‘Kom je morgen om 11:00 op de koffie?’ appte Gerda van de Overkant aan Driekus. Nou dat leek hem wel gezellig.
Vijf voor elf. Hij klopte beleefd op de achterdeur, trok hem open en riep: ‘vollek!’ Naast de deur stonden precies op rij één paar sloffen, één paar klompen, en één paar laarzen. Brandschoon. Hij schopte zijn klompen uit, en liep op zijn witte sportsokken de gang in. De vloer had zo’n mooi patroon van vierkante zwart-witte tegeltjes. ‘Vollek?’
Driekus deed een deur open en zag een werkelijk perfect opgeruimde werkkamer. Het toetsenbord lag exact in het midden van het bureau en symmetrisch links en rechts van het beeldscherm stonden twee plantjes, ze leken wel bijgeknipt. Maar geen Gerda te bekennen.
Hij opende een andere deur, naar de woonkamer. Het rook er fris, naar schoonmaakmiddel, en ook hier was alles keurig netjes, spik en span. De bank stellen stonden in een hoek van 90 graden rond een salon tafel waarop precies in het mid den een schaak spel stond, met alle stuk-ken exact ge ordendt.
Hij liep de gang in, en zag daar Gerda staan in de bijkeuken, ze stond met de rug naar hem toe, koptelefoon op, en was dezelfde zwart-witte vloer aan het dweilen. Systematisch bewoog ze de dweil van links naar rechts, en het viel hem op dat ze telde: zesentwintig, zevenentwintig, achtentwintig, negenentwintig. Ze leek klaar, maar veegde nog één keer, en fluisterde ‘dertig’. Ze stapte van witte tegel naar witte tegel, draaide zich om en schrok en gilde toen ze Driekus zag.
‘Moi’, zei Driekus. ‘Och mienjong, ik schrok mie hailemoal dood, bist ja ook te vroug ja!’.
Ze dronken koffie en kletsen gezellig, maar Gerda was wel tiepelzinnig met haar handen, de hele tijd legde ze haar vingers tegen elkaar, vier keer en dan pauze. En elke keer dat ze haar plakje cake pakte, pikte ze elk kruimeltje van haar schoot, en de eerste kruimel ging link de mond in, en de volgende weer rechts.
Ja die Gerda, die hield van orde en symmetrie. Komt vast door haar Duitse opa. Ordnung muss sein! Sterker nog, ze had een oud tegeltje op haar schoorsteenmantel met de tekst: “Ordnung ist das halbe Leben”. Toen hij wegging en Gerda bedankte zag hij dat zijn eigen klompen al netjes aan het rijtje waren toegevoegd.
Over ordening gesproken, in 050 Groningen City hebben de ambtenaren en bestuurders ook teveel tijd om zich druk te maken over de orde der dingen. Want de ruimtelijke ordening is aan het verrommelen, vindt men.
En dan hebben ze het niet over die detonerend lelijke moderne architectuur die ze zelf in die mooie middeleeuwse binnenstad neer laten zetten, of over hoe de moderne mens er casual, onverzorgd en slonzig uit ziet. Men heeft het ook niet over de fietsterreur die de binnenstad onbegaanbaar maakt of aan het overdaad aan verkeersborden en omleidingen waarmee men die vervelende belastingbetaler tot waanzin drijft.
Nee men heeft zich gestoord aan de winkels. Want die gebruiken *start angstaanjagend geluid* reclame. Reclame! Bah! Kapitalistische verleidingsstrategiëen die aanjagen tot consumeren. En dat terwijl men het Stadhuis op de Grote Markt net heeft omgetoverd tot een safe space ruimte die zo dodelijk saai is ingericht dat elke prikkel tot werken, initiatief en creativiteit meteen de kop wordt ingedrukt. Een plek waar antikapitalistische, socialistische en communistische denkbeelden tot neurotische controledwang over de publieke ruimte leiden.
De gemeente Groningen mag zich in de handen knijpen dat in tijden van online shopping er nog ondernemers zijn die de stad van wat gezelligheid voorzien. Dat mensen -ondanks de wegomleidingen, files, anti-auto-beleid, extreme parkeerkosten en lange wandelingen vol zware tassen naar de parkeergarage- toch nog bereid zijn om de binnenstad van Groningen aan te doen om er een leuke shopping experience mee te maken.
Misschien is de gemeente wel zo anaal autistisch dwangmatig dat men de hele openbare ruimte terug wil dringen tot een grauwe eenheidsworst, behalve natuurlijk dan die symmetrische rij van groene boompjes. Hoe anti-divers wil je het nog hebben?
Die ondernemers, hun personeel en hun klanten zijn de kurk waar de gemeentelijke begroting op draait. Die betalen indirect en direct al hun ambtenarensalarissen. Natuurlijk hebben deze ondernemers reclame nodig om mensen duidelijk te maken dat er bij hen iets te koop is.
Stel dat de gemeente Groningen niet over, maar MET de ondernemers in gesprek was gegaan. Zo van ‘hee zullen we met elkaar kijken hoe we het straatbeeld mooier en aantrekkelijker maken, zodat er nog meer mensen naar onze mooie stad komen?’
Dan had je veel ondernemers mee gekregen, en waren ze zelfs bereid geweest om samen na te denken over wat kaders voor hun uitingen, en daar in te investeren. Zoals men ook al samenwerkt in een ondernemersfonds, waaruit men werkt aan verduurzaming en gezellige sfeerverlichting.
Nu is er bovenop dat fonds een extra reclamebelasting afgedwongen. Door deze opstelling verwijdert de gemeente zich van de ondernemers, en dat is geen reclame voor samenwerking. Het is geen reclame voor hoe een stad met haar ondernemers omgaat. Het is anti-reclame.
Maar goed, het zal zeker leiden tot creatieve oplossingen!
Het blauwe IKEA pand zal met heel veel vierkante meters fors worden aangeslagen, dus stellen we voor het in regenboogkleuren te schilderen. En dat alle ondernemers hun gevels en uitingen in de regenboog kleuren. Prachtig statement, prachtige reclame voor de stad! Of gaat de gemeente de regenboog belasten?
Café Soestdijk vervangt de gevel reclame door de tekst:
SOESTDIJK
is een Nederlandse plaats
Dan is het geen reclame maar een feitelijke mededeling. Educatief zelfs!
Er kwam al de tip binnen om ervoor te zorgen dat alle winkels het logo vervangt door dat van de Gemeente Groningen. Benieuwd wie dan die rekening betaalt 😉
En hoe zit het met merkkleding? Komt er merkpolitie om winkelend publiek te beboeten? Of mag merkkleding wel en mag een winkelier dan mensen in zijn merk gekleed voor de deur neerzetten? Wij zien kansen!
Het meest trieste is nog wel dat de reclamebelasting invoeren en handhaven veel meer kost dan het netto opbrengt. De last is daarmee disproportioneel ten opzichte van de baten. Helaas weten we nu al hoe de gemeente Groningen daarmee om zal gaan: die belasting gaat de komende jaren steeds met een stapje omhoog, in plaats van dat men aan lastenverlaging werkt.
De volgende keer dat we op het Stadhuis zijn hangen we stiekem de schilderijen scheef, draaien we de kopjes om, zetten de pennen omgekeerd in de bakjes, en husselen de dossiers door elkaar. We hangen de WC-rollen met het papier aan de muurzijde.
En we vervangen stiekem de vegasmeerworst door echte, want als je de reclame (hihi) mag geloven proef je toch geen verschil.
Drie kusjes, en geen vier, want vier is veel te symmetrisch.

Antireclame voor Groningen dankzij het antireclamebeleid van de gemeente Groningen

Merkkleding is ook reclame! Waar blijft de fashionpolitie! En dragen die Mao-jasjes?

Geen reclame. Wel Ruimtelijke Ordening. En groene bomen, want ja dat is groen.

Feel good deugende verrommeling

Ruimtelijke Ordening Muss Sein

Dit schilderij doneren we aan het Stadhuis, wat een prachtige utopie zonder reclame, en welk een weinig verrommeld straatbeeld!

Dit is dan weer geen verrommeling aldus het Kremlin aan der Aa

Waar blijft die witte legging belasting!!

Hoe Groningen eruit ziet volgens GroenLinks

Hoe Groningen eruit ziet voor de belastingbetaler

Somewhere, over the rainbow


Eén reactie op “”