Erfbelasting: de NOS spreekt de NOS tegen

Op 7 juli 2026 publiceerde de NOS twee artikelen over hetzelfde CPB-rapport. Het eerste, om tien over twaalf ’s nachts, is correct. Het tweede, zestien uur later, laat precies weg wat de onderzoeker in het eerste stuk zelf als voorbehoud had geformuleerd. In de tussentijd is een getal opgedoken dat in geen enkele bron voorkomt.

Wat er ’s ochtends stond

Het nieuwsbericht van 00:10 opent met verdeeldheid. De meningen zijn verdeeld, staat er, en dat is ook de openingszin van het CPB. Er is één bron, en het is de juiste: Céline van Essen, hoofdauteur van het rapport.

Zij krijgt de ruimte om te zeggen wat het onderzoek niet is. Dit onderzoek is geen pleidooi voor een bepaalde hoogte van de erfbelasting, en het CPB doet geen aanbevelingen. Die zin staat er, letterlijk, uit haar mond.

Het bericht noemt de vrijstelling voor kinderen, met bedrag. Het noemt dat bij ongeveer 35 procent van de overledenen aangifte wordt gedaan. Het noemt dat voorkeuren kunnen verschuiven als mensen beter geïnformeerd worden. En de kop draagt het cijfer dat het slechtst uitkomt voor wie een verhaal over draagvlak wil bouwen: bijna 12 procent van de Nederlanders wil de erfbelasting afschaffen.

Dat is journalistiek. Bron, cijfer, voorbehoud, link naar het rapport.

Wat er ’s avonds stond

Om 22:20 verschijnt het uitlegstuk. Zelfde dag, zelfde redactie, zelfde rapport.

Van Essen is weg. Haar voorbehoud is weg. De 12 procent is weg. De verdeeldheid is weg.

In plaats daarvan staat er: “De conclusie: meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat de erfenis zwaarder mag worden belast.”

Er is een getal bijgekomen. 973 miljard euro, in de kop, gepresenteerd als de aanleiding voor het CPB-onderzoek. En er is een nieuwe deskundige bijgekomen, die geen onderzoeker is.

Het getal staat helemaal nergens

Zoek in het CPB-rapport naar 973 miljard. Het staat er niet. Het CPB spreekt van 25 tot 30 miljard per jaar, en van 28,5 miljard in 2022.

Zoek in het ESB-artikel dat de NOS aanhaalt. Brounen, Kok en Wogh komen op 491 miljard: het collectieve nettovermogen van 1,34 miljoen 75-plushuishoudens. Zij noemen dat zelf het Nederlandse equivalent van de Amerikaanse Great Wealth Transfer.

25 tot 30 per jaar. Of 491 in totaal. De NOS zegt 973, en schrijft het toe aan het CPB.

Waar het getal vandaan komt, vertelt het artikel niet. Wat het artikel wel doet, is het presenteren als de reden waarom het CPB aan het werk ging. Het CPB noemt in zijn eigen inleiding een andere aanleiding:

Het onderzoek is helemaal niet nieuw

“Aanleiding voor het Centraal Planbureau om het draagvlak voor die veelbesproken heffing onder de loep te nemen”, schrijft de NOS. Dat leest als: het CPB heeft, vanwege de erfenisgolf, Nederlanders bevraagd.

Paragraaf 3.1 van het rapport zegt iets anders. De analyses zijn gebaseerd op bestaande LISS-data. Centraal staat een enquête uit 2023. Voetnoot 15 bevestigt het: het CPB vergelijkt daarom met de tarieven van 2023.

Het draagvlakcijfer in de kop is een meting van drie jaar oud, secundair geanalyseerd.

Wat het CPB erbij zegt, en de NOS niet vermeldt

Het rapport rapporteert het meerderheidscijfer. Dat is waar. Maar het zet er vier waarschuwingen bij, en geen ervan haalt het uitlegstuk.

Ten eerste: de meting is partieel. Respondenten konden een tarief van nul procent noemen zonder aan te wijzen welke belasting dan omhoog moet of welke voorziening eraf.

Ten tweede: onduidelijk is of respondenten de vrijstellingen meewogen in hun antwoord.

Ten derde, en dit is de belangrijkste: de focus ligt daarom niet zozeer op de absolute hoogte van de voorkeurstarieven, maar op de verschillen tussen groepen. Het CPB zegt dus zelf dat het absolute niveau van deze cijfers niet is waarvoor ze bedoeld zijn. De NOS bouwt zijn opening precies op dat absolute niveau.

Ten vierde, op pagina 27: dit is geen pleidooi om beleid één op één op huidige voorkeuren te baseren.

Het rapport heet, niet toevallig, Maakt onbekend onbemind?

De cijfers die verdwenen

De NOS noemt de tarieven van 10 en 20 procent. Niet genoemd wordt wat mensen feitelijk betalen.

Over de erfenissen waarover aangifte is gedaan bedraagt de gemiddelde belastingdruk 11 procent. En in voetnoot 8 zegt het CPB dat dit een bovengrens is: afgezet tegen al het nagelaten vermogen is de gemiddelde druk circa 8,5 procent.

Voor partners: 1,4 procent, dankzij een vrijstelling van 828.035 euro.

En dan de bedrijfsopvolgingsregeling. Erfenissen waarop de BOR is toegepast zijn gemiddeld 1,68 miljoen euro groot. Bij schenkingen onder de BOR loopt de belastingdruk op tot 3,6 procent bij de grootste bedragen, terwijl die schenkingen ruim 30 procent van al het geschonken vermogen uitmaken.

Dat is het scherpste ongelijkheidsfeit in het hele rapport. Het staat niet in het artikel.

Geen onafhankelijke deskundige

De NOS haalt er één deskundige bij. Hij heet Dick Timmer en wordt geïntroduceerd als “politiek filosoof”.

Timmer is limitarist. Zes weken voor dit artikel verscheen zijn boek met de titel Sommige mensen zijn te rijk, waarin hij pleit voor een bovengrens aan vermogen. Dat is een positie, en een uitgesproken positie.

Hij mag in het artikel twee dingen zeggen. Dat de concentratie van grote erfenissen nadelig is voor de maatschappij. En dat het botst met “de ambitie om welvaart eerlijk te delen”.

Welke ambitie precies? Van wie? De zin veronderstelt dat die ambitie bestaat, dat zij van ons allemaal is, en dat “eerlijk delen” iets betekent waarover geen strijd is. Dat is geen bewering maar een vooronderstelling, en vooronderstellingen zijn juist daarom zo krachtig: je kunt ze niet bestrijden zonder tegen eerlijkheid te lijken.

Het rapport waar Timmer bij gehaald wordt, legt precies dit uit. Hoofdstuk 3 laat zien dat voorkeuren over erfbelasting sterk samenhangen met opvattingen over ongelijkheid en meritocratie. Wie gelooft dat succes uit geluk voortkomt, wil hogere tarieven. Wie gelooft dat succes uit eigen inzet voortkomt, lagere.

Het rapport verklaart dus de positie van de expert die het mag uitleggen. En de lezer krijgt die positie niet te horen.

De redactie stuurt de lezer de verkeerde kant op

Eén zin in het uitlegstuk is aan niemand toegeschreven. Er staat geen bron bij, geen citaat, geen aanhalingstekens:

“Voor hen is het financieel gezien een meevaller waarvoor geen inspanningen zijn verricht.”

Dat is het buitenkansbeginsel. Het staat in het CPB-rapport, op pagina 10, in een kader, als één van vier historische rechtsgronden voor de erfbelasting, met verwijzing naar een kamerstuk uit 2009. Naast de draagkrachtvermeerdering, de sluisgedachte en de verzorgingsgedachte.

Het rapport zet er bovendien het tegenperspectief naast. Vanuit de erflater gezien is het vermogen wél met arbeid opgebouwd, en wél belast. Het rapport erkent dat het bezwaar van dubbele belasting vanuit dat perspectief kan kloppen.

De NOS haalt de bronvermelding weg, haalt de andere drie rechtsgronden weg, haalt het tegenperspectief weg, en zet wat overblijft in de eigen redactionele stem als constatering.

En dan volgt: “Die verdeling van vermogen is dus niet neutraal.” Dat “dus” verbindt een feit met een oordeel dat er niet uit volgt.

Het slot komt van het ministerie

De laatste sectie van het uitlegstuk beschrijft wat de politiek wil. Het kabinet wil vermogen op een “eerlijke manier” bij de volgende generatie laten komen. Constructies tussen partners worden aangepakt. De aangiftetermijn gaat van acht naar twintig maanden.

Sla het persbericht van het ministerie van Financiën van 17 december 2025 open. Daar staat: het kabinet wil dat vermogen dat door erven wordt doorgegeven, op een eerlijke manier terecht komt bij de volgende generatie. Daaronder: de constructies tussen partners. Daaronder: de aangiftetermijn van acht naar twintig maanden.

De aanhalingstekens die de NOS om “eerlijke manier” zet, zijn de enige aanwijzing dat de zin niet van de redactie is. Er staat niet bij van wie dan wel.

Het politieke slot van het uitlegstuk is de samenvatting van een departementaal persbericht.

En in datzelfde persbericht staat iets wat de NOS niet overneemt. Per 1 januari 2026 daalt de overdrachtsbelasting op tweede woningen en beleggingspanden van 10,4 naar 8 procent.

Waar de golf vandaan komt

Het ESB-artikel dat de NOS aanhaalt, legt uit waarom er straks zo veel te erven valt. Het antwoord is niet spaarzaamheid.

Nederlandse huizenprijzen zijn in dertig jaar vervijfvoudigd. Wie een koopwoning had, bouwde volgens de auteurs zo goed als automatisch overwaarde op, ook zonder af te lossen. Het hefboomeffect van hypotheken met een fiscaal aftrekbare rente zette dat om in een gemiddeld rendement op de eigen woning van veertien procent. Huurders spaarden in dezelfde periode tegen 1,3 procent.

Veertien tegen 1,3. De auteurs noemen de eigen woning een Piketty-katalysator, en wijzen erop dat dit rendement anders dan bij Piketty niet naar een kleine elite gaat, maar naar de 57 procent die bezit, tegen de 43 procent die huurt.

Bij 75-plussers is dat uitgekomen op 690.000 euro nettovermogen voor eigenaren tegenover 50.000 euro voor huurders.

Die kloof is geen gedrag. Dat is beleid. Hypotheekrenteaftrek, een lage rente, en een woningmarkt waar de overheid decennia aan de aanbodkant heeft gefaald. En die overwaarde is nooit belast, want Nederland kent geen vermogenswinstbelasting op de eigen woning.

De NOS noemt de huizenprijzen. In één zin, als natuurverschijnsel. Het woord hypotheekrenteaftrek komt in het artikel niet voor.

Wat de ESB-onderzoekers werkelijk voorstellen

De NOS schrijft: “In de publicatie van ESB concluderen onderzoekers dat een hogere erfbelasting ongelijkheid zou kunnen beperken.”

De conclusieparagraaf van dat artikel bevat vier voorstellen.

Een hogere erfbelasting zou de ongelijkheid kunnen beperken, maar kan politiek lastig liggen. Dat voorbehoud staat er, en het haalt het NOS-stuk niet.

Een hogere vrijstelling voor het nalaten aan niet-woningbezitters, inclusief kleinkinderen.

Vermogende huishoudens stimuleren om eerder in het leven te geven, via ruimere vrijstellingen voor studie, aflossing van studieschuld of aflossing van de hypotheek.

En betere financiële planning op huishoudniveau.

Twee van de drie voorstellen die de NOS niet noemt, zijn vrijstellingsverruimingen. Dus: minder belasting, gerichter. De NOS vat ze samen als “we moeten er als samenleving over nadenken”.

Conclusie

Zestien uur, één redactie, één rapport.

Om 00:10 zegt de onderzoeker: dit is geen pleidooi en wij doen geen aanbevelingen. Om 22:20 maakt de NOS er een pleidooi van, en is de onderzoeker er niet meer bij.

Om 00:10 opent het bericht met verdeeldheid en draagt de kop dat 12 procent de erfbelasting wil afschaffen. Om 22:20 is de verdeeldheid verdwenen, is de 12 procent verdwenen, en luidt de kop ineens 973 miljard.

Dat getal staat in geen van de twee bronnen die het artikel noemt. Wie verzon het?

Er is geen deadlineverdediging mogelijk. Er is geen ruimtegebrek. De redactie had het rapport gelezen, want zij had het diezelfde ochtend correct samengevat, met link. Wat ’s avonds ontbreekt, is niet weggelaten uit onwetendheid. Het is weggelaten bij een eenzijdige herschrijving.

En de richting is telkens dezelfde. Alles wat het verhaal een andere richting geeft, of genuanceerd of ingewikkeld maakt, verdwijnt: de vier kanttekeningen, de effectieve druk van 8,5 procent, de bedrijfsopvolgingsregeling, de vier rechtsgronden, de twee perspectieven op dubbele belasting, de drie andere beleidsopties van de ESB-auteurs, de hypotheekrenteaftrek. Wat overblijft is een groot getal zonder onderbouwing, een bij elkaar geconcludeerde meerderheid die het wil, een filosoof die als expert wordt voorgeschoteld, die uitlegt dat het oneerlijk is, en een kabinet dat er al mee bezig is.

Het CPB stelde de vraag of mensen anders zouden oordelen als ze de feiten kenden. De publieke omroep heeft die vraag beantwoord door de feiten weg te laten.

De vraag aan de eindredactie is niet of dit artikel een standpunt heeft. De vraag is of iemand het rapport heeft gelezen tot pagina 27. En als het antwoord ja is: wie besloot dat het daarna weg kon? Heeft de redactie dit geheel zelfstandig opgeschreven, of is de redactie gebrieft, en door wie?

Bronnen