Het stopcontact, niet de pinautomaat

Waarom waterstof en kernenergie geen tegenstanders zijn, maar elkaars voorwaarde. Een ontwarring van complexe energie.

Dagblad van het Noorden zette de voors en tegens van een kerncentrale in de Eemshaven op een rij. DvhN stelt, je moet kiezen: waterstof óf kernenergie. En precies daar gaat het mis, want het antwoord is niet óf-óf, het is Ć©n-Ć©n. Sterker nog: zonder het een wordt het ander duurder en kwetsbaarder. Hieronder leggen we uit waarom, met de cijfers erbij.

Wat duurzaam echt betekent

Laten we eerst het woord duurzaam even goed uitleggen, want dat wordt te vaak versmald tot klimaat alleen. Een energiesysteem rust op drie duurzame zuilen tegelijk:

  1. Duurzame veiligheid: Dit gaat om de leefbaarheid voor mens, dier en planeet: niet alleen het klimaat, maar ook schone lucht. 
  2. Duurzame leveringszekerheid: je wilt altijd kunnen leveren, op schaal, ook als het niet waait en de zon niet schijnt, en je wilt niet afhankelijk zijn van ƩƩn bron of ƩƩn leverancier. 
  3. Duurzame betaalbaarheid: niet ƩƩn keer goedkoop, maar duurzaam lage kosten, jaar in jaar uit. 

Duurzaam veilig, duurzaam zeker en duurzaam betaalbaar zijn keiharde randvoorwaarden. Als je Ć©Ć©n van deze zuilen mist, dan voldoet de energiebron niet. 

Om dit te realiseren gebruik je meerdere typen energieopwekking in een mix. Zodat je altijd kunt inkopen en altijd kunt leveren. Je wil niet op Ć©Ć©n paard wedden, dat is veel te risicovol.

En dan blijft de vraag over: welke mix doet dat het beste, als je van fossiel af wil, gas, olie en kolen, en ook af wil van biomassa, want dat is allesbehalve duurzaam.

De mix die overblijft

Als je fossiel en biomassa schrapt, dan tekent de ideale mix zich vanzelf af: een vaste, CO2-vrije basislast van kernenergie, aangevuld met wind, en in Groningen betekent dat vooral wind op zee, voor de goedkope variabele stroom, met flexibiliteit uit batterijen, koppeling met het buitenland en slimme vraagsturing en balancering. Kernenergie, zon, wind (en waterstof) zijn geen tegenstellingen, maar lagen die elkaar opvangen.

Kijk even wat er op dit moment in de Eemshaven staat. Precies de verbranding die eruit moet. De RWE-kolencentrale, 1560 megawatt, in 2015 gebouwd voor zo’n 2,8 miljard euro, stoot in haar eentje ongeveer 2,8 megaton CO2 per jaar uit. Daar kunnen we nu niet van af, maar we willen het op termijn wel. 

Daarnaast draait er de Magnum-gascentrale. Daarvoor geldt hetzelfde: we kunnen er domweg nog niet zonder, maar we willen er op termijn van af. Maar wat wordt het alternatief?

Vervang die verbranding door een kerncentrale en je doet exact wat duurzaamheid vraagt: je haalt de vieze, uitstotende basislast eruit en zet er een schone, stabiele voor in de plaats. 

Dat is geen verlies van de waterstofdroom, maar juist de voorwaarde ervoor. 

Het plan was en is om de stroom van de Noordzeewindparken aan te landen in de Eemshaven, daar via elektrolyse om te zetten in groene waterstof, en die via het bestaande gasnet van Gasunie het land in te sturen. In theorie een goed plan, ware het niet dat de case voor waterstof nog onbewezen is, want het is echt ontzettend inefficiĆ«nt en duur. 

Vorige week kneep het kabinet de aanlanding van die windstroom af, en daarmee komt de basis onder dat plan op losse schroeven te staan. Juist dan wordt de vraag urgent: waar haal je de stabiele stroom dan wel vandaan om een waterstofketen draaiende te houden? Wie alleen op wind op zee wedt, ziet zijn waterstofdroom met elke windstille week en elke Haagse pennenstreek verdampen. Niet op Ć©Ć©n paard wedden, zie boven.

Misverstand over waterstof: het is een grondstof, geen accu

Hier wreekt zich het grootste misverstand in het hele debat, ook bij DvhN. Waterstof wordt behandeld als energiebuffer, als een soort gigantische accu voor als het niet waait. Van windstroom die over is maak je waterstof, en als je meer stroom nodig hebt, dan maak je van waterstof weer stroom.

Dat kan, maar het is duur en inefficiĆ«nt: je verliest bij het heen en weer omzetten het merendeel van je energie. 

Als grondstof is waterstof daarentegen onmisbaar. Want waar gaat de Nederlandse waterstof nu eigenlijk heen? Niet de stopcontacten in. Nederland maakt jaarlijks rond de tien miljard kuub waterstof, en ongeveer tachtig procent daarvan komt uit aardgas. 

Die grijze productie stoot zo’n dertien megaton CO2 per jaar uit, evenveel als alle Nederlandse huishoudens samen aan stroom verbruiken. En vrijwel al die waterstof verdwijnt als grondstof in de chemie en de raffinage: ammoniak voor kunstmest, methanol, en het ontzwavelen van brandstoffen. Het zwaartepunt ligt in Rotterdam en Zeeland, met fabrieken als Yara in Sluiskil, voor kunstmest.

Daar ligt echte klimaatwinst. Elke kilo groene waterstof die een kilo grijze vervangt, scheelt ongeveer negen tot twaalf kilo CO2. De chemie hoeft niet te verdwijnen, ze moet vergroenen, en daarvoor heb je schone waterstof op industriĆ«le schaal nodig. Niet als noodaccu, maar als ingrediĆ«nt. 

Echter, als je groene waterstof uit windstroom maakt, dan kost deze tot wel vijftien euro per kilo tegenover twee euro per kilo grijze waterstof uit aardgas. En dat maakt dat niemand in de chemische sector groene waterstof wil kopen: domweg veel te duur. Dit opvangen met structurele subsidies zou de belastingbetaler structureel miljarden kosten, dus dat is geen optie.

De valse tegenstelling, ontleed

Maar waaróm is groene waterstof zo duur? De kostprijs wordt door twee dingen bepaald: 

  1. de prijs van de stroom;
  2. het aantal uren dat de elektrolyser draait. 

Een elektrolyser is een dure machine, en een dure machine die stilstaat verdient zichzelf niet terug. Spreid je die kosten over veel draaiuren, dan keldert de prijs per kilo. Laat je hem alleen draaien op wind, dan kom je verder dan op zon, maar nog lang niet ver genoeg. Een windpark op de Noordzee wordt in de plannen op een capaciteitsfactor van rond de vijftig procent gezet, en zelfs dat is optimistisch: recent onderzoek van de TU Delft en het Deense DTU komt onder de geplande dichtheid eerder uit op zo’n vijfendertig procent. Hoe je het ook telt, de elektrolyser staat dan de helft van de tijd tot tweederde van de tijd stil, bij windstilte valt alles weg en staat die peperdure machine geld te verbranden.

En laat dat nu precies zijn waar een kerncentrale uitblinkt. Een kerncentrale levert constant, met een capaciteitsfactor van negentig procent en hoger. Koppel een elektrolyser aan die stabiele stroom en je draaiuren schieten omhoog, dus je kostprijs omlaag. 

Waterstof uit kernenergie heet pink hydrogen. De hele vakliteratuur bevestigt het: de economie van waterstof staat of valt met draaiuren, en een vaste, koolstofvrije bron levert die draaiuren die wind op zee  niet kan leveren.

Daarmee staat de zaak op zijn kop ten opzichte van de valse tegenstelling die DvhN opschrijft. Kernenergie is niet de moordenaar van de waterstofprovincie. Kernenergie is wat de waterstofprovincie betaalbaar en op schaal mogelijk maakt. Je kunt de stroom voor je waterstof straks deels importeren uit zonnige landen, zoals DvhN zelf als nadeel noemt, of je zet hier een eigen, altijd draaiende bron neer die de elektrolysers blijft voeden, ook als het op de Noordzee dagenlang niet waait. Het een sluit het ander niet uit, het een mƔƔkt het ander.

Eerlijk is eerlijk, en daarom de nuance die voorstanders te vaak overslaan. Een kerncentrale is stabiel, niet flink wendbaar: ze regelt traag bij. De snelle flexibiliteit moet uit andere hoeken komen, uit batterijen, uit koppeling met het buitenland, uit slimme vraagsturing en desnoods uit een gascentrale als laatste vangnet. 

Realisme is dat een volledig 100% fossielvrije energiemix een onhaalbare (of op zijn minst onbetaalbare) utopie (dus dystopie met diepe armoede, economische zelfmoord en blackouts) is. Pragmatisme is dat we inzetten op een zo gaaf mogelijke mix van duurzame energie, met hooguit nog fossiel als backup.

Waterstof als terugleverende stroombuffer blijft zeer inefficiĆ«nt en duur; de logica is juist om de waterstof in de industrie te houden, waar geen alternatief voorhanden is. In een verstandige mix is kernenergie de schone basislast, is wind op zee de goedkope variabele aanvulling, is waterstof de grondstof die de chemie vergroent, en is aardgas de minst vervuilende fossiele brandstof om waar nodig als backup te dienen. 

Kernenergie verdringt niet maar voegt toe

Onthoud daarom dit, want het is de zin die in heel het Groningse debat ontbreekt. Een kerncentrale in de Eemshaven verdringt geen waterstof. Ze vervangt juist de vieze verbranding die er nu al staat, de kolen, de houtkorrels, biomassa en het gas, en ze voedt tegelijk de elektrolysers die van grijze waterstof groene maken, ook in de uren, dagen en weken dat de Noordzee er stilletjes bij ligt. Het is geen concurrent van de energietransitie. Het is een van de krachtigste versnellers ervan.

Toegegeven, kernenergie maakt verdere opschaling van wind en zon, en vooral waterstof als accu onnodig. Is dat erg? Nee, het is efficiƫnter, goedkoper en bewezen. En dus beter voor iedereen die energie inkoopt.

Het is alleen erg voor organisaties die hun overlevingsstrategie aan waterstof als accu hebben opgehangen. Maar dat blijkt een onrealistische business case te zijn, die niet op de belastingbetaler en energie-betalende bedrijven en burgers mag worden afgewenteld. Zij zitten er voor het eigen belang, niet voor die van het land, en daar moet Groningen niet in meegaan.

Het stopcontact, niet de pinautomaat

Blijft ƩƩn vraag over, en dat is de Groningse. Wil je het stopcontact van Nederland zijn? Goed idee, dat past bij een provincie die al een derde van de landelijke stroom maakt, de interconnectoren huisvest en de aanlanding van zeestroom verzorgt. 

Maar het stopcontact zijn is iets anders dan de pinautomaat zijn waar de rest van het land geld uit trekt en de rekening achterlaat. Dat onderscheid is de hele inzet.

Het verschil zit niet in de techniek, maar in het eigenaarschap. Een kerncentrale die hier stroom levert tegen kostprijs aan de eigen industrie en huishoudens, die de elektrolysers van de Groningse waterstofketen voedt, en waarvan de regio een aandeel met dividend houdt op alles wat naar het westen gaat, is geen last die wordt opgelegd. 

Dat is een bezit dat wordt opgebouwd. Stopcontact Ʃn eigenaar, in plaats van pinautomaat en wingewest.

De vraag van het Dagblad van het Noorden was: waterstof of kernenergie? Het is de verkeerde vraag. De goede vraag luidt: durft Groningen het systeem te ontwerpen dat allebei mogelijk maakt, en er eigenaar van te worden? Of laat het, weer, anderen kiezen?

P.S.
 
 Lees, tot slot, hoe DvhN zelf eindigt. Niet op de afweging die het stuk beloofde, maar op bussen vol Groningers naar het Kamerdebat en een protestmanifestatie in november, met de affiches al bij de drukker. Een zogenaamd evenwichtig voor-en-tegen kantelt zo in de laatste alinea alsnog naar het verzet. De voors stonden keurig opgesomd, maar het laatste woord, en dat is het woord dat beklijft, is er een van mobilisatie tegen.

Ook dit is opmerkelijk. Geef een artikel een neutrale kop en een nette opsomming, en laat het eindigen op het beeld van een provincie die zich opmaakt om nee te zeggen, en je weet welke kant de lezer uit loopt. De vorm is afgewogen, de nagalm is negatief. Ook zo werkt sturing die we eerder in de draagvlakmachine noemden: niet met onwaarheden, maar met keuzes over koppen, wat je schrijft en niet schrijft, en waar je het stuk laat ophouden.

Een afgewogen slot had ook gekund. Bijvoorbeeld: en de vraag is nu of Groningen dit ondergaat of het naar zijn hand zet. Maar dat slot kiest men niet, men kiest de bus naar het verzet. Keuzes, keuzes.

Bronnen

De verbranding in de Eemshaven

– Eemshavencentrale (RWE), 1560 MW kolen en biomassa, in bedrijf sinds 2015, bouwkosten circa 2,8 miljard euro; kolenstook wettelijk verboden vanaf 2030. https://nl.wikipedia.org/wiki/Eemshavencentrale

– WattisDuurzaam, “Ook in hoger beroep geen schadevergoeding voor kolenverbod” (rechter wijst RWE-claim af; investeringsrisico was voorzienbaar). https://www.wattisduurzaam.nl/32562/energie-opwekken/fossiel/hilarische-miljardenclaim-van-rwe-voor-sluiting-kolencentrale/

– NOS, “Onderzoek: biomassacentrales stoten meer CO2 uit dan steenkoolcentrales”, 30 oktober 2019. https://nos.nl/artikel/2308185

– Milieudefensie, “Daarom staat RWE op onze lijst van vervuilers” (biomassa, houtimport, biodiversiteit). https://milieudefensie.nl/actueel/dit-is-waarom-rwe-nederland-op-onze-lijst-van-grote-vervuilers-staat

Waterstof als grondstof en de grijze uitstoot

– Milieu Centraal, “Waterstof: welke kansen zijn er?” (circa 10 miljard kuub per jaar, 80% grijs, circa 13 Mton CO2, vooral grondstof, ammoniak 37%). https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/waterstof/

– PBL, “Productie, import, transport en opslag van waterstof in Nederland”, 2024 (grijze waterstof circa 9 kg CO2 per kg H2; circa 0,9 Mton grijze productie via SMR). https://www.pbl.nl/system/files/document/2024-04/pbl-2024-productie-import-transport-en-opslag-van-waterstof-in-nederland_5206.pdf

– Nederland Waterstofland, “Wat bepaalt de prijs van groene waterstof?” (grijs uit aardgas via SMR; grondstof voor kunstmest en raffinage). https://www.nederlandwaterstofland.nl/nieuws/wat-bepaalt-de-prijs-van-groene-waterstof/

– ABN AMRO, “De rol van groene ammoniak” (grijze ammoniak circa 1,9 ton CO2 per ton; mondiaal 1,3% van energiegerelateerde CO2). https://www.abnamro.com/research/nl/onze-research/esg-en-economie-wat-is-de-rol-van-groene-ammoniak-in-de

– VNCI Chemie Magazine, “Groene ammoniak heeft potentie” (Yara Sluiskil, 100 MW elektrolyser). https://www.vnci.nl/chemie-magazine/actueel/artikel/groene-ammoniak-heeft-potentie-als-drager-van-waterstof

– EnergieKiezer, “Waterstof: wat moet je weten?” (prijsindicaties grijs circa 1,50 tot 2,00 euro, groen nu hoog, verwachte daling). https://www.energiekiezer.nl/waterstof

Draaiuren, capaciteitsfactor en de koppeling met kernenergie

– Power Engineering, “Green hydrogen & electrolysis load factor: the elephant in the room” (elektrolysers zijn kapitaalintensief en moeten op hoge load factor draaien; zon circa 25% capaciteitsfactor). https://www.power-eng.com/hydrogen/green-hydrogen-electrolysis-load-factor-the-elephant-in-the-room/

– Solartechonline, “Hydrogen Electrolysis Guide 2025” (pink hydrogen: kernenergie levert hoge capaciteitsfactor en stabiele output voor elektrolyse). https://solartechonline.com/blog/hydrogen-electrolysis-guide/

– ScienceDirect, “The hydrogen-nuclear nexus” (LCOH hangt samen met zowel stroom-LCOE als full load hours; vergelijkingen worden vertroebeld door uiteenlopende boekhoudkeuzes).Ā https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0360319925051638

– Utility Dive, “Hydrogen too costly for clean baseload generation but could serve as long-term storage” (waterstof beter inzetten in moeilijk te verduurzamen industrie dan als stroombuffer). https://www.utilitydive.com/news/clean-hydrogen-power-long-duration-storage-decarbonization/721057/

Capaciteitsfactor van wind op zee

– Wikipedia, “Capaciteitsfactor” / “Windturbines in Nederland” (wind op zee circa 30 tot 50 procent capaciteitsfactor, in de plannen tot ruim 50 procent). https://nl.wikipedia.org/wiki/Windturbines_in_Nederland

– Follow the Money, “Geplande windparken kunnen niet de verwachte elektriciteit leveren” (TU Delft en DTU: haalbare capaciteitsfactor onder geplande dichtheid circa 34,6 procent, Nederland overschat de opbrengst met circa 50 procent). https://www.ftm.nl/artikelen/wetenschappers-waarschuwen-pas-op-voor-overoptimisme-over-windenergie

  • Noot: kostencijfers voor waterstof lopen sterk uiteen, afhankelijk van stroomprijs, draaiuren en boekhoudkeuzes. Dit stuk claimt geen exacte kostprijzen, maar beschrijft het mechanisme: de kostprijs van groene waterstof wordt gedrukt door meer draaiuren, enĀ een kerncentrale als een vaste, koolstofvrije bron levert wel die draaiuren. De stelling is dat kernenergie, zon, wind en waterstof elkaar in een verstandige mix aanvullen, niet beconcurreren.
in de war net als krantje
in de war net als krantje