT.  Bijna helft Nederlandse gemeenten meldde dit jaar datalek. Honderden datalekken bij overheden. Het houdt niet op. Ook andere instanties zoals het UWV zijn een drama met het beveiligen van gegevens: Gegevens van 11.000 werkzoekenden op straat door blunder van UWV. Overheden zijn een fantastisch doel voor hackers, omdat ze enerzijds zeer waardevolle gegevens huisvesten, en anderzijds totaal incompetent zijn als het gaat om het beveiligen ervan. Zo is je DigID niet voldoende beveiligd. Veel plezier ook op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens. We kunnen hier pagina’s vullen met voorbeelden, maar Google (oei) die zelf maar. De overheid is lek, ze nemen bescherming niet serieus. 

Tijdgeest
Nog niet zo lang geleden waren heel veel verworvenheden van nu verboden. Mensen werden gediscrimineerd en zelfs vervolgd voor zaken die we nu heel normaal vinden. Religie, seksualiteit, politieke opvattingen bijvoorbeeld. Tijdgeest verandert. Wat nu maatschappelijk geaccepteerd is, is over 10, 20, 30 jaar niet meer. Bijvoorbeeld: privacy was altijd een groot goed maar nu wordt aan je rechten getornd. Zwarte Piet was een leuk onschuldig kinderfeest, nu staat het zwaar ter discussie. Orgaandonorschap wordt ineens opt-out. Ontgroeningen die worden ingeperkt. Roken is bijna overal verbannen. Kleine voorbeelden misschien, maar je wil niet dat gegevens die jij, bedrijven en overheden uit naïviteit en met alle goede bedoelingen nu opslaan, later ineens tegen je kunnen worden gebruikt. Bij een toekomstige sollicitatie bijvoorbeeld. Of dat je ineens een ander land niet meer in mag vanwege je uitlatingen, seksualiteit, politieke overtuiging of levensovertuiging. De politie doet enge uitspraken, bijvoorbeeld dat ze het al verdacht gaan vinden als je niet op Facebook zit, je zal wel wat te verbergen hebben. Wat hier en vandaag geaccepteerd is, kan elders of morgen tegen je worden gebruikt.

Onbetrouwbare overheid
Je kan de overheid simpelweg niet vertrouwen met je gegevens. Of ze zijn te incompetent om je gegevens te beschermen, of ze zijn juist uit op je gegevens. Als een rechter bepaalt dat overheid, belastingdienst of politie buiten hun boekje ging, gaan ze overstoord door, of sjoemelen ze er een wet doorheen om alsnog een legitieme onderbouwing te veinzen voor hun kwalijke activiteiten. Ze zijn niet geïnteresseerd in je privacy. Dus zijn ze ook niet geïnteresseerd in je veiligheid: integendeel. En laat je veiligheid beschermen nu net hun kerntaak zijn. Door je privacy te ondermijnen, ondermijnt de overheid je veiligheid, en faalt daarmee in haar belangrijkste kerntaak. 

Ruimere bevoegdheden datatappen geheime diensten
Het houdt niet op. Het kabinet heeft onlangs bij de Tweede Kamer het nieuwe wetsvoorstel voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) ingediend, met ruimere bevoegdheden voor geheime diensten. De Raad van State (ook niet de minste) zegt: “Stelsel van Toezicht in nieuwe Wiv schiet te kort”. Men heeft ernstige twijfels over de daadwerkelijke effectiviteit van dat stelsel. De mensenrechten zijn in deze wet niet goed geregeld. Men is er “niet van overtuigd dat de regeling in het wetsvoorstel van de grootschalige gegevensverzameling (Big Data) op alle punten voldoet aan de proportionaliteitseis van het EVRM“.  Er zijn zelfs twijfels over het nut van enorm grote bestanden: het wordt juist moeilijker criminele of terroristische informatie te vinden tussen die enorme brij aan berichten van iedereen en zijn moeder. Lees hier het volledige advies, het is echt je tijd waard. De Raad van State adviseert het wetsvoorstel op dit punt niet in zijn huidige vorm bij de Tweede Kamer in te dienen.

Ministerie van Veiligheid en Justitie
Dit kabinet is er trots op dat we sinds een tijdje een Ministerie van Veiligheid en Justitie hebben. Stoere taal: veiligheid! Echter, dit ministerie bekijkt veiligheid met oogkleppen op. Hun definitie van veiligheid is beperkt tot het voorkomen van terrorisme en criminaliteit. Ze vergeten dat veiligheid een veel breder begrip is. Sterker nog, ze ondermijnen essentiële veiligheden van alle burgers, onder het mom van het vergroten van veiligheid. Een ministerie van Veiligheid en Justitie dat veiligheid serieus neemt, zet privacy op hetzelfde niveau, in plaats van de veiligheid versus privacy tegenstelling verder uit te vergroten, in plaats van je veiligheid in gevaar te brengen. Een democratische rechtsstaat, zeker in een liberaal land als Nederland, verdient het dat privacy wordt gezien als essentieel onderdeel van je veiligheid. Privacy = veiligheid en veiligheid = privacy.

Alle data zijn van jou
Laten we bij wet expliciet vastleggen dat alle gegevens die bedrijven en overheden over je verzamelen, van jou zijn. Of je gegevens nu vrijwillig openlijk publiceert, vrijwillig privaat deelt, of ongevraagd genereert. Ook de metadata over jouw gedragingen en je gegevens zijn van jou. Dit simpele uitgangspunt past volledig in de tekst, maar ook in de geest van het EVRM, en de Nederlandse Grondwet. Dit simpele standpunt maakt het burgers veel makkelijker om te weten wie gegevens over je verzamelt, waarom, wat ze er mee doen, deze gegevens in te kunnen zien, deze partij te verzoeken gegevens te wissen, aan te passen, te beperken de gegevens met derden te delen. Jouw data zijn onvervreemdbaar van jou. Net als met copyright. Bedrijven en overheden verleen je hooguit het gebruiksrecht deze gegevens te verwerken, in jouw belang, en het dwingt ze transparant te zijn over hun belang en beleid met jouw gegevens.

Een Elektronisch Patiënten Dossier? Nee, een Persoonlijk Gezondheids Dossier. Jouw lichaam, jouw ziekten, jouw gegevens. Zorgverleners mogen er bij, ze mogen gegevens toevoegen, maar het blijven jouw gegevens. Alleen in geval van nood mogen ze er zonder je toestemming bij. Maar je blijft van mijn gegevens af. Voor onze veiligheid.

Google en Facebook? Prima dat je het handig voor me maakt om te navigeren, en om vrienden te vinden. Leuk dat je big data toepast om slimmere, handiger, goedkopere diensten te maken. Als je er geld mee wil verdienen, wil ik mee kunnen verdienen. En mijn data blijft van mij. Voor onze veiligheid.

Overheden? Je moet van goede huize komen wil je je in mijn persoonlijke levenssfeer mengen. Voor onze veiligheid.

Politie? Hou je aan de wet en laat onschuldige burgers met rust. Voor onze veiligheid.

Veiligheidsdiensten? Pak de privacy van mensen die de staatsveiligheid willen ondermijnen volledig af. Zet ze digitaal in hun hemd. Maar hou je aan de wet, en laat onschuldige burgers met rust. Voor onze veiligheid. 

 

Zo en dan ga ik nu iets heel stiekems doen: Drie stiekeme dus veilige Kusjes.

 

 

Broccoli-solidariteit
door broccolikenner, broccolihater en broccoliboer Driekus Vierkant

Dit is het verhaal over broccoliboer Driekus en zijn medewerker Gezinus.

Driekus en Gezinus komen uit hetzelfde dorp. Ze genoten dezelfde scholing. Al jaren produceren Driekus en Gezinus 1000 kisten broccoli per jaar. Dit jaar was een recordjaar: er werden 1500 kisten broccoli geproduceerd! De extra opbrengsten zijn voor Driekus. Want Driekus en Gezinus hebben een afspraak. Driekus is eigenaar van de broccoliboerderij. Driekus doet de investeringen in land, machinerie, afschrijvingen en neemt alle risico’s. Hij neemt daarbij ook het risico om Gezinus elke maand gegarandeerd een goed salaris te betalen, ook al moet er geld bij het bedrijf om te kunnen investeren, of om een jaar een slechte oogst van maar 500 kisten broccoli te kunnen overleven. Gezinus loopt dergelijke risico’s liever niet: anders was hij zelf wel broccoliboer geworden.

Dus de risico’s zijn voor Driekus. En de winsten zijn dus ook voor Driekus. In de opstartfase heeft Driekus jarenlang alleen maar broccoli kunnen eten, want het bedrijf was nog niet winstgevend. Driekus had geen lease-auto, geen duur huis, geen hypotheek, geen sociaal leven, geen vriendin. Nee het was afzien voor Driekus, maar Driekus had een droom. Om ooit een mooie, eigen broccoliboerderij te hebben. Driekus werkte 80, soms wel 100 uur per week om zijn droom te verwezenlijken. En regelmatig had en heeft Driekus slapeloze nachten met zorgen over het bedrijf, over het weer, over de onderhandelingen met de afnemers, en wat te doen als Gezinus ziek is. Hoe hij soms geld toe moet leggen bij het bedrijf, en zelf niet op vakantie gaat, maar wel zorgt dat Gezinus iedere maand netjes zijn salaris heeft: die heeft immers ook een gezin te onderhouden. Ja Driekus voelt zich verantwoordelijk. Maar Driekus hoor je niet klagen. Hij is gelukkig met zijn rol.

En afspraak is afspraak. Gezinus draait zijn uren, en schuift ‘s avonds zorgeloos bij het avondeten thuis aan. Gezinus is tevreden met zijn werk: hij voelt zich nuttig in de maatschappij. Driekus is ook tevreden met zijn rol. Driekus neemt de risico’s, en de extraatjes zijn dan ook voor Driekus. Nee Driekus en Gezinus snappen deze afspraak allebei. Dat Driekus na een jaar met 1500 kratten opbrengst een keer een nieuwe trekker koopt, en een nieuwe Jezusfoon, het mag. Gezinus gunt Driekus dat. Net als Driekus Gezinus zijn gemoedsrust en gegarandeerde inkomen gunt. Als het een keer slecht gaat met de broccoliboerderij, en Gezinus een nieuwe frituurpan koopt, dat is gewoon Gezinus zijn eigen keuze, Driekus heeft er niets mee te maken. Ze gunnen het elkaar. Als het goed gaat met Driekus, gaat het goed met Gezinus, en als het goed gaat met Gezinus, gaat het goed met Driekus. Nog belangrijker is dat het goed gaat met de broccoliboerderij. Als het goed gaat met de broccoliboerderij, gaat het goed met zowel Driekus als met Gezinus.

Als nou blijkt dat Gezinus door harder te werken ineens 50% meer broccoli produceert, dan is er wel iets mis geweest met de inspanning van Gezinus in voorgaande jaren. In realiteit is de productie-output nooit helemaal toe te wijzen aan het harder werken van Gezinus. De realiteit is dat de markt bepaalt hoeveel broccoli er wordt afgenomen, tegen welke prijs. Dat risico is voor Driekus. De realiteit is dat vele andere factoren van invloed zijn op de broccoliproductie: het weer bijvoorbeeld, of ziekten. De investeringen om minder gevoelig te zijn voor die invloeden, zijn voor risico van Driekus.

De premies en belastingen die Driekus betaalt, over het salaris van Gezinus, over zijn eigen inkomen en over de winst, daarmee draagt Driekus bij aan de welvaart van de maatschappij. Sowieso door een product aan te bieden waar mensen geld voor over hebben. Dan creëer je meerwaarde: Ten eerste: blijkbaar vindt de markt de broccoli van de broccoliboerderij meer waard dan het geld dat men er voor geeft. Door te concurreren heeft Driekus broccoli betaalbaar gemaakt, zelfs voor de onderste lagen in de samenleving, zodat ze niet alleen maar frikandellen hoeven te frituren maar ook een betaalbaar gezond stukje groente kunnen eten. Er wordt dus waarde geschept. En zo draagt ieder bedrijf op ieders manier een stukje bij aan de groei van ons land. Ten tweede, als Driekus nooit het risico had genomen een broccolibedrijf te beginnen, had hij niet de baan voor Gezinus geschept, had hij nooit zoveel belastingen kunnen genereren, en daarmee nooit zoveel kunnen bijdragen aan de welvaart van de maatschappij.

Driekus zorgt dus niet alleen voor werkgelegenheid, maar ook op meerdere manieren voor meer welvaart: welvaart waardoor zowel Driekus als ook Gezinus genieten van goede kwaliteit producten tegen lage kosten, van goed onderwijs voor de kinderen, goede zorg, goede infrastructuur en al wat ons land zo prettig maakt. Bovendien geniet Gezinus van de garantie dat zijn inkomen dankzij de WW niet wegvalt mocht overhoops de broccolimarkt instorten en Driekus de tent moet sluiten. Driekus zal dan zitten met een faillissement, met alle ellende van dien, zonder enig inkomen, zonder enige vorm van vangnet. Geen probleem verder, het is Driekus’ eigen keuze geweest. En die van Gezinus ook, om voor veiligheid te gaan. Dat zijn de fijne afspraken tussen beiden. Gezinus heeft zekerheden, Driekus heeft zorgen, risico’s en ook winsten.

You can’t have both. Gun het elkaar. En met dat gunnen is het helaas vaak mis in Nederland. In plaats van gunnen heerst er afgunst. “De ‘elite’ heeft het goed voor elkaar, ten kosten van ons”, hoor je volksmenners (hallo SP! hallo GroenLinks!) roepen. Ze kijken naar het verschil in rijkdom. Ze gunnen een ander niet meer rijkdom dan zichzelf, maar willen niet zien welke risico’s de ander heeft moeten lopen, en heeft moeten opofferen voor deze ‘rijkdom’. Nee, volgens hen moet de rijkdom worden genivelleerd! Solidariteit!1! Maar de daarvoor benodigde opofferingen en de risico’s wil men uiteraard niet nivelleren. Dat heet hypocrisie. You can’t have both. Solidariteit werkt namelijk altijd twee kanten op, maar dat wil men maar niet begrijpen. Volgens hen is rijkdom een systeem van communicerende vaten: als de een rijker wordt, wordt de ander minder rijk. Dat is onzin. Iedereen wordt namelijk rijker. De een wat rijker dan de ander, omdat hij wel de kansen pakt, maar ook de risico’s durft te nemen die de ander niet durft. Want iedereen heeft diezelfde kansen. Elke domme boer kan een broccoliboerderij beginnen. Als hij maar wil. Als hij maar durft. Het is een keuze.

Bovendien verwarren deze volksmenners rijkdom met welvaart. Rijkdom is iets persoonlijks, terwijl welvaart collectief is. Juist dankzij de risico’s en opofferingen van die zogenaamde ‘rijke elite’ heeft onze samenleving veel belastinginkomsten, waaruit welvaart wordt betaald: iedereen heeft baat bij die welvaart: goede betaalbare producten, zorg, huisvesting onderwijs, infrastructuur: het is allemaal fantastisch geregeld in dit land. Kan het beter? Ja, het wordt namelijk beter. Onze welvaart stijgt, jaar na jaar. Onze welvaart is beter dan 100 jaar geleden, 50 jaar geleden, zelfs 10 jaar geleden. En dankzij nieuwsgierige mensen, ondernemende mensen, innoverende mensen, mensen die risico’s durven te nemen, mensen die hun nek uit durven steken, wordt het alleen maar beter. Lang leve de vooruitgang. Het wordt beter, juist dankzij de mensen die risico’s durven te nemen en opofferingen brengen, op zoek naar onafhankelijkheid, persoonlijke ontwikkeling en rijkdom. Het is niet erg dat rijkdom stijgt, en het is niet erg dat rijkdom bij anderen harder stijgt: gun het ze, jouw welvaart neemt namelijk ook toe, mede door de toenemende rijkdom van anderen, je welvaart neemt dankzij hen harder toe dan jij werkt aan jouw rijkdom. Hoe gaaf is dat! Rem mensen af om rijkdom te vergaren, en de welvaart daalt. Geef mensen een foute prikkel om niet te werken, en de welvaart daalt. Dus is nivelleren solidariteit? Nee, het is pure afgunst in combinatie met een gemakzuchtige manier om er persoonlijk rijker te worden. Puur egoïsme heet dat. You can’t have both. Uit pure afgunst ondermijnt men de welvaart en de toekomst van dit land.

Dus gun het elkaar. Wordt het er sowieso een stuk gezelliger van.

Drie Kusjes. En broccoli is vies.

Vergroening (bangalijstjes)
door banga-deskundige Driekus Vierkant

ontgroend
ontgroend

Driekus zit in zijn groene overall, met zijn indrukwekkende gestalte aan de keukentafel en tuurt door het raam over de landerijen. Het is de 29e september 2016, een regenachtige dag, na de mooiste nazomer sinds jaren, en het einde van het broccoliseizoen nadert. Ja die regen, daar wordt de broccoli mooi groen van. Vroeger, ja vroeger, toen Driekus nog een jongeman was, woonde Driekus een tijdje in de stad Groningen, een verbastering van Groeningen, de stad die is vernoemd naar de bosrijke omgeving.

Oh Groningen, met zijn studerende jonge groene blaadjes. Jonge groene blaadjes die de bloemetjes en de bijtjes ontdekken. Ja lieve mensen, studenten zijn eigenlijk allemaal vieze sloeries M/V en geef ze eens ongelijk. Strakke volgroeide en jonge lichamen, vol energie, vol drank en vol hormonen, vrij van het ouderlijk toezicht, in een eigenzinnige en vrijzinnige, liberale stad. Er wordt wat afgekeest in die hoogslapers, en dat is mooi: geniet van het vrije leven! Het is van alle tijden.

En de verleidingen zijn natuurlijk ook groot. Prachtige jonge slimme mensen, al die slanke studentes en al die twee meter lange stoere studenten, want ja, wij Noorderlingen zijn letterlijk de reuzen der aarde. Zoals het een echte onderzoekende student betaamt valt er meer te onderzoeken dan alleen de lesstof. Seksuele zelfontplooiing is een integraal onderdeel van deze levensfase. Ja, Groningen-city is gewoon de geilste stad van het land, denk je nu echt dat de opleidingen de reden zijn om studentenstad nummer 1 te worden?

Bij seksuele ontdekking horen seksuele uitspattingen. In tegenstelling tot al dat feministische gezanik, dat als een reflex oppopt na een suf bangalijstje, doen meisjes echt niet onder voor jongens. Ja er zijn enorme sukkels die vrouwen als minderwaardig zien en behandelen. Dit soort kerels is een HBO of WO papiertje niet eens waard. Seksuele ontdekking en uitspattingen zijn allemaal prima, zolang het maar op gelijkwaardigheid berust. Ja je mag best een dominant of onderdanig spelletje spelen in je stinkende hoogslapertje, dat is allemaal plezier, zolang het maar met respect voor elkaar gebeurt. Vrouwen zijn geen neukgat, net als mannen geen likkende vleesdildo zijn. Nogmaals, mannen die vrouwen niet als gelijkwaardig zien en behandelen, we droppen je het liefst in IS territorium. Met een pruik op je kop. In jarretels. En een bordje om je nek. Met de tekst: christenhoer. Maar dan in het Arabisch opgeschreven natuurlijk, anders snappen ze er daar nog niks van. Als die bekrompen relifreaks überhaupt al kunnen lezen. Zal je meemaken wat disrespect eigenlijk betekent. Maar we dwalen af.

Maar feministen: doe nou niet alsof vrouwen heilige boontjes en allemaal slachtoffer zijn. Studentes zijn net zo seksueel actief, net zo pervers, en net zo onderzoekend als hun mannelijke lustapen. Studentes delen ook giechelend lijstjes van hun scores: tot in details wordt beschreven hoe goed of slecht hun prooien waren met betrekking tot bepaalde handelingen, vergezeld van soms ronduit vernederende, beschimpende opmerkingen over diens uiterlijke kenmerken (niet iedereen heeft zo’n indrukwekkend mooie pens als Driekus). Dit zijn niet alleen papieren lijstjes: checkt u maar eens hun whatsapp meidengroepjes. Dus ook jullie dames, ga een beetje respectvol om met de sukkels die je je hoogslapertje in trok (hihi pun intended), want ook jullie zouden we met je gedrag wel eens in IS land willen zien rondlopen. In niets anders dan een schapenvachtje. Dit is geen man/vrouw probleem zoals feministen ons graag doen laten geloven. Het is een respectprobleem. Uitspattingen zijn leuk, hoe gekker hoe beter hoor, en de grens ligt bij disrespect.

Nou en dan krijgt één van de 40.000 studenten een ongelukkige klap voor zijn kop tijdens een ontgroening en vervolgens hebben we ophef in heul het land. Anti-ontgroening! Stop de ontgroenings! Ontgroening = broccolisering. Ontgroening is in feite vergroening. En dit soort vergroening van de samenleving is precies NIET wat we willen. Want vergroening van de samenleving betekent vertrutting van de samenleving. Stop dat. Stelletje gereformeerde stiekeme rukkers. We willen helemaal geen conservatieve samenleving. We willen geen spruitjesgeur. Ja tenzij dat dan toevallig je fetisj is. We willen niet vergroenen! Vergroening is ontliberalisering. Vergroening is je eigenzinnigheid opgeven. Is je vrijheid opgeven. Vergroening is als een vieze groene druiper. Wees vrijzinnig, doe aan je uitspattingen, doe gek, wees raar, wees jezelf, maar doe het met respect. Respect is niet ontgroening verbieden, nee dat is juist disrespect. 

En daar gaat het in die hele discussie mis. Politici, Vindicatbestuurders, Universiteitsbestuurders (hoi Poppema!), journalisten, feministen, opiniemakers en twitterapen, allemaal schieten ze in de ophefkramp met als eerste reflexen dat ze wijzen naar mannen of naar studentenverenigingen, of naar wie dan ook ze maar op de korrel willen nemen vanuit hun eigen bekrompen wereldbeeld, en schieten in een VERBOTEN kramp. Terwijl je helemaal niets hoeft te verbieden. Verbieden, dat doen ze al genoeg in IS territorium. Je hoeft mensen alleen maar te wijzen op respect. En respectloze mensen, daar zouden we eens een bangalijstje van moeten maken.

Zo en dan gaan we nu eens ff dat viezige internet afstruinen naar geile tietenkontplaatjes van #luievrouwen. Het is tenslotte al bijna weer vrijdag.

Moi!

 

Factory Outlet Center
door overall fashion victim Driekus Vierkant

Ha dus Driekus toog op een zwoele nazomeravond op naar de toog van de Drie Uiltjes, zijn omvangrijke buik persend tussen het vrouwvolk aan de bar aldaar, op zoek naar dure whisky en goedkoop plezier. Zo goedkoop bleek dat vertier niet, want toen Driekus zo rond zeven uur ‘s ochtends wakker werd in een vreemd bed, naast een vreemde vrouw, in een vreemd huis, sloop hij onder de dekens vandaan, zocht zijn kleren bij elkaar die door haar huis verspreid lagen. Zijn onderboxem was snel gevonden. Hop, achterstevoren aan. Kan hij nog een dagje mee. Het witte hemd met lippenstiftvlekken was ook snel gevonden. Zelfs de sokken waren compleet. En de klompen stonden netjes bij haar voordeur. Met de sleutels van de trekker er netjes in gelegd. Maar  hij was dus zijn oude vertrouwde overall kwijt. Nergens in dat hele huis was zijn groene overall te vinden. Waar had ze die gelaten?! Oh kak. De Lagavulin bonkte tegen zijn slapen. En ze had hem de hele nacht wakker gehouden. Scherp denken lukte niet echt. Maar. Hij. Moest. Weg. Zien. Te. Komen. Nooit blijven tot ze wakker worden. Ruikend naar seks, scheel van de overdaad aan drank en van het tekort aan slaap, besloot Driekus in zijn bevlekte ondergoed haar voordeur uit te sluipen, op sokken, met de klompen in de hand. Ach ja, in 050 zijn ze wel meer gewend.

Ja dus Driekus de volgende dag op zijn trekker diverse winkelcentra in Groningen en Drentistan afstruinen naar een nieuwe overall. Dan denk je: een overall is maar een overall: kies een kleur en een maat en go. Ja maar zo werkt dat niet bij Driekus. Je moet er wel een beetje goed uitzien, toch? Ja Driekus is een fashion victim pur sang. Goede klompen, en een strakke overall. In John Deere groengele combinatie. En witte sportsokken. Het wordt vanzelf een modetrend. Driekus als trendsetter. Maar man man man wat een ellende in die winkelcentra. Lege winkels, slechtlopende ketens, popupstores met de grootste rommel en dikke waggelende families. Van die Oost-Groninger en Drentse dikke moekes van 21 jaar oud, samen met hun nog dikkere moeders, met grote smeltende ijsco’s in hun vadsige handen. Likkend aan hun lekkende mierzoete suikervetbol, afwisselend met gelurk aan een walmend shagje. Er is één beeld dat Driekus zelfs niet met Brillo’s en Jif van zijn oogballen heeft kunnen schrapen. Een tattoo. Een tattoo die door een witte legging scheen. Dertig kilo wiebelend spek, verpakt in een half doorschijnende witte legging, met pal naast de kamelenteen zo’n lelijke tattoo. Sorry voor dit beeld mensen. Uw kokhalsreflex is vermoedelijk gelijk die van een Driekus die broccoli ruikt.

Het is het volk waar Factory Outlet Centers voor bedacht zijn. Het is ook het volk waar hele winkelstraten op teren. Tokkiesjokvolk.

Wat is een Factory Outlet Center? Het is doorgaans een groot winkelcentrum waar fabrikanten van (merk)kleding hun troep tegen hoge kortingen verkopen. Huilie huilie doen de andere winkeliers natuurlijk. Die zien het tokkiesjokvolk weglopen van hun troep. Maar ja. Dit is gewoon marktwerking. Het is de marktkoopman die boos is dat er een supermarkt in de buurt wordt geopend. Het is de fotospeciaalzaak die boos is dat er een Mediamarkt komt. Het is de tentenspeciaalzaak die boos is dat er een Vrijbuiter in de regio komt. Het is de erotiek-winkelier die boos is dat mensen hun eetbare slipjes met shoarmasmaak (hee, ieder zijn fetisj!) via Internet bestellen. Een beetje zielig, deze kruideniersmentaliteit. Had dan zelf groter gedacht. Was dan zelf een grotere zaak begonnen. Had dan zelf iets ondernomen. Ja ondernemen. Het is wat anders dan winkeltje spelen. Oh ja en ook de vastgoedsector jammert en probeert FOC’s tegen te houden. Had dan zelf geïnvesteerd, in plaats van op je luie krent elke maand maar die belachelijk hoge huren naar binnen te tikken. Marktwerking is marktwerking, hoe vervelend dan ook. Kijk, Driekus is een groot voorstander van lokaal kopen. Support your local scene. Lekker shoppen bij kleine winkeltjes, waar je service krijgt, en de lieftallige winkelbediendes je helpen bij het uitkiezen van de beste overall. Maar Driekus is ook een groot voorstander van marktwerking. En dus bovenal tegen overheidsbemoeienis.

Als iemand een FOC wil neerzetten in Winschoten, Assen of Groningen: gewoon lekker doen. Hee en als een winkeliertje daardoor zijn troep-outlet moet sluiten? Kan ie wel voortaan voor de helft van het geld een mooie overall kopen bij een FOC.

 

GasTerra
door de immer flanerende en flatulerende Driekus Vierkant

 

Groningen, oh Groningen. Ook wel bekend als het Gasachstan van de Lage Landen. Welk een rijkdom deze schitterende provincie te bieden heeft. Vergezichten, koolzaadvelden, schone luchten en het vluchtige, onzichtbare goud op zo’n drie kilometer diepte. Oh damn you aardgas. We hielden van je, en nu verguizen we je. Miljarden en miljarden worden nog steeds verdiend met de verkoop van Hare Vluchtigheid. Nog wel.

GasTerra, onderdeel van het Gasgebouw
Nu is de NAM als winningbedrijf altijd aangewezen als de boosdoener, de veroorzaker van alle schade door bodemdaling en aardbevingen. De NAM die als een Irakese woordvoerder ontkent dat er schade door gaswinning kan ontstaan. De NAM die downplayt, de NAM die marchandeert, de NAM die manipuleert. Maar de NAM is maar een stroman. StroNAM. Nee, het echte Grote Geld wordt verdiend met GasTerra. GasTerra is met bijna 20 miljard omzet (dat is bijna allemaal winst) zo’n beetje het grootste bedrijf van Nederland. En het zit gewoon hier, in Groningen. GasTerra is onderdeel van het Gasgebouw, het Gasgebouw dat winning, distributie en verkoop van gas in meerdere entiteiten zoals NAM, GasUnie, GasTerra scheidt, zodat men lekker naar elkaar kan wijzen om elke verantwoordelijkheid te ontlopen.

GasTerra aandeelhouders
Wie zijn de werkelijke spelers op de achtergrond? Wie verschuilen zich graag achter NAM en GasTerra? Wie zijn de aandeelhouders? De grootste aandeelhouder is het ministerie van Economische Zaken dat via bufferclubje EBN maar liefst 40% belang heeft. Die miljarden kiepert Henk Kamp zo in de staatskas van Dijsselbloem. Het is Henk Kamp (en op de achtergrond Dijsselbloem) die aan de knoppen draait. Het is het MinEZ van Henk Kamp dat de ALLERgrootste belanghebbende is in de gaswinning. En dus ook de veroorzaker van de ellende. Dat kan zelfs de tandenloze Rijkscoördinator Wingebied Groningen  Hans Alders niet verbergen.

Ruzie bij GasTerra?
Nu is het zo dat Shell en Exxon ieder ook 25% belang hebben in GasTerra. En de Staat der Nederlanden nog eens 10%. Daarmee is een vervelende situatie ontstaan dat de Staat in totaal 50% heeft en de marktpartijen samen 50% belang hebben. Zo’n aandelenverhouding werkt prima zolang de miljarden binnenstromen. Maar nu er bevingschade door gaswinning is ontstaan en de winning wordt verminderd is er heibel in de tent. Letterlijk. Het hardnekkige gerucht gaat dat de directie van GasTerra alleen nog maar met mediators met elkaar praat. EZ en Shell (en Exxon) staan lijnrecht tegenover elkaar. Shell zegt: EZ prima als jullie gaswinning terug willen draaien, en prima als jullie schade door gaswinning willen vergoeden, maar wij willen dat niet, dus dat gaat dan maar ten koste van jullie dividend, niet dat van ons. Lekker duurzaam en betrokken, dat Shell. Zo’n ruzie is er tussen EZ (dat de CEO leverde) en Shell (die de CFO leverde) ontstaan. Dit gerucht hebben we geprobeerd te verifiëren bij GasTerra, en men ontkent het niet.

Eerst extra hard pompen, nu een cap van 24 miljard kuub
Henk Kamp staat ook met de rug tegen de muur, want Dijsselbloem zegt: prima Henk, als jouw MinEZ minder gasbaten in de staatskas wil dumpen, je zorgt maar dat je dat geld ergens anders vandaan houdt. Want de staatskas is heilig en moet tot het randje gevuld. Nee je zou eens proberen van je gasbatenverslaving af te komen… Sterker nog, toen de heftigste aardbeving plaatsvond, wist men in Den Haag meteen dat de gasproductie fors omlaag moest, maar wat deed Henk Kamp? Pompen! Dat jaar werd onwijs veel extra gas gepompt. Met als smoes dat de vraag groot was. Dat was onzin. De gasopslag was in gebruik genomen en werd volgepompt. Nu snel pompen voordat er een cap komt! La la la Geld. Er is nu een cap van 24 miljard kuub per jaar ingesteld, want, zeggen Henk Kamp, MinEZ, GasTerra en GasUnie: 24 miljard is het MINIMUM om de leveringszekerheid te kunnen garanderen. We willen huishoudens toch niet in de kou zetten? Bovendien, claimde GasTerra: wij hebben contracten met marktpartijen in Nederland en buitenland die EISEN dat ze hun in het verleden afgesproken volumes gas geleverd kunnen krijgen, en daar kunnen we ECHT niet onderuit, aardbevingen of niet.

Ophef!
BAM. Energiebedrijf Engie blijft zitten met miljarden kuub Gronings aardgas. Het Franse bedrijf claimt al jaren meer gas af te nemen dan het nodig heeft. De prijs die GasTerra vraagt is te hoog voor wat de markt biedt, want de energieprijzen zijn de afgelopen jaren gekelderd. En dat zij niet de enige zijn. Maar GasTerra houdt vast aan de prijsafspraken. GasTerra houdt Engie aan de omzet-commitment. Hee dat is vreemd! Dit staat haaks op de claim van GasTerra en MinEZ dat klanten levering van volume eisen. Het is dus andersom: het is GasTerra dat eist dat klanten blijven afnemen. Natuurlijk is het zo dat als twee partijen een contract sluiten, beide partijen zich dienen te houden aan de afspraken. De leverancier moet het gecommitteerde volume leveren, en de klant moet de gecommitteerde omzet leveren. Dat is het juridische gedeelte. Maar er is ook een ander juridisch gedeelte. Als blijkt dat de vraag naar gas lager is dan het Gasgebouw (MinEZ, Shell, Exxon, EBN, de Staat der Nederlanden, NAM, GasTerra, GasUnie) beweert, en men door blijft pompen (la la la Geld) dan kan men op enorme schadeclaims rekenen. Het plafond voor gasproductie kan immers omlaag, en als men daar niet actief op aanstuurt, neemt men enorme risico’s op onnodige en te voorkomen gaswinningschade (bodemdaling, aardbevingen). GasTerra reageert als door een horzel gestoken en beschuldigt Engie van vals spel. Zo fel hebben we GasTerra nog nooit zien communiceren. Dan is er echt een gevoelige snaar geraakt. Dus wij vragen stellen. Open, transparant. Meer vragen. GasTerra beweert dat er sowieso 24 miljard kuub moet worden geleverd, omdat dit de minimale vraag is, ongeacht of Engie dit afneemt, of andere klanten dit afnemen. Als Engie teveel gas heeft, kan ze dit via een marktplaats verhandelen met andere partijen. Meer vragen gesteld. Maar geen antwoord. Netjes om wederhoor gevraagd. Geen antwoord.

GasTerra, you are doomed
Ok GasTerra, dan maar zonder wederhoor. Eigen keus! You are doomed. GasTerra is niets anders dan een handelsbedrijf met als opdracht zoveel mogelijk gas verkopen tegen een zo hoog mogelijk tarief. De aandeelhouders (MinEZ, Shell, Exxon) willen maximaal rendement, en zo laag mogelijke schade. Ze verbergen zich achter een juridische constructie. En ze gaan er allemaal aan. Als het Groninger Gas op is, zijn ze DOOD. WEG. Kaputt. NAM, GasTerra, GasUnie, alles is dan weg. Misschien al wel eerder. Want de energieprijzen in de wereld zijn gekelderd. Letterlijk gekelderd. Ze zijn in paniek. Ja u leest het: dikke paniek. Dit is wat wij denken dat er nu aan de hand is:

  • De energieprijzen wereldwijd zijn enorm gekelderd
  • GasTerra vraagt nog veel te veel geld voor Gronings gas
  • Marktpartijen kunnen elders veel goedkoper aan energiebronnen komen
  • De vraag naar het specifieke laagcalorische (lage energieopbrengst) Groninger gas is helemaal gekelderd, marktpartijen (industrie!) gebruiken liever hoogcalorisch gas
  • Het te dure laagcalorische gas omzetten tot hoogcalorisch gas maakt het alleen nog maar duurder
  • De marktvraag naar laagcalorisch gas is veel lager dan het door het gasgebouw geclaimde 24 miljard kuub per jaar
  • De claim dat 24 miljard minimale leveringszekerheid is, lijkt een LEUGEN. Het gaat het gasgebouw niet om leveringszekerheid van gas, maar om inkomstenzekerheid.
  • GasTerra houdt krampachtig vast aan oude contracten met veel te hoge afname-commitments en te hoge tarieven voor Gronings gas
  • De schadeclaims die het gasgebouw op kan lopen door onnodig veel gas te pompen kunnen mega groot zijn, groter dan de inkomsten die men nu denkt te verkrijgen door het vasthouden aan de contracten, maar men steekt als een struisvogel de kop in het zand: lekker doorpompen en doen alsof er niets aan de hand is
  • Er is dikke paniek ontstaan door de publiciteit van Engie, want andere klanten van GasTerra gaan zich nu ook roeren
  • Als GasTerra zo zeker van haar zaak is dat die 24 miljard kuub toch wel afgenomen wordt, zoals ze beweren, dan kunnen ze zonder problemen de volumes die Engie niet af wil nemen aan een andere partij verkopen, tegen hetzelfde tarief.
  • Klanten van GasTerra die teveel gas tegen te hoge tarieven afnemen kunnen dit helemaal niet meer kwijt op een marktplaats, want niemand zit er nog op te wachten, zeker niet tegen deze tarieven.

Wederhoor is nog steeds mogelijk, op Twitter, Anton. Drie Kusjes.

Oh en we hebben een nieuwe slogan voor je bedacht:
GasTerra. Gas met een luchtje. 

Onderwijs
door emeritus professor doctor ingenieur Hendricus Johannes Vierkant 

als professor driekus preekt zitten ze rechtop in de bankjes hoor!

De Universiteit. Lichtend baken van kennis en wetenschap. De plek waar je als jongeling de wereld ontdekt, en de wereld helpt te ontdekken. Waar intellectuelen met een open blik kritisch elkaars hypothesen betwisten, onderzoeken, aanscherpen en bewijzen en al doende de wereld vooruit helpen met hun innovativiteiten. Kennis, vooruitgang, progressie, welvaart! Ultieme wijsheid is ultiem geluk. Oh universiteit, Verlichte Plek des Waarheids!

Helaas.

Helaas gaat ons onderwijssysteem gebukt onder twee perverse prikkels. Twee vieze, corrumperende perverse D66 prikkels. Want wat is het geval? Dat gaat emeritus professor doctor ingenieur Hendricus Johannes Vierkant u haarfijn uitleggen:

Studiebankjes vullen
Universiteiten (en ook Hogescholen) krijgen plusminus €8000 per studerende per jaar van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur (wtf) en Wetenschap. Van dit geld moeten de onderwijsinstellingen niet alleen deze studenten opleiden, maar ook andere kosten van betalen. Onderzoek bijvoorbeeld. Universiteiten en Hogescholen maken dus business cases op basis van €8000 * [aantal studenten]. En daar gaat het mis. Er wordt niet gekeken naar de kwaliteit van de opleidingen. Er wordt niet gekeken naar het maatschappelijke rendement van de opleidingen. Er moet dus €8000 maatschappelijke input per student per jaar in, maar de enige verwachte output is dat de student na vier jaar met een papiertje vertrekt. Of de student iets aan dat papiertje heeft, maakt het ministerie niet uit. Het maakt de onderwijsinstelling niet uit. Of de student in armoede vervalt met zijn pretstudie? Of bedrijven de studenten alsnog moeten opleiden? Of studenten moeten leren iets minder academisch en meer toegepast te werken? /Care want ministerie en onderwijsinstelling hebben aan hun formele verplichtingen voldaan. Hup, op naar het volgende jaar, met hopelijk evenveel studenten. Oeps. Hoezo minder studenten dit jaar? Ja nee dan past de business case niet. Ja nee dan gaan we niet snoeien in ons budget. Hallo, de geldstroom moet wel op gang blijven. We zijn potdomme geen bedrijf. We moeten onze medewerkers wel verwennen met gratis yogalessen onder werktijd. En hallo dat Academische kwartiertje mag ook af en toe best een uurtje zijn. Intellectualiteit stopt bovendien netjes om 17:00 (ach 16:00). Dus we gaan internationale studenten werven. De bankjes moeten gevuld! Kom mal hier Du, yes you are welcome too, hello Chineesje yes velly wercome. Yes we spend €8000 public money to give you our knowledge for free and after four years we say thank you and bye bye so you can go back to your country and compete our Dutch companies with our own knowledge haha yes. Maatschappelijk totaal onverantwoord gedrag door deze perverse prikkel. Misschien is het een idee om bedrijven de accreditatie van opleidingen te laten doen, en de universiteit anders te gaan belonen: op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Op aansluiting bij de wensen van maatschappelijke thema’s en op aansluiting bij het bedrijfsleven. En niet zoveel mogelijk studenten door de molen rammen, ongeachte de (negatieve) maatschappelijke effecten.

Piemelmeten
Niets mis met piemelmeten overigens. Het is voor jongetjes -en ook meisjes, vergeet de invloed van de meisjes niet- een van hun eerste aanrakingen met de wetenschap. Wetenschappelijke vaststelling van biologische kenmerken middels natuurkundig vastgelegde eenheden! Maar zoals zo vaak kunnen er wel perverse prikkels bij ontstaan. En oh wat zijn onderwijsinstellingen toch ontvankelijk voor perverse piemelmeet-prikkels. En dan hebben we het niet eens over het neerzetten van al die megalomane gebouwen. Als de Rijksuniversiteit Groningen (RuGjenooitgenoeg) een gebouw neerzet, dan moet de Hanzehogeschool ook een nieuw gebouw. De langste piemels van beton. Betonpiemels, zo noemen we onderwijsbestuurders ook wel eens. Nee, we hebben het dan vooral over lijstjes. Universiteiten (en dan met name hun bestuurders) geilen op rankings. Want hoe hoger op het lijstje, hoe beter je aanzien. Ja, ego dus. Puur ego. We willen hoog op het lijstje met de snelste supercomputers (doorlezen, leestipje over perverse RuG supercomputer lobby) en we willen op de ranking staan van beste universiteit. En hoe kom je op die ranking? Ten eerste door zoveel mogelijk studenten door je molen te rammen, maar ten tweede door te publiceren. Je bent pas iemand als je hebt gepubliceerd. Wat je publiceert, en hoe relevant het is, dat maakt natuurlijk niet uit. Nee, publiceren! Als je van één onderzoek twee publicaties kan maken is het helemaal geweldig. Als je een beetje kan sjoemelen met de planning van je publicaties waardoor je een betere ranking krijgt: vooral doen! Als je veel studenten suffe onderzoekjes laat uitvoeren en ze die kunnen publiceren: betere ranking! Wetenschappelijk piemelmeten gaat allang niet meer over wie feitelijk de langste heeft, maar wie het meest kan roepen dat hij opnieuw gemeten heeft. Als een onderzoeker maatschappelijk geld (subsidie) los kan peuteren voor een onderzoek naar de luchtverplaatsing van het gewapper van de staart van de Peruaanse kip, dan staat het universiteitsbestuur te klappen als een dolle pinguïn, want er kan weer iets worden gepubliceerd. Wat de maatschappelijke relevantie is van dat onderzoek, interesseert ze niet.

En zo, lieve lezers, eist het onderwijssysteem ons miljarden aan maatschappelijke input, maar is niet thuis als het gaat om verantwoording van maatschappelijke output.

Voer voor uw partijprogramma’s, beste politici.

Tribus Oscula!

 

Sport
door de immer sportieve profsportprofessor Driekus Vierkant

sporten is niet altijd gezond
sporten is niet altijd gezond

Driekus zat eens met verbazing naar die Olympische Spelen te kijken. Sport. Sportiviteit. Profsport. Drie woorden gingen door het hoofd, drie woorden waar ‘sport’ in voorkomt.

Sport
De herkomst van het woord sport komt eigenlijk uit het Frans, waar het vrije tijd betekende. Sport omvat dus eigenlijk oorspronkelijk gewoon elke vorm van vrijetijdsbesteding, alles dat je amusant of onderhoudend vindt. Dus met je dikke pens met bier en chips op de bank naar sportende mensen kijken valt onder sport. Toch wordt sport meer geassocieerd met beweging, waarbij er bijvoorbeeld iets van een competitief element in zit. Gewoon lekkerder bewegen dan een ander dus. Of lekker samen beter bewegen dan een ander dus. Een beetje lekker bewegen af en toe, het is best gezond hobbyen en vrijerijen. Als je maar een beetje voorzichtig doet, want het is niet tof om de rest van de maatschappij en je werkgever op te zadelen als je geblesseerd raakt.

Sportiviteit
Sportiviteit is heel wat anders dan sport. Er zit een element van ethiek in. Tegen je verlies kunnen, bijvoorbeeld als een ander lekkerder beweegt dan jij. Of je inhouden een ander uit te lachen, als zij minder lekker bewegen dan jij. Dat is ook sportief. Vals spelen, het is onsportief, bijvoorbeeld doen alsof je lekkerder beweegt dan een ander terwijl het niet zo is. Of een ander fysiek belemmeren lekkerder te bewegen dan jij. Ook heel onsportief. Sportiviteit heeft ook te maken met respect.

Profsport
Profsport, ook wel topsport genoemd, is weer iets heel anders. Hobbyisme? Nee professionaliteit! Hier wordt niet meer gewoon lekker bewogen en hier wordt sportiviteit vaak inferieur geacht aan commercie en competitie. Hier MOET je winnen, ongeacht je gezondheid, en zonder respect voor een andere sporter. Fanatieke ouders die sneue kindjes dwingen tot extreme prestaties, daarmee hun kindszijn onthouden. Zo’n arm kind dat vijftien jaar lang moet presteren voor de roem (en de centjes) en daarna fysiek en emotioneel gesloopt in een zwart gat valt. Fanatieke profsporters die zich volpompen met steroïden en EPO, hormonen en andere gevaarlijke goedjes, die elke dag het gewicht van hun uitwerpselen meten om te controleren of ze wel lekker bezig zijn. Profsporters die zich hullen in technisch gestroomlijnde pakjes om nog die ene milliseconde sneller te zijn. Nee natuurlijk ben je niet goed bezig, idioot. Met je chemische en technische valsspelerij. Dit heeft niets, maar dan ook niets met sportiviteit te maken. Laat staan sportiviteit. Je eigen lichaam slopen alleen voor de win, doe normaal. Noem één topsport waarbij het nog gaat om lekker (samen) sportief bewegen, met een leuk competitief karakter, zonder dat de boel totaal verpest is met chemicaliën, technologie en een horde foute technische coaches, medische coaches en perverse managers.

Profsport is een pervers voorbeeld
En dan heb je van die topsporters en bestuurders die roepen dat topsport zo belangrijk is voor den mensch. Dat topsporters het lichtende voorbeeld zijn voor gezondheid en sportiviteit. Nee integendeel, ze zijn één van de meest perverse en doorgedraaide mensen die op deze aardbol rondlopen. Topsporters, blijf er ver vandaan. Is het vermaak voor den mensch? Jazeker. Alhoewel we echt niet snappen waarom horden mannen graag naar andere sportende mannen kijken, maar dat terzijde. We snappen best dat we de volgevreten papzakkerige obesitas paupers in ons land wat meer in beweging moeten krijgen, maar profsport is in alle gevallen, GEEN goed voorbeeld voor den mensch.

Fanatieke amateurs
Want wat is namelijk het resultaat van profsport als voorbeeld stellen voor de amateursportende medemens? Ziek fanatisme. Dan krijg je dus van die dikke babyboomers die hun benen gaan scheren, zich in strakke pakjes hijsen en in groepjes op de fiets stappen. Door Drentistan scheuren op je Koga, luid schreeuwen naar elkaar, alsof je potdomme de hoogste berg in de Tour de France aan het nemen bent, en iedereen voor jouw doorgedraaide hobby moet wijken. Rood aangelopen schreeuwende ouders aan het amateurveldje op zaterdagochtend waarop het met dat balletje spelende kindlief leert dat agressie tussen volwassenen blijkbaar heel normaal is.

Kijk, een beetje lekker bewegen is helemaal niet verkeerd. Het liefst doe je dat samen. En het grappige van die sport is dat het dus helemaal niets kost. Lopen, rennen, seks. Prop je keel iets minder vol met mars-repen en frikandellen, laat die cola staan en bespring je medemens wat vaker. Je leven wordt er een stuk vrolijker van.

Bovenstaande rest ons niets dan pleiten om per direct te stoppen met het financieren van elke vorm van amateursport en bovenal al die perverse topsport vanuit publieke middelen. Je beleid werkt averechts. Stop er gewoon mee. Sportzaken zijn geen overheidsding.

En dan is dit blogje precies op tijd af om naar de Formule 1 te kunnen kijken. Met een potje bier en een zak chips.

Moi.