Recensie: Smultatuli — De Kaping van de K-295 Samara

Door Gerda van den Oever


Stel je voor: vijf vrienden uit een Gronings lintdorp besluiten tijdens een uit de hand gelopen kroegentocht stomdronken om een Russische kernonderzeeër te stelen. De volgende ochtend blijkt één van hen het plan al volledig te hebben uitgewerkt. Wat volgt is een angstaanjagende actuele thriller met grote geopolitieke gevolgen en WWIII.

Dat is Smultatuli, het debuut van Driekus Vierkant (pseudoniem), broccoliboer uit Kiel-Windeweer. Je wilt weten hoe dit in godsnaam afloopt. Maar er zit veel meer in het boek dan alleen een spannend verhaal dat je het liefst in één ruk uitleest, en dan nog een keer leest.


Wat het is

Op het eerste gezicht is Smultatuli een heist-roman. Vijf dorpelingen met elk een eigen specialisme: een hacker, een zeeman, een datascientist, een radiotechnicus, en een broccoliboer met een grote mond, bereiden maandenlang een operatie voor vanuit een aftandse caravan met oranje gordijntjes en een Starlink-schotel op het dak. Ze reizen naar de Krim, infiltreren een marinehaven, en dan begint het pas echt. De actie is spannend. Er zijn momenten waarop je als lezer letterlijk je adem inhoudt… en dan maakt iemand een opmerking over shoarma en moet je hardop lachen.

Dat is kenmerkend voor dit boek: het schakelt voortdurend tussen doodsangst en droge Groningse humor, tussen geopolitieke spanning en frikandellengrappen, tussen echte woede en warme vriendschap, tussen fictie en realiteit. Het resultaat is een leeservaring die je niet snel vergeet, niet omdat het zo literair is, maar omdat het zo aanstekelijk is.

Wat het ook is

Maar wie alleen het avontuur leest, mist de helft. De titel verraadt al dat er meer aan de hand is. Smultatuli, de smullende variant van Multatuli, de 19e-eeuwse schrijver die met Max Havelaar het koloniaal misbruik in Nederlands-Indië aan de kaak stelde. Waar Multatuli schreef over de gedwongen koffieteelt waarvan de opbrengsten naar Nederland vloeiden, schrijft Smultatuli over de Groninger Veenkoloniën: een regio die al meer dan een eeuw wordt afgegraven, leeggepompt en belast, terwijl de opbrengsten elders naartoe gaan.

Die aanklacht zit niet in droge betogen maar in de woede van Driekus als hij na een avond stappen ziet dat er weer zeshonderd euro is afgeschreven door zijn energiemaatschappij. In het verhaal van zijn overgrootouders in de plaggenhut. In de frustratie van een generatie die opgroeide met aardbevingen en kapotte huizen. Het boek is grappig, maar de pijn eronder is echt.

De lagen

Wat Smultatuli interessanter maakt dan een doorsnee avonturenroman is de hoeveelheid lagen die erin zit. Sommige zijn voor iedereen zichtbaar, andere alleen voor oplettende lezers, en weer andere pas als je de context kent:

Een pleidooi voor energieonafhankelijkheid. Onder het spektakel zit een serieus doordacht betoog over decentrale energie. De personages willen niet alleen goedkope stroom: ze willen onafhankelijkheid. Zelf opwekken, zelf delen, zonder dat de fiscus elke kilowattuur belast. Het boek schetst een toekomst waarin een dorp zijn eigen energie produceert en daarmee niet alleen goedkoper uit is, een sterke economische groei en welvaart meemaakt, maar ook weerbaarder wordt: als kabels worden gesaboteerd of centrales uitvallen, draait de eigen stroom gewoon door. Dat klinkt als fantasie, maar de argumenten zijn verrassend concreet, inclusief een messcherpe analyse van waarom het huidige systeem van centrale opwekking en energieheffingen volgens de auteur een fossiel is dat op instorten staat. Energie is bovendien niet alleen het thema maar ook de metafoor van het hele boek: de personages bruisen ervan, hun vriendschap geeft het, en de kernreactor van de onderzeeër staat symbool voor de fundamentele verschuiving van afhankelijkheid naar eigenaarschap.

Digitale soevereiniteit. Een rode draad die je misschien pas bij de tweede lezing opvalt: het boek is doordrenkt van waarschuwing voor digitale afhankelijkheid. De personages communiceren via Signal, niet WhatsApp. Ze kopen anoniem een Starlink-schotel, maar vertrouwen die uiteindelijk niet. Als Starlink wereldwijd wordt platgelegd (een cruciaal plotpunt) blijken ze op een oude analoge 27mc-zender terug te kunnen vallen. De boodschap: wie zijn communicatie in handen geeft van een bedrijf of overheid, is kwetsbaar. Echte onafhankelijkheid begint bij controle over je eigen data en je eigen verbindingen. In een tijdperk waarin Starlink een schakel is in geopolitieke machtsspellen is dat geen paranoïa maar realisme.

Een transmediaal experiment. Dit is misschien de meest verrassende laag: de vijf hoofdpersonages bestaan als echte accounts op X/Twitter. Terwijl het boek werd geschreven, communiceerden ze in real-time met elkaar en met het publiek. De tweets corresponderen met de gebeurtenissen in het verhaal. Wie de accounts volgde was, zonder het te weten, getuige van het ontstaan van het verhaal. In het boek zelf ontdekt een journaliste deze accounts en twijfelt: is dit echt, of is het een grap? Diezelfde vraag kon het echte publiek zich stellen. Die vervaging van fictie en werkelijkheid is niet alleen een gimmick: het is het centrale artistieke principe van het boek.

Een feitelijk fundament. Ondanks de absurditeit is het verhaal tot in detail onderbouwd. De onderzeeërbeschrijvingen, de navigatieroutes, de locaties, tot en met een bestaand restaurant in Sebastopol, zijn gebaseerd op werkelijk onderzoek. De interieurbeschrijvingen zijn te specifiek en te zintuiglijk voor puur Google-werk; hier heeft iemand navraag gedaan bij mensen die weten hoe het erin ruikt. Werkelijke incidenten met onderzeeërs uit 2024 zijn verweven in het plot, waardoor je als lezer steeds minder zeker weet waar de werkelijkheid ophoudt. Dat geeft het verhaal een ongemakkelijke geloofwaardigheid: je lacht, maar je denkt ook: zou het eigenlijk kunnen?

En dan is er nog de vergunningsaanvraag. De auteur heeft werkelijk, voordat hij het boek schreef, de gemeente Midden-Groningen gemaild met de vraag of een vergunning nodig was voor een onderzeeër met een kernreactor in het Kieldiep. De gemeente antwoordde dat het kon. Die mail ging viral op X. En werd vervolgens een cruciaal moment in het boek. Fictie die werkelijkheid wordt die weer fictie wordt.

Regionale trots, en zelfkritiek. Het boek is een liefdesverklaring aan Groningen: aan de kroegen van Stad, aan het platteland, aan de nuchterheid, aan de eigenwijsheid. Maar het is geen blinde verheerlijking. Driekus bekritiseert ook de Groningers zelf: het slachtofferschap, het geklaag, de passiviteit, het calimero-gedrag. De boodschap is niet “wij zijn zielig” maar “we moeten ophouden met zielig doen en zelf actie ondernemen.” Het Kieldiep (het veenkanaal dat ooit werd gegraven voor de turfwinning) verandert in het boek van symbool van koloniale uitbuiting in symbool van zelfbeschikking. Dat is geen subtiliteit, dat is een statement.

Vriendschap als motor. Onder alle actie en politiek zit een warme kern: vijf gewone mensen die voor elkaar door het vuur gaan. Geen superhelden, geen speciale krachten, gewoon een broccoliboer die zijn bier niet kan betalen, een stille hacker met sociale angst en een spectaculaire liefdestwist, een zeeman met drankzucht, een ambtenaar en een Friese hobbyist. Hun kracht zit niet in wat ze kunnen maar in dat ze er voor elkaar zijn. De momenten waarop dat zichtbaar wordt, en die zijn er tussen alle grappen door, zijn de stilste en sterkste van het boek.

Geopolitieke satire. Het verhaal speelt zich af in de echte wereld van 2024, compleet met de oorlog in Oekraïne, Starlink, autonome militaire technologie, en herkenbare wereldleiders waaronder Rutte, Poetin, Musk en Trump. De boodschap is ontwapenend: de grote geopolitiek is net zo chaotisch en toevallig als het plan van vijf Groningers. De wereld verandert niet door de grote strategieën van machthebbers, maar door de onvoorspelbare acties van gewone mensen die op een avond iets te veel gedronken hebben.

De Multatuli-spiegel. De parallellen met Max Havelaar gaan verder dan de titel. De opening parafraseert bewust Multatuli’s beroemde eerste zin. Het voorwoord van een professor die beweert dat het boek géén fictie is, spiegelt Multatuli’s raamvertelling met Batavus Droogstoppel, met een knipoog naar een boek van W.F. Hermans. En de kernvraag is dezelfde: hoe lang laten we toe dat een regio wordt uitgebuit ten gunste van het centrum? In 1860 ging het over koffie uit Java. In 2024 over gas en energie uit Groningen. De parallellen zijn pijnlijk actueel. Maar dan zonder de pretentie op het niveau van Multatuli te zijn.

Een stille afrekening. Wie de voorgeschiedenis van het Twitter-account @DriekusVierkant kent, ontdekt een extra laag. Het boek bevat subtiele verwijzingen naar mensen die de auteur in het verleden hebben belasterd vanwege het fictieve Driekus personage: een valse OSINT-journalist die slecht werk leverde, een groepje vrouwen dat satire voor haat aanzag en werkelijkheid en fictie niet onderscheidde, een voormalig compagnon die een project kaapte. Het boek benoemt ze niet bij naam en besteedt er geen tirades aan. De afrekening is eleganter: de beste wraak is goed leven, of in dit geval, een goed boek schrijven dat beter is in OSINT, liberaler en progressiever is, en creatiever is, en zo de draak met deze mensen steekt. De pen met humor als wapen.

De personages

De kracht van het boek zit bovenal in het gezelschap. Driekus is geen held, hij is een broccoliboer die een hekel heeft aan zijn eigen gewas, die verslaafd is aan zijn telefoon en aan shoarma, en die in de meest levensgevaarlijke situaties grappen blijft maken. Berend is een stille, sociaal onhandige hacker die de hele nacht doorwerkt op energiedrank en met een GroenLinks-sticker op zijn Dodge Ram rijdt, geplakt door Driekus. Gezinus is een zeeman en stevige drinker die door de hele wereld heeft gevaren. Gerda is de nuchterste van het stel, de enige met een vaste baan. Jelle is Fries, wat in Groningen al een grap op zich is.

Ze plagen elkaar genadeloos over hun gewicht, hun afkomst, hun liefdesleven, hun drankgebruik en juist in die ruwheid zit de warmte. Dit zijn vriendschappen die niet op beleefdheid draaien maar op onvoorwaardelijke loyaliteit. Als het erop aankomt, gaan ze letterlijk voor elkaar door het vuur. Of door de Zwarte Zee. Op sloffen.

Wat het niet is

Smultatuli is geen literaire roman. De stijl is informeel, soms anti-literair, wat past bij de karakters, de zelfspot en de rebellie. De auteur waarschuwt zelf voor “tiep- en stijlfouten” en belooft de vinder een sixpack Schultenbräu. De geopolitieke subplot met Trump, Biden, Putin en Musk is breed uitgesponnen. En sommige passages lezen als een betoog met personages eromheen in plaats van andersom.

En dat past bij wat het boek wil zijn: geen gladde roman, maar een verhaal dat bruist van energie, geschreven door iemand die duidelijk veel plezier had in het schrijven, en dat plezier op elke pagina overdraagt.

Waarom lezen

Omdat het grappig is. Omdat het spannend is. Omdat je na het lezen anders naar je energierekening kijkt. En nadenkt over je afhankelijkheid van digitale diensten. Omdat je, als je ooit door Groningen rijdt, bij Kiel-Windeweer even stopt om te kijken of er niet ergens toch een commandotoren boven de boerderijen uitsteekt. Omdat het een boek is over gewone mensen die iets onmogelijks doen, en dat is het soort verhaal waar de wereld nu behoefte aan heeft.

En omdat er, onder alle grappen en actie, een serieuze vraag in zit die blijft hangen: wat zou er gebeuren als gewone mensen werkelijk de regie over hun eigen energie, hun eigen data en hun eigen leven zouden pakken? Als vijf vrienden uit een veenkoloniaal lintdorp het konden, waarom wij dan niet?

De bovenste lagen zijn voor iedereen; de lagen zo diep als een onderzeeër zijn alleen voor ingewijden. Maar ze werken allemaal tegelijkertijd, en ze versterken elkaar. De feitelijke nauwkeurigheid maakt het avontuur spannender. De persoonlijke afrekening maakt de satire scherper. De Twitter-accounts maken de maatschappelijke aanklacht actueler.

Het resultaat is een boek dat je op tien manieren kunt lezen en dat op elke manier werkt: van simpel avonturenverhaal tot meerdimensionaal mediaproject met een persoonlijke kern. En dat alles geschreven door een man die beweert broccoliboer te zijn, het met anderhalve kilo chocoladepepernoten heeft geschreven, en tiep- en stijlfouten beloont met een sixpack Schultenbräu.

Dat is misschien wel de ultieme laag: de auteur die beweert niets bijzonders te zijn, terwijl hij een van de meest gelaagde Nederlandse debuutromans van 2025 heeft geschreven.

Download het. Lees het. En als je Driekus tegenkomt op X: drie kusjes.