Er moeten vier kerncentrales in Nederland komen. Zeeland en Groningen blijven over als meest geschikte locaties. Er zullen geen vier in Zeeland en geen vier in Groningen komen.
De logische verdeling is twee in Zeeland, en twee in Groningen. Dat is robuuster. Gaat ƩƩn regio down, dan blijft de andere regio leveren. De vraag is dus niet of er kerncentrales in Groningen komen, maar onder welke voorwaarden.
Door botweg tegen te zijn, verlies je de kans om over voorwaarden te onderhandelen.
Denk aan lagere energierekeningen voor Groningers en Groninger bedrijven. Dat merkt iedereen meteen in de portemonnee. En het trekt bedrijven aan.
Dat betekent meer banen, sterkere economie. Lagere rekeningen en meer inkomsten = brede welvaart. Daarvan kunnen we zorg, onderwijs en andere voorzieningen blijven betalen.
De keuze is: ga je over je laten regeren en klagen, of ga je in het belang van Groningen er het meeste uit halen?
Hoe zit je op 2 juli in die bus naar Den Haag, met een eierschaal op je hoofd, of met een lijstje voorwaarden die je binnen kan slepen?
Het Groninger wantrouwen
Het Ipsos I&O onderzoek laat zien dat Groningers iets negatiever staan tegenover kerncentrales dan inwoners van de andere onderzochte gebieden. Niet extreem, niet hysterisch, wel aanwezig.
In de provincie Groningen heeft 61 procent van de directe omwonenden van de Eemshaven zorgen, tegenover 28 procent die vooral kansen ziet. In Zuid-Holland en Zeeland liggen die percentages anders. Het zijn geen enorme verschillen, maar wel meetbaar. Het rapport, in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei, is daar helder over.
De vraag die ertoe doet is niet of dat zo is, maar waarom. En daar wordt het ongemakkelijk, want het eerlijke antwoord houdt Groningen een spiegel voor.
Het is geen onwetendheid
De makkelijke verklaring, die je de afgelopen weken in de regionale politiek en pers hoorde, is dat Groningers overvallen zijn. Dat ze het niet zagen aankomen. Dat zou de argwaan verklaren.
Het probleem met die verklaring is dat deze niet klopt. Uit onderzoek blijkt dat 82 procent van de omwonenden van de Eemshaven wist dat hun gebied mogelijk twee kerncentrales zou kunnen krijgen. Dat is hoger dan rond de Maasvlakte, waar 34 procent van niets wist, en veel hoger dan in de rest van Zuid-Holland, waar 62 procent het niet wist. Alleen Zeeland was beter geĆÆnformeerd.
Bovendien lag het rapport al klaar. Het veldwerk vond plaats in oktober 2025, de zeven kandidaatlocaties waren al op 16 mei 2025 aangekondigd, en het rapport is gedateerd februari 2026. Dat de Eemshaven in beeld was, lag dus ruim een jaar voor het Kamerdebat van 2 juli gewoon al maandenlang op tafel. Ook al werd het gedownplayed. Wie nu verrast doet, is naĆÆef, of heeft niet opgelet… of doet alsof.
Groningers wisten het wel, blijkt uit het rapport. Zij zeggen geen nee uit onwetendheid, ze zeggen nee terwijl ze het wisten. Dat is een belangrijker en eerlijker gegeven, want het verschuift de vraag van communicatie naar houding.
Het is wantrouwen, en dat is begrijpelijk
Wat de Groningse cijfers werkelijk onderscheidt, is niet de (on)bekendheid maar het vertrouwen, althans het gebrek daaraan. Het vertrouwen dat de minister een weloverwogen keuze maakt ligt in Groningen op 23 tot 25 procent, tegen 39 tot 42 procent in de andere provincies. 55 procent van de Eemshaven-omwonenden denkt dat het besluit toch al vaststaat, het hoogste percentage van alle gebieden. En dan het cijfer dat nergens anders voorkomt: 19 procent van de bredere regio Groningen noemt spontaan een gevoel van onrecht, het idee de lasten voor de rest van Nederland te moeten dragen. In alle andere gebieden ligt dat tussen de 1 en 5 procent.
Dit is geen koudwatervrees, heit is geĆÆnformeerd wantrouwen, en het komt regelrecht uit het gasdossier, de veenwinning en de windmolens die midden in Meeden werden geplaatst.
Iemand die de aardbevingen, de schadeafhandeling en de vele gebroken politieke beloftes en de ambtelijke chaos heeft meegemaakt, en vervolgens hoort “vertrouw ons, de keuze is weloverwogen”, doet er verstandig aan eerst de onderbouwing te willen zien, of is afgehaakt en vertrouwt niets meer. Die argwaan heeft een oorzaak. Daar valt niets op af te dingen.
Maar precies daar begint de spiegel.
Calimero
Calimero is dat zwarte kuikentje dat met de eierschaal op zijn kop rondloopt en roept dat de groten gemeen zijn en hij maar klein. Hij heeft vaak nog gelijk ook. Maar het probleem met Calimero is niet of hij gelijk heeft. Het probleem is dat het klagen en rondlopen met die schaal op je kop een keuze is. Een houding die zichzelf in stand houdt.
Kijk naar de logica die uit het onderzoek spreekt. Slechts 15 procent van de Groningers denkt dat de eigen mening invloed heeft op de uitkomst. 55 procent denkt dat het al vaststaat. En dus, zo is de redenering, heeft meedenken geen zin. Waarom zou je over voorwaarden nadenken als je stem toch niet telt?
Dat klinkt nuchter. Maar het is een zelf-vervullende voorspelling. Door ervan uit te gaan dat alles vaststaat, lever je het onderhandelingsmoment in dat je nog wel had. Je trekt de put waar je in zit zelf dicht. Het scherpste cijfer uit het hele rapport staat in de tabel over voorwaarden: gevraagd welke voorwaarden men zou stellen als er toch centrales komen, weigert 30 procent van de Eemshaven-omwonenden zelfs maar voorwaarden te formuleren. Onbespreekbaar, ze komen er niet, klaar. In het gebied rond de Maasvlakte is dat 10 procent.
Dertig tegen tien. Dat is het verschil tussen wie de eierschaal afzet en wie hem ophoudt. En als meerdere Calimeroās tegen elkaar blijven klagen, passief blijven, alleen maar de meest negatieve kant van zaken blijven zien, dan praten ze elkaar en zichzelf die houding aan.
Zeeland doet het anders
Leer van Zeeland. Zeeuwen zijn niet beter of slimmer, maar ze staan anders in de wedstrijd. Er staat al een kerncentrale in Borssele, er ligt de opslag van radioactief afval bij COVRA. Die ervaringen kunnen de acceptatie van meer kerncentrales voor de Zeeuwen vermoedelijk makkelijker maken. Maar belangrijker dan de techniek is de houding.
Toen het kabinet op 19 juni de lijst terugbracht tot twee locaties, twee in de Eemshaven en een bij Terneuzen, reageerde politiek Zeeland niet zoals Groningen met een emotioneel en principieel nee. De gemeente Terneuzen stelde dat eventuele centrales moeten passen binnen een breder pakket van investeringen in werkgelegenheid, wonen en voorzieningen. Met andere woorden: als het dan komt, dan willen we er dit en dit en dit voor terug. Er wordt al gerekend met 8000 tijdelijke en 1000 vaste banen in de Paulinapolder.
Let wel, ook Zeeland heeft zorgen. Terneuzen is binnen de provincie zelfs de meest kritische plek, met 74 procent van de omwonenden die zorgen heeft. Het verschil zit niet in de afwezigheid van zorgen. Het verschil zit erin dat Zeeland die zorgen omzet in eisen, terwijl Groningen ze omzet in een gesloten deur.
De pijnlijke paradox
Hier wordt het echt wrang. Want technisch is de Eemshaven niet de underdog. Volgens netbeheerder TenneT is de Eemshaven juist de meest logische locatie: de combinatie met windparken op zee pakt daar het beste uit, en het scheelt transport over een overvol net.
De staatssecretaris onderschreef het op 19 juni met zoveel woorden, en voegde er meteen aan toe: “Ik weet dat ze dit niet willen, dat vertelden ze mij vanmorgen nog.”
Lees dat nog eens: Groningen heeft de sterkste papieren van alle kandidaten. Dat is precies de positie waar je erg trots op kan zijn, en de positie van waaruit je het beste kunt onderhandelen.
Toch is het is tegelijk de plek met de minste bereidheid om ook maar iets te eisen. De beste onderhandelingspositie van het land, gekoppeld aan de keuze om niet te onderhandelen. Dat is geen kracht. Dat is een compliment en een cadeau in de schoot geworpen krijgen, en dan boos weglopen.
Wie niet aan tafel gaat zitten, krijgt geen slechte deal. Die krijgt helemaal geenĀ deal, en mag toekijken hoe er alsnog een kerncentrale wordt neergezet, terwijl een ander het pakket aan eisen binnenhaalt waar de Groningers zelf de meeste kansen uit konden halen, en het meeste recht op hadden. Alsof we eindelijk het geld voor de Lelylijn krijgen, en dan toch nee zeggen en deze dan maar in Zeeland wordt aangelegd.
Anders in de wedstrijd
Dit is de spiegel, en hij is niet bedoeld om te kwetsen maar om wakker te schudden. Het wantrouwen is terecht. De geschiedenis rechtvaardigt de argwaan volledig. Maar argwaan is een vertrekpunt, geen strategie. Je kunt gelijk hebben en toch verliezen, en in Groningen dreigt precies dat.
Minder emotie, meer pragmatisme. Minder elkaar de put in praten, meer rekenen. Niet de vraag of het oneerlijk is dat Groningen weer gevraagd wordt, want dat is het misschien, maar de vraag wat Groningen ervoor terugkrijgt als het toch gebeurt. Goedkopere energie voor de regio. Structurele werkgelegenheid, niet tijdelijk.
Investeringen in infrastructuur, zorg, onderwijs, woningen, bedrijven, economie. Brede welvaart. Harde garanties over veiligheid en over de Waddenzee. Een plek aan tafel in plaats van een eierschaal op het hoofd en boos in een bus naar Den Haag afreizen.
Het Groningse belang is eindelijk eens offensief in plaats van defensief gaan spelen. Gaat Groningen aan tafel zitten voordat het besluit valt, of blijft het roepen dat de groten gemeen zijn tot het te laat is om nog iets te eisen?
Want wat als āDen Haagā alsnog besluit dat er kerncentrales in de Eemshaven komen, zonder Groningen aan tafel? Dan word je toch weer die pinautomaat, terwijl je het stopcontact had kunnen worden.
En kunnen we met zijn allen weer gaan klagen dat het ons allemaal weer overkomt… Zij zijn groot en ik is klein en daās nie eerlijk!
En tot slot, een woord aan Den Haag
Onze spiegel reflecteert twee kanten op. Als de helft van de omwonenden van de Eemshaven aantoonbaar niet begrijpt waarom juist hun gebied is aangewezen, en als het vertrouwen in de besluitvorming nergens lager is dan hier, dan ligt er ook een opdracht bij de staatssecretaris.
Beste Jo-Annes De Bat, begin niet met overtuigen, maar met erkennen. Erken hardop dat het wantrouwen na het gasdossier verdiend is. En laat vervolgens zien dat u meer dan bereid bent te praten: over keiharde veiligheidswaarborgen, over de bescherming van het Wad, maar bovenal over wat dit Groningen oplevert. Niet als fooi, maar als investering in de brede welvaart van een regio die genoeg heeft ingeleverd en nu echt een geweldige impuls kan krijgen.
Een ājaā onder goede voorwaarden is meer waard dan een āneeā dat toch wordt overruled. Voor Groningen, en voor u.




Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.