Door artistiek hoofdredacteur Driekus Vierkant
Poah moi eem! De RONO brengt een ontluisterend artikel: Wanbestuur dreef Groninger Museum naar de rand van de afgrond.
Oh ons eigen Museum. De trots van Groningen. Naast de FC natuurlijk. En de eierbal. Ons culturele hoogstandje, de parel, blijkt (goh) een stuurloos schip, daar in de zwaaikom. Geen grip op de centen, verkeerde cijfers presenteren, geen focus op bezoekers, en dat terwijl er jaarlijks miljoenen van uw (ja uw) belastingcenten in worden gepompt. Dit vraagt om een radicaal andere koers, met dus ook een nieuwe kapitein, zou je zeggen.
Wat treft nu het toeval (niet geheel toevallig hoor) dat eerder op die dag het Krantje de huidige kapitein uitgebreid de kans geeft om verhuld in journalistieke vorm een goed-weer-show als gratis advertorial te plaatsen: Zo trekt artistiek directeur Roos Gortzak het Groninger Museum uit het slop: ‘Zogenoemde blockbusters leveren vaak niet veel op’
Lees die twee artikelen zelf even. Hebben wij ook al even voor je gedaan. En we hebben ook een mening over het DvhN artikel! Komt ie hoor!
De communicatiestrategie
Terwijl de WOO-documenten worden vrijgegeven, werkt het museum aan een communicatiestrategie: damage control. Dat begon met de FAQ van 3 februari 2026. Gepresenteerd als openheid, maar in werkelijkheid een selectieve samenvatting van de crisis die de scherpe kanten eraf haalt. “Het gaat goed, ook al bevinden we ons in een periode met uitdagingen.” De ambtenaar die “0,0 vertrouwen” schreef, las dit vermoedelijk met stijgende verbazing.
Dan het DVHN-interview. Gortzak en Stellingsma krijgen een podium in de regionale krant die eerder zelf kritisch over hen schreef. Ze mogen blockbusters herdefiniëren, het bezoekersaantal relativeren, hybride werken normaliseren en Vierkants vertrek wegmasseren en overal vaag over blijven. De journalisten stellen de juiste vragen maar haken niet door. Geen enkel antwoord wordt geconfronteerd met de feiten uit de ambtelijke memo’s die de krant zelf had kunnen opvragen.
En dan de stilte over de harde vragen. Hoeveel geld wordt er precies gevraagd? Wat zijn de consequenties als het plan niet werkt? Wat zei Vierkant precies over de directiestructuur? Heeft de gemeente nog vertrouwen in Gortzak persoonlijk? Deze vragen stelt niemand publiekelijk. Ze leven wel, in memo’s, in e-mails, in ambtelijke notities, maar komen de krant niet in.
Krantje helpt mee?
Het stuk is gepresenteerd als een ‘kritisch’ interview, maar functioneert feitelijk als een podium. Gortzak en Stellingsma mogen vrijwel elk frame zelf neerzetten. De journalisten stellen wel vragen, maar laten de antwoorden grotendeels onweersproken staan.
Stellingsma en Gortzak zetten blockbusters weg als een misverstand, bijna als iets naïefs. Maar uit het RTV Noord-stuk blijkt dat adviesbureau Berenschot en de subsidiënten juist meer publiekstrekkers zien als onderdeel van de oplossing. De vraag is dus niet filosofisch (“wat is een blockbuster?”) maar financieel: hoe trek je 200.000 bezoekers? Die vraag wordt hier handig omzeild. Dat wekt weinig vertrouwen naar de toekomst.
Stellingsma zegt dat 150.000 bezoekers “verrekte goed” is. Terwijl het Groninger Museum feitelijk slechter presteert dan andere vergelijkbare musea. Een kwart minder bezoekers is echt niet verrekte goed, het is het verschil tussen succes en faillissement. Uit de ambtelijke documenten weten we dat Gortzak dit getal eerder al noemde tegenover ambtenaren, die dat expliciet als een alarmsignaal bestempelden. In het interview wordt dit gepresenteerd als een nuance. Het is in werkelijkheid een breukpunt met de subsidiënten.
Wat hier schokkend is, is dat er geen oog lijkt te zijn voor de bezoekers, niet in aantallen voor de exploitatie, maar ook niet in de inhoudelijke programmering. Nergens wordt gevraagd: voor wie zijn we hier eigenlijk? Nergens wordt gezegd: onze subsidieverstrekkers verwachten een programmering die mensen trekt en verrast, en daar staan wij voor.
Op de vraag of de interne onrust voorbij is, antwoordt Stellingsma: “Verminderd.” Dat is een opmerkelijk eerlijk antwoord, maar het wordt niet doorgevraagd. Wat is er nog over? Wie is er nog ontevreden, en waarom? Het is duidelijk dat er intern nog een storm heerst. Als je dat gaat downplayen dan komt dit als een boomerang terug.
Gortzak zegt zich niet te herkennen in het eerdere DVHN-artikel over haar dominante stijl, en voegt toe dat ze zelf journalist is geweest. Dat laatste is een diskwalificatie van de kritiek, en een poging om niet op de vraag in te hoeven gaan. De vraag of de inhoud van de kritiek klopt wordt niet beantwoord. Waarom vraagt DvhN niet door? Heeft Gortzak wel zelfreflectie?
Gortzak woont deels in Karlsruhe vanwege haar kinderen. Een bijzondere keuze om een artistiek leider aan te stellen die niet fulltime op locatie kan werken. Ze pareert de vraag met “anno 2026 begrijpt iedereen hybride werken.” Maar de kritiek gaat niet over thuiswerken, het gaat over een artistiek directeur van een museum in nota bene crisis die niet fulltime aanwezig is. Die kern wordt niet geraakt. Waarom wordt niet gevraagd hoe vaak ze echt aanwezig is, en of dit op de werkvloer als voldoende wordt ervaren? Waarom wuift ze dit zo arrogant weg?
Zakelijk directeur Vierkant vertrok omdat hij de tweehoofdige directiestructuur niet werkbaar vond. In het interview wordt dit weggemasseerd met “op andere plekken werkt het wel.” Ja maar hier dus niet, en waar lag dat dan aan! Het feit dat de enige persoon die de structuur van binnenuit kende er direct mee stopte, is veelzeggend. Dat blijft onderbelicht.Waarom is Vierkant niet geïnterviewd?
De journalisten stellen nette vragen, maar haken niet door als de antwoorden vaag blijven. Hoeveel extra geld vraagt het Museum precies aan gemeente en provincie? Wat zijn de concrete gevolgen als het plan niet werkt? En de meest cruciale vraag wordt hier helemaal niet gesteld: heeft de gemeente nog vertrouwen in Gortzak persoonlijk?
Het interview leest als gecontroleerde openheid. Het museum geeft genoeg toe om geloofwaardig over te komen, maar stuurt het gesprek consequent weg van de harde vragen. De toon is constructief en vooruitkijkend, precies zoals een communicatiestrategie dat zou voorschrijven.
Dit is journalistiek gevaarlijk. Ze laten een frame staan dat ze zelf hadden kunnen ontmantelen. De lezer denkt in het artikel twee onafhankelijke perspectieven te krijgen en krijgt in werkelijkheid crisismanagement. Het blijft allemaal in het vage.
De vaagheid komt ook terug in het woordgebruik. De culturele sector heeft een eigen vocabulaire dat indrukwekkend klinkt maar volstrekt inhoudsloos is. “Vloeiende holistische bezoekerservaring”, “interdisciplinariteit”, “dialoog aangaan met de architectuur”, “uitgaan van je eigen kracht en collectie.” Het klinkt als visie maar zegt niets concreets. Wat gaat er anders? Welke keuzes worden gemaakt? Welke niet? Dat blijft volledig in het vage.
Voor een interview met een artistiek directeur is het opvallend hoe weinig over kunst wordt gesproken. De drie aangekondigde tentoonstellingen worden genoemd maar niet toegelicht. Waarom juist deze? Wat zeggen ze over de nieuwe koers? Hoe onderscheidt dit Groningen van andere musea? Gortzak heeft blijkbaar een visie, vindt ze, maar we horen die niet.
Is Krantje nou aan het helpen of exposed men de crisismanagementpoging van het museum bewust ???
Closeread!
Wat komt er in het plan van aanpak te staan?
NS: „We hebben twee jaar nodig om te komen bij wat we voor ons zien: een nieuwe strategische koers en een verbetering van hoe we intern en financieel georganiseerd zijn. Bureau Berenschot zegt dat er heel veel goed gaat bij het Groninger Museum. Sommige dingen kun je verbeteren, zoals de artistieke koers, de interne organisatie en aansturing. Dat je meer transparantie probeert te krijgen in financiële administratie en functieomschrijvingen.”
Nog twee jaar negatieve cijfers? ‘Er gaat ook veel goed’ is wegdraaien van de core problemen! De artistieke koers is een intern gericht bubbeltje, gericht op een kleine elite, dat is niet waar al dat belastinggeld voor is bedoeld! Het is qua aansturing en financiën een bende! Daar ga je geen 2 jaar over doen, daar moet per direct op worden ingegrepen.
Gaat het museum vaste banen schrappen?
NS: „Berenschot zegt iets over de verhouding tussen vast en flexibel personeel, daar gaan we nader naar kijken. Berenschot constateert ook dat het niet zo gek gesteld is met de personeelskosten – daar zit het dus niet in. Het zit misschien in de wendbaarheid van de organisatie. Er moet gekeken worden naar wat we vast en flexibel nodig hebben.’’
Het Museum heeft ten opzichte van andere musea teveel medewerkers! En daar is nooit op ingegrepen. Dus veel te hoge basiskosten, en tegelijkertijd een slechte programmering, dus minder bezoekers dus minder inkomsten.
Heeft het museum extra geld nodig van de gemeente en provincie?
NS: „Voor de twee jaar van transitie vragen we een bijdrage van de overheden. Over de hoogte daarvan zijn we in gesprek. Met transitie bedoelen we geen reorganisatie.”
Dus je draait al dik verlies door er een zootje van te maken en dan heb je het lef om nog meer publiek geld te vragen, zonder dat er een concreet plan ligt met ronkende bezoekersaantallen en succesvolle exposities… En die opmerking over reorganisatie is interessant, want die gaat er echt wel komen, want er is teveel personeel.
Hoe staan jullie tegenover het programmeren van blockbusters?
NS: „Het is alsof een blockbuster een heilige graal is. Het suggereert dat je iets koopt wat rondreist over de wereld. Wij spreken liever over publiekstrekkers.”
Publiekstrekkers of blockbusters, gaan we nu woordspelletjes doen? Het gaat erom dat je een programmering maakt die meer bezoekers gaat trekken, zodat er meer tickets worden verkocht en je niet nog verder in de financiële problemen komt.
RG: „Blockbusters zijn tentoonstellingen waarvan je dénkt dat ze veel bezoek en geld opleveren. Voor een organisatie, voor stad en ommeland, leveren ze vaak helemaal niet zoveel op. Blockbusters kosten veel, ze zijn niet duurzaam. Je moet onderscheidend zijn, uitgaan van je eigen kracht en collectie. De vraag moet zijn ‘Waarom deze tentoonstelling in Groningen?’, ‘Waarom doen we het hier?’”
Ja natuurlijk denk je dat blockbusters veel bezoek en geld opleveren. En als je een reizende tentoonstelling inkoopt dan kun je dat ook onderbouwen aan de hand van hoe het elders heeft gedraaid. Dit is het diskwalificeren van grote tentoonstellingen! De blockbusters van het museum in het verleden hebben de organisatie en stad en ommeland veel gebracht. En wat is duurzaamheid nu weer voor een gezocht kul-argument? Heb je dan echt geen betere argumenten? Ja natuurlijk moet je je afvragen waarom je het hier doet. En ook waarom je het niet zou doen! De kernvraag is: hoe ga je met je programmering zorgen voor grotere toeloop, voor meer succes, voor meer tickets, voor meer inkomsten, uit populaire tentoonstellingen, zodat je daarnaast ook de wat minder populaire en meer artistieke tentoonstellingen kunt verzorgen? Als je daar als artistiek directeur geen visie op hebt, en geen plan, hoe denk je dan dat dit overkomt bij de subsidieverstrekkers?
Is het museum financieel weer in control ?
NS: „In de jaren 2022, 2023 en 2024 was het financiële resultaat steeds moeilijk voorspelbaar. Naar aanleiding daarvan is het toezicht door de gemeente en provincie verscherpt. Dat zal nog wel even zo blijven, ook omdat we in gesprek zijn om toekomstbestendiger te worden.”
Het korte antwoord is: nee dus.
Hoe is het gesteld met het gebouw en het depot? Volgens Berenschot moet het gerenoveerd en verduurzaamd worden.
NS: „Het museumgebouw staat er fantastisch bij. Het vastgoedbedrijf van de gemeente Groningen doet het onderhoud. Dat is een goede partij. Over het depot zeggen wij: laat ons de organisatie zijn die zich met de kerntaken bezighoudt – collectie, presentatie, participatie en educatie.”
Je mag als museum je in de handjes knijpen dat de gemeente naast miljoenen subsidies geven ook nog eens het pand onderhoudt. En het depot hoort ook gewoon bij het museum, maar blijkbaar zoek je een uitweg voor je financiële mismanagement door de kosten van het depot buiten de begroting te krijgen.
Roos Gortzak, jij verdeelt jouw tijd als artistiek directeur tussen Groningen en Karlsruhe waar je kinderen wonen. Is dat wenselijk en werkbaar?
RG: „Het is een tijdelijke situatie. Mijn kinderen zijn 16 en 18 jaar. Ik hoop dat ze naar de universiteit of kunstacademie in Groningen gaan. Anno 2026 wordt hybride werken door iedereen begrepen. Ik sta elke ochtend op met het Groninger Museum en ik ga elke avond naar bed met het Groninger Museum.”
Hybride werken is een kulsmoes. De tent staat in de fik en je bent er niet. Dat is de kern van het probleem hier.
Het wordt door sommigen wel als probleem ervaren.
RG: „Een artistiek directeur moet zich met programmering onderscheiden en excelleren. Daarvoor moet je je in de wereld bewegen. Zien wat er is in Londen, of tijdens de Kochi Biennale in India. Ik ervaar het niet als probleem.’’
Onderscheid je dan en excelleer dan! Prima als je andere musea en exposities bezoekt. Maar als de tent in de fik staat dan ben je er. Je komt zelfverzekerd over met het opstaan en naar bed gaan met het museum, maar in de WOO documenten staat letterlijk zwart op wit dat de gemeente geen vertrouwen meer in je heeft. Het is de kern van het probleem dat je het niet als probleem ervaart!
De Raad van Toezicht heeft onder voorzitterschap van Jacques Wallage gekozen voor een tweehoofdige, gelijkwaardige directie. Jan Geert Vierkant is weggegaan omdat hij het geen goede structuur vindt.
NS: „Op andere plekken zien we dat het kan werken.”
Ja maar bij jullie dus niet, hoe kan dat dan?
RG: „In theorie kan het werken. Als artistiek directeur moet je een vertaling maken van je programma naar publiek en naar geld. Dat heb ik jaren gedaan bij de Vleeshal in Middelburg waar ik algemeen directeur was. Ik zie het niet als iets wat gescheiden moet zijn. Maar bij het Groninger Museum kan het zeker niet alleen. Je hebt bij een museum van dit formaat een zakelijk directeur nodig.”
Ja en hoe vind je zelf dat het gaat, met je vertaling maken van je programma naar publiek en naar geld? En waarom rent een zakelijk directeur heel hard weg?
Het Groninger Museum wordt geacht 200.000 bezoekers per jaar te halen.
NS: „Je kunt je niet ieder jaar ophangen aan een vast getal. Als we ergens tussen de 150.000 en 200.000 uitkomen, doen we het verrekte goed in het museale landschap. We hebben pieken gehad, zeker, maar er zijn ook jaren waarin het minder was. En het is ook niet zo dat heel veel bezoekers automatisch leiden tot een financieel gezondere huishouding.”
Vergelijkbare musea halen meer bezoekers. Dus je doet het niet verrekte goed. Of je liegt, of je gelooft in sprookjes. En jawel, heel veel beoekers leiden doorgaans wel tot een financieel gezondere huishouding, want die betalen tickets.
Kan het ertoe leiden dat vanaf 2028 een structureel hogere bijdrage moet komen voor het Groninger Museum?
NS: „Dat weet ik niet.”
Hoe. Zo. Weet. Je. Dat. Niet. Heb je echt geen inzage in de cijfers? Dat is ernstig.
Roos Gortzak, hoe heb je het kritische artikel van Dagblad van het Noorden ervaren waarin jouw optreden wordt omschreven als overdonderend en dominant?
RG: „Ik herkende me niet in het verhaal. Het is maar hoe je de dingen aanvliegt. Ik ben zelf journalist geweest, ik kan het in een breder perspectief plaatsen.”
Het personeel herkent zich wel in het verhaal. Waar is je reflectievermogen? En wat is dat voor rare opmerking dat je zelf journalist bent geweest, en in welk breder perspectief plaats je het dan?!
Wij hebben geschreven over onrust binnen het museum. Is die onrust verdwenen?
NS: „Verminderd. Het is een spannende tijd. De medewerkers die hier rondlopen zijn ontzettend trots op het Groninger Museum. Als het niet goed gaat met het museum, of er wordt niet positief over het museum geschreven zoals de medewerkers graag zouden zien, dan brengt het een bepaalde spanning met zich mee.”
Oftewel, het is nog steeds een bende.
Wat gaan jullie doen om het laatste restje onrust weg te nemen?
NS: „Daarvoor is het gesprek met de overheden van groot belang. Krijgen we de tijd en ruimte om die twee jaar goed door te zetten? We moeten rust en vertrouwen creëren. De problemen zijn niet van het laatste jaar.”
Rust is niet het antwoord. Tempo en daadkracht wel. Vertrouwen wek je niet door problemen te downplayen en zaken te framen.
RG: „Toen ik werd gevraagd hierheen te komen om te praten over deze positie heb ik eerst alles gelezen wat jullie hebben gepubliceerd. Nou, toen wist ik dat het niet allemaal makkelijk was bij het Groninger Museum. Dat het dan aan mij persoonlijk wordt gehangen vind ik onterecht.”
Je wist waar je voor tekende. Natuurlijk erf je ellende. Maar vanaf dat moment is het jouw ellende. Ga nou niet het slachtoffer uithangen.
NS: „Het is een te ongenuanceerd beeld. Wat we uiteindelijk constateren is dat er zorgen zijn.”
Zorgen. Zorgen is een mooi eufemisme voor een museum dat technisch failliet is, waar personeel niet wordt aangestuurd en de leiding er een potje van heeft gemaakt, aan framing en downplay doet, in plaats van doorpakt.
RG: „Er zijn ook mensen uit mijn verleden gebeld die niet in het artikel zijn opgenomen. Nou ja, dit is allemaal niet ter zake doende. We kijken vooruit.”
Ah even een steek naar de pers. Maar de communicatieadviseur heeft gezegd dat we vooral vooruit moeten kijken. Want het verleden is te pijnlijk. De vraag die blijft staan: kunnen de mensen uit het verleden het schip doen keren, daar in de zwaaikom?
Een belangrijk onderdeel van het plan van aanpak is de nieuwe artistieke koers. Die wordt vanaf september zichtbaar voor het publiek wanneer drie tentoonstellingen tegelijk openen: The Architect & The Housewife: Cleaning the House, Building The Future , de Kinderbiënnale en Ani Schulze – The Convent of Pleasure .
Ah, een doorgeslagen intern gerichte tentoonstelling over het Museum zelf, ja dat geeft vertrouwen in volle zalen, enthousiaste bezoekers, publiciteit, recensies en grote ticketverkoop en ronkende omzetten…
De nieuwe directie wil dat de komende jaren worden gekenmerkt door experiment, interdisciplinariteit en nadrukkelijke aandacht voor hedendaagse kunst en vrouwelijke makers. Het museum moet een plek zijn waar actuele thema’s worden onderzocht en waar kunstenaars de ruimte krijgen om te reflecteren op een snel veranderende wereld.
Hier staan veel woorden maar het zegt niks.
„Mensen bewegen zich steeds meer in bepaalde cirkels”, zegt Gortzak. „Hoe kom je nog op een plek waar je je misschien oncomfortabel voelt en de dingen niet kent? Daar lijkt steeds minder ruimte voor. Je kunt tegenwoordig geen wc of taxi meer uit of je wordt om een oordeel gevraagd. We moeten als maatschappij uit die meteen oordelende situatie zien te komen. Musea zijn daar goede plekken voor.”
Ja precies ja. Laten we minder oordelen, en ook minder oordelen over de artistieke en zakelijke leiding…
Ook de inrichting en de huisstijl van het museum wordt herzien. De traditionele scheiding tussen vaste collectie en tijdelijke tentoonstellingen verdwijnt. In plaats daarvan moet „een vloeiende, holistische bezoekerservaring ontstaan, waarbij kunstwerken zich door paviljoens, tussenruimtes en trappenhuizen bewegen en een dialoog aangaan met de architectuur.”
Hahahahaha. “Een vloeiende holistische bezoekerservaring, een dialoog met de architectuur.”
We zwaaien naar de zwaaikom. Tijd om wat mensen uit te zwaaien die afzwaaien.


