Journalistieke en communicatie-richtlijnen: energie en belastingen

Economische berichtgeving gaat over geld. Maar wiens geld? Vanuit welk perspectief? Veel communicatie over energie, heffingen en accijnzen is eenzijdig of zelfs misleidend. Frames worden te gemakkelijk overgenomen door woordvoerders, economen, journalisten en experts. Dit is een handleiding voor zij die dat verschil wel willen begrijpen en benoemen.

Hier volgen drie voorbeelden:

  1. De term “fossiele subsidie” is misleidend

Wat in beleidsstukken, persberichten en krantenkoppen consequent “fossiele subsidie” heet, is geen subsidie. Het is een korting op een belasting. Er stroomt geen staatsgeld naar een bedrijf. Er wordt lagere tarieftrede gehanteerd, een belastingtarief verlaagd, of een vrijstelling toegepast.

Nederland kent een degressief energieheffingenstelsel: grootgebruikers betalen een lager tarief per eenheid, maar in absolute termen nog steeds aanzienlijk meer dan kleingebruikers. Dit heeft een economische reden. Volledig uitgeheven tarieven voor energie-intensieve industrie zouden leiden tot faillissementen, vertrek naar het buitenland, massa-ontslagen en het verplaatsen van de uitstoot zonder enige emissiereductie, het zogenoemde carbon leakage.

De term “subsidie” impliceert het geven van geld aan een bedrijf, terwijl het bedrijf in een lager belastingtarief valt en per saldo nog steeds belasting over energie betaalt.

Journalistieke richtlijn

Gebruik de misleidende term “fossiele subsidie” niet. Beschrijf het mechanisme nauwkeurig: gaat het om een lagere belastingtrede, een gereduceerd belastingtarief, om een vrijstelling of werkelijk om subsidie waarbij het bedrijf meer geld ontvangt dan het betaalt? Vraag bij iedere bron die de term gebruikt: subsidie of belastingkorting – en wat is het verschil in uw redenering?


2) “Een lagere accijns kost miljarden” – maar wie levert het de miljarden op?

Als de president van DNB of een minister zegt dat een accijnsverlaging “de schatkist €1 miljard kost”, dan is dat een feitelijk juiste uitspraak gezien vanuit het perspectief van de schatkist, maar is slechts de helft van het verhaal. Diezelfde maatregel scheelt burgers en bedrijven namelijk precies datzelfde bedrag. Het is geen verdwijntruc; het geld verplaatst zich.

Hoge accijnzen en energieheffingen betekent het onttrekken van geld uit de economie. Het treft burgers in hun koopkracht, in hun mogelijkheid om te sparen, in hun keuzevrijheid om hun eigen geld aan eigen doelen uit te geven. Hoge accijnzen en energieheffingen jagen inflatie aan omdat kosten worden doorberekend aan uiteindelijk de consument die ook andere producten duurder zien worden. Zo ontstaat een negatieve spiraal.

Accijnsverlagingen en lagere energieheffingen realiseren het omgekeerde: hogere koopkracht, hogere keuzevrijheid, lagere kosten voor andere producten en diensten, en controleerbaar lage inflatie. 

Journalistieke richtlijn

Citeer nooit uitsluitend het “kosten of opbrengsten voor de overheid”-frame. Een belastingverlaging is per definitie ook een lastenverlichting. Voeg altijd toe: wat levert een verlaging huishoudens en bedrijven op, wat is het koopkrachteffect, en wat gebeurt er met het geld dat niet naar de schatkist gaat? Wat is de schade van een verhoging, of niet doorgevoerde verlaging, bij huishoudens en bedrijven?


3) Belastingpercentage op energie: framing rekenmethode

In de communicatie over energiebelastingen wordt het percentage doorgaans berekend over de verkoopprijs, inclusief belasting. Dat levert een frame op van een relatief klein getal. De economisch correcte methode is deze: je berekent de belasting als percentage van de netto prijs, het bedrag zonder belasting.

Rekenvoorbeeld, brandstof aan de pomp (illustratieve getallen):

  • Verkoopprijs per liter € 2,00
  •  Waarvan belasting (accijns + btw) € 1,20
  •  Netto kostprijs (excl. belasting) € 0,80
  •  Belasting over verkoopprijs (framing methode) 60%
  •  Belasting over netto kostprijs (correcte methode) 150%

Het verschil is niet triviaal. Bij een belastingaandeel van meer dan 50% van de verkoopprijs is het netto percentage per definitie hoger dan 100%. Dat klinkt veel meer alarmerend. De geframede communicatiemethode maakt de belastingdruk structureel kleiner lijken dan hij is.

Journalistieke richtlijn

Vraag bij elk gepubliceerd belastingpercentage op energie of brandstof: is dit berekend over de verkoopprijs of over de netto kostprijs? Vermeld de rekenmethode expliciet. Gebruik bij voorkeur beide cijfers naast elkaar, zodat de lezer het verschil zelf kan beoordelen.


Het frame overnemen is een redactionele keuze

Geen enkel getal over energie of belasting is neutraal. De keuze om te schrijven dat een maatregel “de overheid €1 miljard kost” in plaats van “burgers €1 miljard scheelt” is een redactionele keuze, ook als die onbewust wordt gemaakt. De keuze om een belastingpercentage te berekenen over de verkoopprijs is een methodologische keuze die consequenties heeft voor het beeld dat de lezer krijgt.

Goede journalistiek en goede woordvoering benoemen het perspectief. Wiens kas? Wiens last? Berekend hoe, door wie, ten opzichte van wat? Die vragen stellen is geen activisme. Het is je vak.