Wereldeconomie en labbekakken

Wereldeconomie en labbekakken
Door wereldburger Driekus Vierkant
geschreven te Kiel-Windeweer anno 2015

Nederland is één van de rijkste landen ter wereld. Dankzij Gronings gas, onze internationale handelsgeest en de stabiliteit in ons land hebben we hier ongekende welvaart.

Nu is die welvaart broos. Ten eerste omdat we boven onze stand leven: de staatsschuld neemt extreem toe. De overheid en iedereen die via de overheid geld ontvangt stort dit land diep in de schulden. Ook staat Nederland bovenaan in het rijtje landen met de grootste hypotheekschulden.

Ten tweede is onze welvaart broos omdat we onze welvaart ook danken aan het beroven van andere landen van hun natuurlijke bronnen, of het inzetten van werkkapitaal in die landen tegen bijzonder lage kosten. Andere landen helpen we juist dankzij onze kennis en handelsgeest aan betere producten, infrastructuur, productie, werk, en kennis. Soms ten koste van onze eigen positie. Of we een ander land ondermijnen, of een land helpen ten koste van onszelf, het interesseert ons eigenlijk niet, zolang ons korte termijn-doel maar wordt behaald: handel.

Hoe meer wij afhankelijk zijn van andere landen (denk hierbij aan instabiele schurkenstaten) voor hun natuurlijke bronnen en werkkapitaal, hoe instabieler onze eigen welvaart. Hoe meer wij andere landen aan onze eigen kennis helpen, hoe minder wij deze kennis exclusief kunnen gebruiken.

Groningen bezit één van de grootste rijkdommen van de wereld: gas. Eigen, goedkope energie is cruciaal voor een land: je bent onafhankelijk en je kan internationaal concurreren. Echter, de Nederlandse overheid heeft energie extreem hoog belast, waardoor wij als burgers en bedrijven respectievelijk minder koopkracht hebben en internationaal niet kunnen concurreren. Ons gas wordt tegen afbraakprijzen verkocht aan andere landen, waardoor Nederland zelf energie moet importeren: dit beleid dient niet het Nederlandse belang. Bovendien ziet de regio Groningen nauwelijks iets terug van de rijkdom: vrijwel alle gasbaten zijn in ambtenaren, uitkeringen en Randstedelijke projecten zoals de Rotterdamse haven en Schiphol gepompt: dat zijn geen economische Parels van Trots maar matig renderende subsidieslurpers. De gasbaten zijn verkwanseld en Groningen zit met de schade. Er moeten dus nog miljarden worden terug-genivelleerd, tien procent van de gasbaten moet naar Groningen, om hier de economie aan te jakkeren.

Nederland is verder het meest genivelleerde land ter wereld. Dit bracht stabiliteit en welvaart voor iedereen. Maar deze nivellering is doorgeslagen: mensen hebben het misschien wel iets te goed in ruil voor wat ze er voor moeten doen. Het woord ‘verdienen’ is niet voor niets letterlijk iets verdienen. Te lang in je comfort zone zitten betekent dat je minder hoeft te innoveren, minder hoeft te bereiken. Je hebt het toch goed? De noodzaak tot competitie is weg, met het risico dat mensen passief en lui worden. De Dutch Disease is erger dan ooit. Lief en vredig maar gezapig. Hier geboren zijn geeft je niet meer rechten dan mensen die elders geboren zijn: wel meer kansen: grijp die dan ook. Je bent verantwoordelijk om in je eigen onderhoud te voorzien. Alleen voor zij die fysiek of geestelijk werkelijk niet in staat zijn bij te dragen is ondersteuning vereist. In andere landen zijn mensen bereid meer risico’s te nemen. Men is bereid harder te werken. Men is bereid ons te beconcurreren met onze eigen handelsgeest, met onze producten, zelfs met onze kennis. En als wij niets doen laten we ons beconcurreren, omdat wij er ooit voor kozen onze productie economie te outsourcen, omdat wij onze eigen arbeid veel te duur maakten, omdat wij onze belastingen veel te hoog maakten en omdat we onze kennis weggeven of verkopen.

Sinds de EU is in Europa een enorme nivellering gaande. Nederland is een netto bijdrager aan de EU. Onze belastingen gaan naar subsidies in andere landen om elders in de EU bedrijven te stimuleren die Nederlandse bedrijven beconcurreren. Met bovendien goedkoper personeel en met lagere belastingen. Geen wonder dat ook Nederlandse bedrijven dan over de grens gaan kijken, niet alleen voor handel maar ook voor het inhuren van arbeid en voor het optimaliseren van belastingen. Niet alleen grote multinationals doen dit: steeds meer MKB krijgt toegang tot dergelijke faciliteiten. En het MKB is de echte motor van onze economie. En dat MKB duwen we nu dus ons land uit, wederom omdat arbeid hier te duur is, en omdat belasting op arbeid en op winst te hoog is in Nederland ten opzichte van andere Europese landen. Maar ook omdat de werkethos van personeel in Nederland lager is dan die in andere Europese landen: mensen zijn verwend: oudere werknemers zitten vastgeroest in verworvenheden zoals CAO’s en jonge werknemers verwachten bij hun eerste baantje dat ze maar 32 uur per week hoeven te werken. In Oost-Europa zitten hordes enthousiaste mensen klaar om deze banen over te nemen: en dat is niet meer beperkt tot banen als vrachtwagenchauffeur of stukadoor: nee ze staan te popelen om managementfuncties en hightech functies in te gaan vullen. Tegen een fractie van wat Nederlanders kosten en ze zijn bereid om 60 uur per week te knokken. Onze kenniseconomie is niet te beschermen: juist dankzij Internet is (onze) kennis binnen een split second overal ter wereld aanwezig. Onze eigen universiteiten openen notabene vestigingen in China om onze kennis weg te geven. Internationale studenten komen hier van ons leren en beconcurreren ons vervolgens vanuit hun eigen land met onze kennis.

De trend van globalisering is niet te stuiten. Je grenzen dichtgooien en je eigen markt beschermen betekent je als land afzonderen van de wereldeconomie. Dat is geen optie. Die optie is zelfmoord voor een land zonder serieus grote bronnen: het Groninger gasveld is al half op en we waren zo dom het Noorse model met een riant gasbatenfonds niet te volgen. Nederland zal dus moeten accepteren dat we in een open wereldmarkt keihard moeten innoveren en moeten durven concurreren. Doen we dit niet, dan vervallen we tot een derde wereldland. Heel Europa dreigt zelfs een derde-wereld continent te worden als we geen goede strategie gaan volgen. Andere werelddelen zijn in opkomst, ze hebben natuurlijke bronnen en ze hebben miljoenen, zelfs miljarden mensen die ons welvaartsniveau willen bereiken: desnoods, of zelfs graag ten koste van ons.

Zo’n internationale strategie kan alleen werken als Nederlandse bedrijven internationaal gaan concurreren, hier gaan innoveren, hier hun personeel inhuren, hier hun geld uitgeven en hier hun belasting betalen. Om dit te kunnen hebben Nederlandse bedrijven een internationaal fair level playing field nodig: betaalbare arbeid, een productie-economie, een niet-academische kenniseconomie, lage belastingen en een positieve, constructieve en competitieve arbeidsethos. Nederlandse bedrijven hebben de wereld aan hun voeten, we hebben zoveel kansen, maar het is nu wel het moment om die te gaan pakken.

Geen politieke partij zal dit durven zeggen maar veel Nederlanders zullen moeten accepteren dat hun welvaartsniveau omlaag zal gaan. Arbeid moet goedkoper worden want de lonen zullen omlaag moeten. Gebeurt dit niet, dan zullen banen verdwijnen. Geen politieke partij zal aandurven de overheidsbegroting te saneren maar het is noodzakelijk de lastendruk onder het niveau van andere landen te krijgen om internationaal te kunnen concurreren. Anders zullen bedrijven verdwijnen. We zullen de productie-economie weer naar Nederland moeten halen: ook mensen met een HBO-diploma (voor wat het nog waard is) zullen moeten accepteren dat er niet voor iedereen een management of hightech functie beschikbaar is. Werk is werk. Beter dan geen werk. Onderwijsinstellingen zullen veel minder academisch maar veel meer industriegericht moeten werken: accreditatie door bedrijven als afnemers van de slimste en meest toegepaste en meest op de markt aansluitende studenten van de wereld is essentieel.

En last but not least: mensen moeten wennen aan de noodzaak om hard te werken voor behoud van welvaart. Voor jou duizend anderen uit China, voormalig Oostblok, Brazilië, India, België, Duitsland. Die wel willen.

Dat brengt ons op de discussies over het basisinkomen. Het principe van het basisinkomen druist volstrekt in tegen de noodzaak om collectief de mouwen harder op te stropen. Het basisinkomen belooft de hoogste vorm van welvaart te bieden maar het tegendeel is waar, juist omdat het de broodnodige werkethos ondermijnt.

Overigens: welvaart is niet hetzelfde als geluk. Mensen zijn het gelukkigst als ze actief kunnen bijdragen aan de samenleving in plaats van deze te ondermijnen door zich er afhankelijk van op te stellen.

Daarom stellen wij voor alle labbekakken een jaar zonder inkomen naar een economisch opkomend land te sturen, om ze te leren hoe bevredigend het is om bij te dragen aan een positieve, groeiende economie en om je eigen geld te verdienen.

Broccolifields Forever!