Vanochtend opent RTV Noord met een artikel over kerncentrales in Groningen, en hier is de closeread van Driekus. Onze conclusie vooraf: het stuk is op meerdere punten suggestief en negatief sturend, en het ondermijnt draagvlak, door ongefundeerd te blijven roepen dat er “geen draagvlak” is. Zo komt Groningen nooit uit de positie van energiekolonie.
Bron: RTV Noord, https://www.rtvnoord.nl/politiek/1414495/kerncentrales-in-de-eemshaven-kan-groningen-nog-wel-nee-zeggen – Mark Bogema & Robert Pastoor
1. Kop en lede “kan Groningen nog wel nee zeggen?”
De kop is een retorische vraag, en de lede zet ogenschijnlijk een pro-kernenergie premisse neer (oorlogen, importafhankelijkheid) die meteen door een GroenLinks-Statenlid wordt weerlegd. De opbouw is sturend: de als neutraal gepresenteerde lector krijgt in de eerste helft telkens het laatste woord.
Conclusie: sturende kop.
2. “ondanks het gebrek aan draagvlak in Groningen”
Dit is het dragende frame, dat als feit wordt gepresenteerd. Er wordt geen onderbouwing voor deze stelling gepresenteerd.
Ten eerste moeten we onderscheid maken tussen politiek draagvlak en draagvlak onder de bevolking. Terecht politiek wantrouwen is iets anders dan een gemeten volkswil. Politiek zijn partijen tegen, en ook voor. Je kan hoogstens stellen dat er verdeeldheid is.
Dan het publieke draagvlak, waar wél cijfers voor zijn. Afhankelijk van de vraagstelling (anti-kernenergie partijen hebben sturende enquetes gehouden onder hun voornamelijke anti-kernenergie doelgroep), kom je tot de volgende onderbouwingen voor draagvlak:
WISE/Milieudefensie (jan. 2026) (negatief, gekleurd en gestuurd). https://wisenederland.nl/meerderheid-groningers-wil-geen-kerncentrale.
Panel Hart van Nederland (19 juni 2026) https://www.hartvannederland.nl/het-beste-van-hart/panel/artikelen/panel-steun-nieuwe-kerncentrales-smr-groningen-zeeland.
51% van de Groningers vindt een kerncentrale in de eigen provincie acceptabel, 39% is tegen. Gewogen panel, min. 2.000 respondenten, foutmarge ~2,2 procentpunt.
Je kunt hiermee onmogelijk stellen dat er geen draagvlak is: eerder het tegenovergestelde. Wat je wel kunt stellen: er is politiek wantrouwen en politieke verdeeldheid, en onder de Groninger bevolking lijkt eerder meer draagvlak dan tegenstand.
En hier zit de kwalijke kern. Door ongefundeerd en gekleurd te herhalen dat er “geen draagvlak” zou zijn en de hakken in het zand te zetten richting Den Haag, worden burgers boos en ondermijnen de tegenstanders het draagvlak zélf. Het frame is geen meting maar een methode: wie een regio blijft vertellen dat ze ergens tegen is, fabriceert een deel van dat “tegen”. En dat is kwalijk.
Bas de Boer (GroenLinks): “Wij hebben zelf niet de grondstoffen; uranium en plutonium.”
Plutonium aanhalen is feitelijk fout: dat wordt niet gedolven of geïmporteerd, maar in reactoren gekweekt. Reguliere centrales draaien op verrijkt uranium, niet op plutonium. Plutonium wordt gebruikt voor kernwapens, en dat is een valse associatie.
De uranium stelling is sturend en incompleet. De wereldwijde productie van uranium komt primair uit Kazachstan ~39%, Canada ~24%, Namibië ~12%, Rusland ~5%. Rusland (en Kazachstan) primair noemen is inspelen op emotie, terwijl uranium feitelijk ook uit Canada en Namibië kan worden geïmporteerd.
https://www.developmentaid.org/news-stream/post/193859/top-countries-by-uranium-production
Uranium is bovendien een kleine kostenpost die je jaren kunt opslaan, wezenlijk anders dan gasafhankelijkheid. Die nuance ontbreekt.
Hetzelfde argument gaat overigens ook op voor windmolens en zonnepanelen. Maar liefst 95% van de zonnepanelen komt uit China, 90% van de windmolenmagneten. Daar zit een veel groter afhankelijkheid en risico.
Zijn eigen argument kan dus precies tegenover hem worden gezet: als internationale afhankelijkheid een probleem is, kies dan voor kernenergie in plaats van wind en zon. Bas de Boer shopt selectief in feitjes om zijn overtuiging te staven, in plaats van zijn overtuiging te baseren op feiten.
Conclusie: suggestief en sturend. RTV Noord had dit eenvoudig kunnen factchecken en in objectief kader moeten plaatsen.
De uitgelichte quote: “Nederland heeft geen partijen voor het bouwen van een kerncentrale”
In de doorlopende tekst zegt lector Van der Gaast: “Nederland heeft geen partijen voor het bouwen van een kerncentrale, dus daarvoor moet een partij uit bijvoorbeeld Frankrijk of Zuid-Korea komen.” Dat is correct: Nederland heeft geen *eigen* bouwer, en buitenlandse leveranciers bestaan. Het probleem zit in de redactionele keuze om alleen de eerste helft als vette tussenkop uit te lichten, waardoor het lijkt alsof er niemand zou kúnnen bouwen.
Dezelfde redenering geldt voor windmolens: Nederland had ooit een sterke windindustrie, maar de turbines komen tegenwoordig uit Denemarken en elders. Niemand noemt dat een blokkade.
Het is feitelijk onjuist dat niemand kerncentrales zou kunnen bouwen: de Rijksoverheid liet EDF, Westinghouse en KHNP haalbaarheidsstudies uitvoeren: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/12/13/haalbaarheidsonderzoek-bouw-kerncentrales-in-januari-van-start, en uit de afgeronde studies (mei 2025) https://www.overkernenergie.nl/actueel/nieuws/2025/05/16/volgende-stap-bouw-nieuwe-kerncentrales-onderzoeksplan-locaties-bekend-en-studies-in-borssele-afgerond bleken de ontwerpen van EDF en Westinghouse inpasbaar; KHNP trok zich daarna terug.
Conclusie: sturend, suggestief, vooringenomen en feitelijk onjuist. Er zijn partijen voor het bouwen van kerncentrales beschikbaar. De frame zit hem in de suggestie dat er geen partijen zijn, die zijn er wel, alleen niet Nederlands. Een non-argument.
Werkgelegenheid: “teams uit Europa … bouwen en zijn daarna weer weg.”
De lector breidt dit uit naar de operatie (“ook voor het operationeel maken en houden”). Maar een centrale draait zestig tot tachtig jaar: https://www.iaea.org/newscenter/news/going-long-term-us-nuclear-power-plants-could-extend-operating-life-to-80-years met vaste bemensing; ook als de eerste expertise ingevlogen wordt, bouwt dat over decennia binnenlandse capaciteit op. Bovendien wijst het artikel zelf via onderzoeker Veenstra (RUG) op het bredere economische effect: betrouwbare basislast trekt energie-intensieve industrie en datacenters aan. De bouwploeg-vergelijking meet alleen de piek en negeert die structurele kant.
Conclusie: de waarheid van de bouwfase wordt gebruikt om de waarheid van de decennialange operatie weg te poetsen.
Bas Wiegmans (BBB): “niet houdbaar om nee te blijven zeggen.”
Zijn punt: de energiebehoefte is niet met wind en zon alleen te dekken, wordt direct door de lector genuanceerd, maar is op zichzelf legitiem en sluit aan bij wat het artikel verderop zelf erkent over waterstof en batterijen.
Conclusie: inhoudelijk verdedigbaar, maar het stuk gebruikt de lector om er hier niet dieper op in te gaan.
Van der Gaast: “Een kerncentrale kan niet echt meebewegen.”
Kernenergie is in de basis constante CO2 vrije basislast die fossiele en niet duurzame kolen- en gascentrales vervangt, geen snelle gat-vuller voor wind- en zonnedips. Dat onderliggende punt klopt. Maar de letterlijke uitspraak is onjuist: technisch *kan* een centrale wel meebewegen. Frankrijk en Duitsland draaien al decennia in load-following-modus, met dagelijkse regeling tussen 50% en 100%
https://world-nuclear.org/information-library/country-profiles/countries-a-f/france
Conclusie: het basislast-punt eronder is correct. De uitspraak is te stellig. Een frame met een feitelijke fout.
SMR’s (Wiegmans wil klein; Veenstra nuanceert)
Veenstra noemt SMR’s “toekomstmuziek” maar corrigeert het beeld dat het speelgoed zou zijn (“serieuze centrales”). Terecht: commerciële SMR’s draaien nog nergens in Europa, dus voor de korte termijn gaat het om bewezen grote reactoren.
Conclusie: eerlijk weergegeven.
Kernafval: het sterkste punt van het artikel
De zorg is legitiem: hoogradioactief afval blijft zeer lang gevaarlijk, COVRA in Zeeland is bovengrondse tussenopslag, en de EU-regel dat elk land zijn eigen afval bergt klopt. Maar de stelling dat er “geen goede oplossing” is, gaat voorbij aan de stand van zaken:
– Finland realiseert met Onkalo de eerste diepe geologische eindberging ter wereld, door de IAEA “a game changer” genoemd: https://www.iaea.org/newscenter/news/finlands-spent-fuel-repository-a-game-changer-for-the-nuclear-industry-director-general-grossi-says. Deep geological disposal is daarmee niet langer theorie maar gedemonstreerde techniek.
Het *volume* is klein: Onkalo bergt al het hoogradioactieve afval van Finlands vijf reactoren over hun hele levensduur, circa 6.500 ton in ~3.250 kleine capsules: https://group.vattenfall.com/press-and-media/newsroom/2023/finland-to-open-the-worlds-first-final-repository-for-spent-nuclear-fuel/.
Daarnaast is er gefinancierd onderzoek naar het afbreken van afval. Partitioning en transmutatie kunnen de gevaarlijke periode terugbrengen van ~100.000 jaar naar enkele honderden jaren: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0146641010000669
Er wordt actief aan gewerkt door onder meer het Jefferson Lab (ADS-technologie) https://www.bnr.nl/nieuws/tech-innovatie/10594712/lab-wil-baanbrekende-techniek-die-kernafval-omzet-in-schone-energie-commercieel-interessant-maken en het Zwitserse Transmutex https://www.transmutex.com. Eerlijk: dit is nog pre-commercieel, en ook met transmutatie blijft een eindberging nodig: https://www.base.bund.de/en/nuclear-safety/nuclear-technology/partitioning-transmutation/transmutation.html
Conclusie: de eindberging is in Nederland nog niet geregeld, en dat is een reëel knelpunt, maar het is een kwestie van politieke wil en uitvoering, niet van technische onmogelijkheid. “Nog geen oplossing in Nederland” is iets anders dan “geen oplossing”.
Wat het artikel goed doet
- CO₂-vrije basislast. De lector erkent dat kernenergie CO₂-vrij is en kolen- en gascentrales kan afschalen, precies het klimaatargument vóór.
- Stroomnet en datacenters. Onderzoeker Veenstra (RUG) wijst erop dat datacenters voor AI continu stroom nodig hebben, een rol die kernenergie kan vervullen.
- Waterstof en batterijen schieten tekort. Het artikel erkent dat waterstof achterblijft (“duur … komt moeilijk van de grond”) en dat batterijen onvoldoende opslaan bij dips. Dat is exact de reden waarom wind, zon en waterstof het niet alleen redden en kernenergie noodzakelijk is.
Conclusie: deze punten verdienen meer gewicht dan het verhaal ze geeft, maar ze stáán er, en ze pleiten vóór meer kernenergie dan het artikel suggereert.
De twee voordelen die ontbreken in het artikel:
Veiligheid.
Per terawattuur, inclusief Tsjernobyl en Fukushima, eist kernenergie even weinig slachtoffers als wind en zon, en 99,8% minder dan kolen en 97,6% minder dan gas: https://ourworldindata.org/safest-sources-of-energy en https://ourworldindata.org/nuclear-energy.
Levensduur
Een kerncentrale draait zestig tot tachtig jaar https://www.endesa.com/en/the-e-face/energy-sector/lifespan-nuclear-power-plant tegen ~20–25 jaar voor een windmolen en ~20–25 jaar voor een zonnepaneel en daarmee is kernenergie duurzamer.
Samenvattend
Het artikel is geen evenwichtig overzicht. Het opent suggestief, presenteert een vraagafhankelijk draagvlakcijfer als hard “geen”, laat een feitelijke fout (plutonium) staan, licht een misleidende halve quote uit (“geen partijen”), en weegt de voordelen die het zelf noemt lichter dan de bezwaren. Het kernafvalpunt is reëel, maar de eindberging is een kwestie van uitvoering, niet van onmogelijkheid. Het sturende effect naar minder draagvlak door ongefundeerd te claimen dat er geen draagvlak is, is kwalijk.
Afsluiter: controle nemen of energiekolonie blijven?
En dan de vraag die in geen enkel nieuwsbericht wordt gesteld: waarom zou je eigenlijk nee willen zeggen?
Want wat wíl Groningen zelf? De geschiedenis van deze provincie is van dingen die met haar gebeurden: de veenwinning met alle armoede, de gaswinning met alle schade, en een gigantisch windpark midden in een daardoor verscheurd dorp. Telkens werd de grondstof eruit gehaald, het geld elders verdiend en de rekening hier gelaten. Niet alleen omdat Den Haag dat zo wilde, maar ook omdat Groningen vooral overal maar tegen was zonder zelf een goed plan op tafel te leggen. Wie alleen maar “nee” zegt en verder niets doet, levert zeggenschap en controle in. Dan wordt er over je geregeerd. En dan kun je daar weer gefrustreerd en boos over gaan doen, en het slachtoffer gaan uithangen.
Kernenergie is geen bedreiging maar een oplossing voor het klimaatdoel. Kernenergie is wel een bedreiging voor een bepaald verdienmodel, namelijk die van de combinatie wind met waterstof. Een kerncentrale levert dag en nacht, weeronafhankelijk en op schaal stabiele stroom, en dat ondergraaft precies de logica waarop wind op zee en groene waterstof zijn gebouwd, waarvan de business case op korte en lange termijn niet haalbaar is. Die laatste leven van schaarste en pieken: van momenten waarop de wind hard waait en de prijs hoog genoeg is, of van overschotten die in waterstof worden weggezet. Zet daar een stabiele, goedkoop draaiende basisproductie naast en de hele businesscase van wind en waterstof verschraalt. De eerlijke conclusie is dan ook niet dat kernenergie het probleem is, maar dat de keuze vóór wind op zee de keuze tégen kernenergie is gaan dicteren, dankzij een sterke lobby van Gasunie, die haar eigen agenda dient, niet die van Groningen, niet die van Nederland. Een deel van de geplande windparken en de waterstofhub zijn simpelweg niet nodig.
De technische conclusie is helder: de Eemshaven is de enige locatie waar twee centrales zonder enorme meerkosten inpasbaar zijn. Het verzet draait dan ook niet om bevingsrisico (dat is voor een kerncentrale verwaarloosbaar) maar om de vrees dat een nationaal energieproject opnieuw over Groningen wordt uitgestort. Toch is juist hier een omkering op zijn plaats. Een regio die al een zwaar netknooppunt, interconnectoren en aanlanding van zeestroom huisvest, is bij uitstek geschikt om grootschalige, permanente, duurzame energieopwekking te koppelen aan energie-intensieve industrie. Inclusief het genereren van waterstof: niet als energiebuffer, maar als grondstof voor industrie. Dat betekent jaren werk tijdens de bouw, blijvende geschoolde banen daarna en een aantrekkingskracht op bedrijven die elders tegen netcongestie aanlopen. In die lezing is de Eemshaven geen plek die nog meer te dragen krijgt, maar een regio die nationale lasten kan ruilen voor regionale welvaart en energetische onafhankelijkheid. De vraag is niet of Groningen het zich kan permitteren een kerncentrale toe te laten, maar of het zich kan permitteren die kans te laten lopen.
Een of meer kerncentrales maken van Groningen opnieuw een energieprovincie: eentje die bedrijven vasthoudt en aantrekt in plaats van ze laat vertrekken, met vaste werkgelegenheid voor decennia en de regelbare basislast die datacenters, chemie en waterstofproductie nodig hebben, industrieën die voor onafhankelijkheid en voor brede welvaart zorgen. Dat krijg je niet rond met wind, zon en waterstof alleen, daarvoor is het te wisselvallig en te duur. Dit is precies het soort autonomie waar de rest van het land de mond vol van heeft. En een unieke kans voor Groningen.
Maar dan moet je het wél omarmen en er een strategie van maken. De vraag is dus niet of Groningen mag klagen over het verleden: dat recht is verdiend. De vraag is: worden we een provincie die de regie pakt en er met kerncentrales een economisch powerhouse van maakt, of blijven we een energiekolonie die tegen is, zichzelf in de put praat, toekijkt en klaagt, en afhankelijk blijft, precies in tijden dat de wereld zich realiseert dat je de eigen broek op moet kunnen houden met eigen energie, eigen industrie en eigen economie?
p.s. nog een vraag die niet wordt gesteld of beantwoord: wie gaat hier eigenlijk over?
De provincie Groningen is verdeeld maar formeel tegen kerncentrales in de Eemshaven. Maar gaat zij hier eigenlijk over? Nee. En de gemeente Het Hogeland – waar de Eemshaven ligt – ook niet.
Een kerncentrale is een project van nationaal belang. Via de Projectprocedure (oud: rijkscoördinatieregeling) neemt het Ríjk zelf het ruimtelijk besluit. Dat projectbesluit komt in de plaats van het gemeentelijke plan. Bevoegd gezag: de minister.
Provincie en gemeente kunnen verzet aantekenen, zienswijzen indienen, wijzen op toezeggingen en naar de Raad van State stappen. Maar een juridisch vetorecht hebben ze niet.
Wel zijn er grenzen aan hóé het Rijk mag beslissen: beginselen van behoorlijk bestuur, en natuurwetgeving rond de Waddenzee. Die kunnen een besluit bij de rechter onderuit halen, maar verplaatsen de bevoegdheid niet.
Daarom draait het politieke gevecht om één vraag: sluit het Rijk de Eemshaven vrijwillig uit? Draagvlak onder de bevolking is daarin een thema. Er wordt beweerd dat er geen draagvlak is, maar die stelling is weerlegd.


