Toen Driekus nog veel jonger en een beetje slanker was had hij een keer een date geregeld via het internet. Ze kwam uit Amsterdam en wilde een keer in 050 op stap. Hij haalde haar op van station Groningen. Ze was blond, iets voller dan op de foto, en stapte vrolijk uit de trein, grappen makend met de conducteur. Ze had een fles wijn in de hand. ‘Wat aardig’, dacht Driekus, ‘dat ze die voor mij meeneemt.’ Maar hij was al half leeg, ze was teut.
Ze gingen op stap, whisky drinken in de Toeter en daarna naar de Drie Uiltjes, maar daar waren ze uiteraard weer snel weg. Ze belandden in de Kromme Elleboog en dronken en lachten en kletsten er op los.
‘Pak je de laatste trein terug’, vroeg Driekus? ‘Nou liever de eerste’, zei ze. Ze bleef dus slapen, de hint was duidelijk. Dat werd eerst nog dansen in de Peperstraat. En een broodje shoarma bij de Caïro. Samen reden ze in de trekker naar Kiel-Windeweer en hadden onderweg lol. Ze zongen met de slechtste liedjes mee, doken thuis aangekomen in Driekus zijn bedstee, en genoten even van het leven.
De volgende ochtend vroeg ze: ‘kom je binnenkort een keertje naar Amsterdam?’. ‘Prima’, zei Driekus. Dat betekende eigenlijk ‘ach we zien wel.’ Ze aten snel een broodje, hij bracht haar weg, hij kreeg een volle zoen, ze stapte op de trein, en dat was het. Hop, aan het werk, want het volk moeten eten.
Een berichtje. ‘Kom je binnenkort langs?’ Ach ja waarom ook niet. Amsterdam kan gezellig zijn. ‘Blijf maar slapen’. Ook gezellig ja.
Dus Driekus helemaal naar de grote stad. Twee saaie uren in de sovjetrups en dan een taxi naar haar huis. Ze had een winkeltje. Het was eigenlijk van haar ouders uit de provincie, en hun deal was dat ze voor hen dit winkeltje bestierde zodat ze in Amsterdam haar eigen huis kon betalen. Het was einde van de middag, hij belde aan met een volle ongeopende fles wijn in de andere hand. De deur zwaaide open en Driekus kreeg meteen een dikke zoen. ‘Kom binnen, er zijn ook wat vrienden!’ Euh, wat?
Daar zat Driekus tussen zes Amsterdammers, die al flink in de olie waren. Niet bepaald de date die hij voor ogen had. ‘Hopelijk gaan ze snel weg’, dacht hij.
Al gauw ging het gesprek over politiek. Want wat bleek nou, hier zat de kern van de Amsterdamse Jonge Socialisten, de Mokumse PvdA jugend. ‘Hahaha’, dacht Driekus bij zichzelf, ‘waar de fuck ben jij nou weer in terecht gekomen!’
Politiek inhoudelijk werd het niet, het ging meer over het behouden van de linkse macht, elitaire betogen over culturele volksverheffing, en nogal neerbuigend naar de werkende klasse en allochtonen, die vooral zielig werden gevonden en moesten worden geholpen.
Het was inmiddels tegen twaalven. ‘Zullen we de taxi bellen?’ vroeg er eentje. Ah, daar was de verlossende opmerking, eindelijk kon Driekus alleen zijn met zijn date! Maar de taxi betekende iets geheel anders. De kassa werd open getrokken, vier briefjes van 50 werden eruit gehaald, (zouden pa en moe dit hebben weten?), eentje liep richting de taxi en deze reed precies 1 rondje.
Daar zaten ze weer. Op de rood geverfde tafel werd wit poeder uitgestrooid. Er werden kruisjes van gemaakt. Als het logo van Amsterdam. Met een rietje ging het marcheerpoeder zo de socialistische neuzen in. Of Driekus ook wilde. ‘Nee hoor bedankt.’ Driekus heeft een hekel aan drugs. En al helemaal een hekel aan coke.
De laatste trein redde hij niet meer en hij had teveel gedronken om naar huis te rijden. Dus Driekus is in haar bed gaan pitten. De hele nacht bleven ze op, geanimeerde onzin schreeuwend over de sociaaldemocratie.
De Amsterdamse JS waren cokejunkies. Het verbaasde Driekus niet. De volgende ochtend om 6:00 stond hij op. Daar zaten ze nog, beneden, een beetje te hangen op de bank. Van werken hadden ze dus ook al niet gehoord. Ook geen verrassing.
‘Moi’, zei Driekus. ‘Ga je weg?’ ‘Ja. Doei.’ Kutstad.
True story dit! Nog steeds benieuwd hoeveel van die JS junkies in de PvdA gemeenteraad en in die partij zijn doorgestroomd.
Drie Kusjes maar niet van die drie kruisjes dus.


