Nattigheid bij de Waddenvereniging

De Waddenvereniging langs de eigen meetlat.

In Zeekomkommertijd ging het over een lobbyclaim die als feit werd gebracht, en een omroep die dat drie keer overnam zonder even feiten te checken. Hier draaien we de blik even naar de organisatie achter die claim. Niet op basis van geruchten, maar op basis van wat de Waddenvereniging zelf publiceert: haar bestuurspagina, haar doelstelling en haar eigen jaarverslag.

De vereniging voert een stevige toon over hoe Nederland de Waddenzee bestuurt. Ze verwijt de overheid gebrek aan overzicht, gebrek aan daadkracht en het niet nakomen van afspraken. Dat mag. Maar het roept wel een vraag op: hoe staat het met het overzicht, de daadkracht en de betrouwbaarheid van de vereniging zelf?

Geen voorzitter

Begin bij de top. Op de eigen bestuurspagina van de Waddenvereniging staat, per laatste wijziging van 23 juni 2026, de voorzittersfunctie als vacature vermeld, met een lege placeholder waar een portret hoort. De voorzitter die september 2024 begon en in februari en maart 2026 nog de benoeming van de interim-directeur toelichtte, Johan van de Gronden, staat er niet meer tussen, hij vertrok op 30 mei 2026. Het bestuur telt op dit moment zes leden, en de voorzittersstoel is leeg. 

Een draaideur op de directie

De laatste jaren is het een komen en gaan: Christine Wijshake trad aan op 1 januari 2023 en vertrok al na acht maanden, per 1 september 2023. Wouter van der Heij nam het tijdelijk over. Luuk-Jan Boon volgde op 1 januari 2025 en vertrok na één jaar, in december 2025, “in goed overleg“. Sinds 1 maart 2026 is Tjeerd de Groot interim-directeur. Omroep Zilt sprak in dat verband, met gevoel voor understatement, van “een onrustige periode aan de top”.

Vijf directeuren in drie jaar, van wie er twee het geen jaar volhielden, plus een lege voorzittersstoel. Voor een club die de rijksoverheid gebrek aan bestuurlijke daadkracht verwijt, is dat een opmerkelijke spiegel.

Even iets over die interim-directeur

Tjeerd de Groot is niet de eerste de beste. Hij is het oud-Kamerlid van D66 dat in 2019 landelijk het nieuws haalde met het voorstel om de Nederlandse veestapel te halveren, mede aanleiding voor de boerenprotesten op het Malieveld. Nu is hij interim-directeur van een vereniging die, bij monde van haar medewerker, alarm slaat alsof de dierenwereld in de Waddenzee dreigt te halveren.

Van veestapel halveren naar waarschuwen voor halvering. Je hoeft geen cynicus te zijn om daar een glimlach bij te onderdrukken. Maar het is meer dan een grap: het tekent een organisatie die politiek en natuurbescherming door elkaar laat lopen, met bestuurders die uit de politieke arena komen in plaats van uit het wad. 

De kernwaarden van de Waddenvereniging

Het aardige is dat de Waddenvereniging zelf de maatstaf aanreikt. Op haar doelstellingenpagina staan drie kernwaarden: Verbindend, (Eigen)wijs en Betrouwbaar. Leg het gedrag van 16 juli daarnaast, en je ziet de spanning.

Verbindend. Hun eigen tekst: “We bereiken het meest door samen te werken met anderen en nóg meer mensen bewust te maken.” 

Het optreden rond de UNESCO-berichtgeving was het tegendeel. Een frame dat Nederland als boosdoener wegzette. De eilandbewoners, die juist pleiten voor een balans tussen natuur en leefbaarheid, kwamen er niet in voor. Dat is niet verbinden. Dat is één kant uitvergroten en de rest weglaten. Interim directeur Tjeerd de Groot staat allesbehalve bekend als een verbinder.

(Eigen)wijs. Hun tekst: “We durven onze eigen koers te kiezen. We zijn agenda settend.” 

Dit is het eerlijkste deel, want het bevestigt precies de brede kritiek. “Agenda settend” is wat een lobby doet, en de vereniging schrijft het zichzelf openlijk toe. Maar een lobby die haar agenda zet, is iets anders dan een neutrale bron die een feit meldt. Op 16 juli werd de agenda bij de pers gebracht als vaststaand UNESCO-besluit. De kernwaarde geeft toe wat het was: agenda setting, maar dan verpakt als nieuws.

Betrouwbaar. Hier knelt het het hardst, omdat de vereniging deze waarde zelf het scherpst formuleert. In het jaarverslag 2024 staat, letterlijk onder het kopje communicatie: “Eén van onze kernwaarden is betrouwbaarheid. Alles wat wij zeggen of doen is op basis van feiten en (wetenschappelijke) kennis.” 

Leg dat naast een politicoloog die als ecologisch ‘feit’ bracht dat de bodem 160 centimeter zakt en de Ballastplaat permanent onderloopt, terwijl de bron van dat cijfer er nadrukkelijk bij zei dat aan het oppervlak niets te zien zal zijn. Leg het naast een claim over een UNESCO-besluit dat op dat moment nog niet genomen, niet vergaderd en niet eens gepubliceerd was. Het op zijn meest negatieve uit verband getrokken interpreteren van de UNESCO status van de Waddenzee. Het over de top overdrijven van de impact van een missie, het negeren van de positieve Nederlandse prestaties. De lijst van onbetrouwbare informatievoorziening is groter.

“Op basis van feiten en wetenschappelijke kennis” is een hoge lat. Op 16 juli werd hij niet gehaald.

En de gedragscode dan?

De vereniging heeft naast haar kernwaarden ook een gedragscode. Daarin staan negen basisbeginselen, en minstens vier daarvan botsen met het optreden van 16 juli. 

Beginsel 2 is “openheid”: alle belanghebbenden worden geïnformeerd over “alle voor hun belang relevante gegevens”. Op 16 juli werd juist een selectie gebracht: één kant, zonder de nuance dat het om een ontwerpadvies ging en niet om een besluit, zonder de kanttekening van de bron zelf dat die 160 centimeter aan het oppervlak niet zichtbaar zou zijn. Alle relevante gegevens is iets anders dan alleen de gegevens die het frame steunen.

Beginsel 3, “betrouwbaarheid”, gaat in de gedragscode verder dan in de kernwaarden. Hier staat het zo: belanghebbenden moeten ervan uit kunnen gaan dat “de verstrekte informatie waarheidsgetrouw is”. Een claim over een UNESCO-besluit dat nog niet genomen, niet vergaderd en niet gepubliceerd was, gebracht als voldongen feit, overdreven en uit verband getrokken, is per definitie niet waarheidsgetrouw.

Beginsel 6, “professionaliteit”, lijkt op deze zaak geschreven: wie “weet, of behoort te weten”, dat een uiting de organisatie in diskrediet zal brengen, voert die niet uit. Een politicoloog die een ecologisch cijfer als hard feit brengt, hoort te weten dat dat de club in diskrediet brengt als het onjuist blijkt. Precies dat gebeurde: één dag later moest de Nederlandse UNESCO-commissie het rechtzetten.

En beginsel 9, “onafhankelijkheid”, verbiedt niet alleen belangenverstrengeling maar zelfs “de schijn” ervan. Dat is een lage drempel, en juist die schijn is wat de eilanders aankaarten met hun bezwaar tegen de nauwe banden tussen de vereniging, Rijkswaterstaat en de werelderfgoedstructuur. We hoeven niet te bewijzen dat er verstrengeling ís; de code stelt zelf dat ook de schijn al niet mag.

Een organisatie mag zichzelf een strenge gedragscode opleggen. Maar wie “agenda settend” én “onafhankelijk” én “waarheidsgetrouw” in één adem over zichzelf zegt, moet die woorden ook waarmaken op de dag dat het ertoe doet. Op 16 juli gebeurde dat niet.

Lobby, en dat zeggen ze zelf

Wie denkt dat “lobbyclub” een verwijt is: het staat in hun eigen jaarrekening. Onder het kopje activiteiten omschrijft de Waddenvereniging haar werk als bescherming “via politieke lobby, beleidsbeïnvloeding, juridische acties en communicatie”. Politieke lobby, met zoveel woorden, als eerste genoemd.

Daar is niets mis mee. Een lobby mag lobbyen. Maar het verklaart wel de prikkel. De vereniging drijft op leden, donateurs en nalatenschappen. In 2024 kwam bijna 70 procent van de inkomsten van particulieren, en alleen al uit nalatenschappen viel dat jaar 1,26 miljoen euro binnen, ruim acht ton meer dan begroot. Wie leeft van betrokkenheid, heeft een belang bij verontwaardiging, en verontwaardiging gedijt bij drama. Dat maakt de vereniging niet onoprecht, maar het maakt haar wel een belanghebbende. En een belanghebbende hoort in de krant als bron te worden behandeld, niet als scheidsrechter. Niet als onafhankelijke, objectieve, neutrale hoeder van de Waddenzee.

De keurmerken

Nog een spiegel, en opnieuw hun eigen. De Waddenvereniging draagt het CBF-keurmerk voor erkende goede doelen en de ANBI-status. Die keurmerken draaien om transparantie, verantwoord bestuur en een heldere scheiding tussen toezicht houden en besturen. Het jaarverslag wijdt er meerdere pagina’s aan, met verwijzing naar de code Wijffels en “good governance”.

Mooi op papier. Maar governance is meer dan een hoofdstuk in een jaarverslag. Het is ook: een voorzitter hebben. Een directie die blijft zitten. Bestuurders die uit het vakgebied komen in plaats van uit de partijpolitiek. Het betekent ook het eerlijke verhaal houden, en niet de pers voor je karretje proberen te spannen, en niet het publiek manipuleren. Op al die punten wringt het nu.

De eilanders, die niemand belde

Er is nog een partij die in de hele UNESCO-berichtgeving ontbrak: de mensen die er wonen. In het voorjaar van 2026 ontstond, na plannen om delen van de eilanden af te sluiten voor publiek, de stichting Wij zijn de Wadden met de campagne “Vrije Vogels, Vrije Mensen“. Binnen weken tekenden vele duizenden mee.

Hun bezwaar raakt precies aan het punt van dit stuk. De eilanders voelen zich overvallen en gepasseerd door een bestuurlijk web waarin Rijkswaterstaat, natuurorganisaties en de werelderfgoedparaplu, waaronder de Waddenvereniging de dienst uitmaken, en waarin de bewoner geen stem heeft. Ze zijn niet tegen natuur. Ze zijn tegen natuurbeleid dat over hun hoofden heen wordt bepaald, ten koste van de leefbaarheid en economie van hun eilanden.

Of je het nu met hun standpunt eens bent of niet, ze leggen de vinger op dezelfde plek: een organisatie die zichzelf ziet als hoeder van het overzicht, terwijl het overzicht juist ontbreekt waar het over echte mensen gaat en een eenzijdig doel nastreeft.

Wat we niet beweren

En hier houden we ons aan de eigen regels. Er doen verhalen de ronde over interne verdeeldheid onder de medewerkers, over activisten die de koers naar zich toe zouden trekken, over de te nauwe banden met UNESCO en RWS, en over de ambitie om al dan niet in samenwerking met Duitse en Deense organisaties zeggenschap te krijgen over de hele trilaterale Waddenzee, tot in Duitsland en Denemarken aan toe. Dat kan allemaal waar zijn. Maar we hebben het niet op papier kunnen vinden, en dus laten we het liggen tot iemand het wél op papier zet. 

Dat is het verschil met de berichtgeving die we in ons vorige stuk bekritiseerden. Wat we hierboven schrijven, staat in openbare bronnen: de bestuurspagina, de doelstelling, het jaarverslag, de nieuwsberichten over de directiewissels. De rest is gerucht.

Kijk in de zeespiegel.

De Waddenvereniging neemt de overheid de maat over overzicht, bestuur en het nakomen van afspraken. Langs haar eigen meetlat gelegd, valt er op dit moment nogal wat op de vereniging zelf aan te merken: geen voorzitter, drie directeuren in drie jaar, een interim-directeur uit de partijpolitiek, en een politicoloog met naar buiten gebrachte claims die de eigen kernwaarde “op basis van feiten en wetenschappelijke kennis” niet halen.

Dat maakt de zorgen over de Waddenzee niet onwaar. De afwaardering door UNESCO is echt, maar niet zo erg als men claimt. De druk op de trekvogels staat echt in de UNESCO documenten, klimaat en zeespiegelstijging zijn in de documenten op de lange termijn de grootste bedreiging. Juist daarom verdient het onderwerp een hoeder die zelf op orde is, maar die ook oog heeft voor de mensen in het Waddengebied. Wie het kompas van een ander wil bijstellen, moet eerst weten waar het zijne naar wijst.