De Groninger waterstofdroom: even vluchtig als waterstof zelf

Hoe de hele wereld de groene waterstofdroom inmiddels heeft losgelaten, en waarom het Groninger bestuur hardnekkig blijft geloven in een belofte die de markt al heeft afgeschreven.

In bijna de hele wereld is de groene waterstofdroom in 2025 en 2026 hard op de grond gekomen. Beurswaarden gehalveerd, tientallen gigawatten aan projecten geschrapt, ambities teruggeschroefd van wereldredder tot pilotproject.

En toch is Groningen vastbesloten om een Groene Waterstof-economie te realiseren.

Dit is het verhaal van een geloof dat bleef toen de feiten al lang weg waren.

Het rode boekje: een maakbare economie op papier

De Waterstofeconomie begon met wensdenken, netjes ingebonden. In 2016 vroeg de Noordelijke Innovation Board (later Economic Board Noord-Nederland) aan hoogleraar Ad van Wijk hoe het Noorden verder moest nu het Groningse gas wegviel.

De opdracht was breed: zoek over de hele breedte van de economie naar kansen. Het antwoord was smal: waterstof.

Vervang aardgas door waterstof, hergebruik de bestaande gasleidingen, behoud de banen die aan het gas hingen. Het werd vastgelegd in een document dat in de regio bekend kwam te staan als Het Rode Boekje.

Het Rode Boekje, symbolisch voor het maakbaarheidsdenken van Mao, nu ook toegepast op waterstof in Groningen.

Je tekent een nieuwe economie op papier, je decreteert een markt, en je gaat ervan uit dat vraag, techniek en prijs zich vanzelf naar het plan zullen voegen.

Het plan sloeg desondanks aan omdat het ieders belang diende:

  • Gasunie zag een nieuwe bestemming voor zijn leeglopende leidingen, waterstof werd voor hen een overlevingsstrategie.
  • Shell zag groene PR, een subsidiekraan en een manier om de provincie Groningen rustig te krijgen in een pijnlijk gaswinnings- en schadedossier.
  • De provincie zag eindelijk weer een verhaal voor Groningen.

En precies daar hadden de alarmbellen moeten rinkelen, want als alle betrokkenen een reden hebben om iets te willen geloven, controleert niemand meer of het waar is, ondanks dat anderen hun vraagtekens zetten en zorgen uitten.

Wat waterstof eigenlijk is, en waarom het een slechte batterij is

Hier een stukje natuurkunde dat in het rode boekje ontbrak. Waterstof is het lichtste en meest voorkomende element in het heelal, maar op aarde zweeft het bijna nooit vrij rond. Het zit vast in water en in aardgas. Je kunt het dus niet oppompen of opgraven zoals olie of gas. Je moet het losmaken, en dat kost energie.

Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager: een manier om energie die je elders hebt opgewekt te verpakken en te verplaatsen. Waterstof is daarnaast bovenal geen energiedrager maar een cruciale grondstof voor industrie, denk bijvoorbeeld aan kunstmest en petrochemie.

Waterstof wordt doorgaans gemaakt uit aardgas, waarbij veel CO2 vrijkomt. Dit is de gangbare, in volume, betaalbaregeproduceerde waterstof. Blauwe waterstof is grijze waterstof waarvan je de CO2 probeert af te vangen en op te slaan, dat kost meer. Groene waterstof maak je door met duurzame stroom uit wind en zon water te splitsen in een elektrolyser, en dat is erg duur en inefficiƫnt. Er is ook nog roze waterstof, die met duurzame atoomstroom wordt gemaakt, ook met elektrolyse. Nog steeds duurder, maar met als voordeel dat de stroom er niet 33% maar vrijwel altijd is en de dure installatie op maximaal rendement draait.

Als manier om stroom op te slaan, een buffer voor als de zon niet schijnt en de wind niet waait, is waterstof ronduit verkwistend. De route is: stroom in een elektrolyser, dan waterstof, dan comprimeren of koelen tot min 253 graden, dan opslaan, en dan via een brandstofcel of turbine weer terug naar stroom genereren. Bij elke stap lekt energie weg. De totale heen-en-terug-efficiency van waterstofopslag ligt rond de 30 tot 45 procent, er gaat dus 55 tot 70 procent verloren. Bij een lithiumbatterij is de efficiency 85 tot 95 procent, bij pompcentrales 70 tot 80 procent. In gewone taal: stop je 100 kilowattuur in een batterij, dan krijg je er 85 tot 95 weer uit. Stop je het in waterstof, dan houd je er 30 tot 45 over. De rest gooi je weg. Voor een land dat zijn groene stroom nog hard tekort komt, is dat geen detail maar een diskwalificatie. Voor groene waterstof moet je effectief 3x zoveel windmolens neerzetten.

Conclusie: als dagelijkse batterij voor het stroomnet, en zeker als brandstof voor de auto, is waterstof het verkeerde gereedschap.

Maar eerlijk is eerlijk, en dat ontbreekt vaak in het debat: waterstof heeft wƩl een voordeel. Het wint namelijk op twee punten waar batterijen verliezen. Ten eerste energiedichtheid: per kilogram zit er in waterstof een veelvoud van de energie in een batterij, wat het interessant maakt voor dingen die je nauwelijks kunt elektrificeren, zoals zware industrie, scheepvaart of luchtvaart. Ten tweede de duur: je kunt enorme hoeveelheden waterstof relatief goedkoop wekenlang of maandenlang opslaan in zoutcavernes, terwijl batterijen leeglopen en kostbare energie verliezen. Voor seizoensopslag en als grondstof voor de industrie is waterstof dus een serieuze optie. Over grote afstanden, meer dan honderd kilometer, kan transport als waterstofmolecuul door een buis bovendien goedkoper zijn dan als elektron door een kabel.

Omdat zon en wind variabel en lastig voorspelbaar zijn, en niet aansluiten bij de energievraag, is buffering nodig. Batterijen en waterstof bijvoorbeeld. Maar stel dat je een duurzame energiebron kon hebben die onafhankelijk van wind en weer altijd energie levert, net als de fossiele centrales waar we van af willen? Dan valt de noodzaak voor buffering grotendeels weg. Dan blijft de noodzaak voor waterstof als grondstof over, maar dan moet deze qua prijs wel op het niveau van grijze waterstof terecht komen.

En dƔƔr wringt het rode boekje. Het verkocht waterstof niet als die smalle, specialistische oplossing, maar als de missing link, de universele schakel die het hele energiesysteem zou redden. Een grondstof voor de industrie werd opgeblazen tot een alomvattende toekomst. Er zou een heuse waterstofeconomie ontstaan. De niche met potentie werd een religie.

De NIB (of EBNN) had geen oog voor andere economische kansen, want waterstof zou next level economie worden. Men ging naar het casino en zette alles op rood. Alles op het Rode Boekje.

Het waterstofconsortium: verstrengelde belangen en eigen belang

Op 27 februari 2020 presenteerden Gasunie, Groningen Seaports en Shell Nederland het resultaat van het Rode Boekje: Project NortH2. De ambitie loog er niet om: het grootste groene waterstofproject van Europa. Drie tot vier gigawatt windvermogen in 2030, doorgroeiend naar tien gigawatt in 2040, goed voor 800.000 ton groene waterstof per jaar.

Let op de samenstelling. Twee overheidsbedrijven (Gasunie, dat van de staat is, en Groningen Seaports, dat van de regio is) gingen in ƩƩn consortium zitten met fossiele energiereuzen. Gasunie verkocht het als een natuurlijke koppositie: Nederland heeft de Noordzee voor de wind, de havens als hubs, de industrie die wil vergroenen en een prima leidingnet. Het klonk inderdaad veelbelovend en ambitieus.

Shell-Nederlandbaas Marjan van Loon sprak over lef en pionieren. De provincie Groningen noemde waterstof de missing link van de energietransitie en zei dat Groningen op zoek was naar een nieuw verhaal.

Daar zit de eerste constructiefout. Een staatsbedrijf dat straks als onafhankelijk netbeheerder van het waterstofnet moet optreden, was tegelijk commercieel partner in het grootste project op datzelfde net.

In oktober 2021 waarschuwde uitgerekend Gasunie zelf in Nieuwsuur dat de overheid voorwaarden moest stellen aan de miljardensubsidies, anders zou Nederland zeggenschap over de nieuwe waterstofeconomie verliezen aan het bedrijfsleven. Een lid van de raad van bestuur waarschuwde voor monopolievorming. Het bedrijf waarschuwde, met andere woorden, voor een gevaar waar het zelf onderdeel van was, maar de macht over het dossier kwijt dreigde te raken.

In december 2021 kwam de aap uit de mouw. Uit een brief van staatssecretaris Yeşilgƶz bleek dat de consortiumconstructie op losse schroeven stond. De overheid zou zich juridisch en economisch verbinden aan commerciĆ«le partijen, en dat verdroeg zich niet met de onafhankelijke rol van Gasunie en een gelijk speelveld. Gasunie moest heroverwegen hoe het überhaupt nog mocht meedoen.

De ongemakkelijke driehoek

En dan de pikante laag waar in Groningen liever niet hardop over gesproken wordt, nog even los van wat belangenverstrengeling rond dat Rode Boekje. In dezelfde jaren dat de provincie Groningen publiekelijk in de clinch lag met de NAM (voor de helft eigendom van Shell) over bevingsschade, gaswinning en jarenlang gerekte schadeafhandeling, zat de gedeputeerde EZ met datzelfde Shell in achterkamertjes aan andere tafel als gewaardeerd partner in het waterstofprestigeproject.

Aan de voorkant boze brieven, schadeclaims, moties en emotionele persoptredens tegen de gaswinning. Aan de achterkant gezamenlijke afspraken met zicht op de subsidiekraan van Rijk en EU. Het is een driehoek die zichzelf niet laat uitleggen zonder ongemak. Wie de bevingsdossiers en de waterstofdossiers naast elkaar legt, ziet een provincie die met Shell publiekelijk ruziet over het verleden en zich achter de schermen door dezelfde partij laat verleiden tot het binnenhalen van miljardensubsidies. Hoe sterk sta je als provincie dan nog in onderhandelingen, en in hoeverre sta je dan nog achter je burgers? Shell speelde hier een strategisch spel: miljardensubsidies binnenhalen, en de Provincie Groningen koest krijgen.

Wat het rode boekje beloofde, en wat ervan terechtkwam

Het mooie aan het rode boekje is dat het zichzelf afrekent. Het document uit april 2017 noemt harde, toetsbare doelen voor 2030. Het werd mede geschreven door een vice president van Gasunie en een projectleider van de provincie Groningen, en betaald door de drie noordelijke provincies en regionale overheidsfondsen. Het plan dat Gasunie het waterstofnet in handen zou spelen, was dus mede door Gasunie opgesteld en met publiek geld bekostigd. Leg die doelen nu naast de werkelijkheid van 2026.

De prijs. Het boekje belooft groene waterstof voor 2 tot 3 euro per kilo, concurrerend met grijze waterstof. Dat is de hele economische rechtvaardiging. Werkelijkheid: groene waterstof zit wereldwijd boven de 5 dollar per kilo en de kosten stijgen in plaats van te dalen. Zelfs Rabobank noteerde erbij dat de aannames niet getest noch extern gevalideerd waren, en dat grootschalige elektrolyse nog geen bewezen technologie was.

De productie. Belofte: 270.000 ton groene waterstof per jaar in 2030, met alleen al voor het Noorden 1.000 MW elektrolyse. Werkelijkheid: in heel Nederland staat op dit moment ƩƩn elektrolyser van 0,2 GW in aanbouw, een fractie van wat voor het Noorden alleen al was beloofd.

De Magnum-centrale. Belofte: vanaf 2023 zou een van de units op waterstof draaien, de grootste waterstofcentrale ter wereld. De ombouw ging in 2021 van tafel, te duur en zonder subsidie, met de uitdrukkelijke kanttekening dat het probleem geenszins technisch van aard was. De centrale is in 2022 verkocht en draait nog steeds op gas.

De blauwe waterstoffabriek in de Eemshaven. Belofte: het project H2M Eemshaven zou vanaf 2029 ruim 200.000 ton waterstof per jaar leveren, met al 162 miljoen euro Europese subsidie toegekend. Werkelijkheid: eind 2024 geschrapt, om een combinatie van beleid, markt en het uitblijven van sluitende financiering.

De pijplijn naar Delfzijl, Rotterdam, Limburg en Duitsland. Belofte: een landelijk en grensoverschrijdend net. Werkelijkheid: alleen het Rotterdam-tracƩ wordt aangelegd, de andere veertien zijn onzeker, en de Delta-Rijncorridor schuift naar ongeveer 2032.

De waterstofauto. Belofte: honderd tankstations en honderdduizend personenauto’s op brandstofcel. Werkelijkheid: de waterstofpersonenauto is wereldwijd doodgelopen, de batterij-auto heeft gewonnen. De Toyota Mirai op de openingsfoto van het boekje is een curiositeit geworden.

De investeerders. Belofte: olie-, gas-, chemie- en havenbedrijven zouden 5,5 tot 10 miljard euro inleggen. Werkelijkheid: precies die partijen stappen er juist weer uit, terwijl de publieke rekening voor het net oploopt en de afnemers wegblijven.

Wat staat er nog overeind? EƩn ding: de offshore windparken. Maar dat is gewoon stroom, niet de waterstofeconomie. Het enige deel van het plan dat doorgaat, is het deel dat met waterstof niets te maken heeft.

Conclusie: het boekje rekent zichzelf rijk, en de weeffout zit in de eigen som. De 2 tot 3 euro per kilo kwam uit een model dat twee dingen tegelijk aannam: stroom voor 20 tot 30 euro per MWh, Ć©n een elektrolyser die in baseload draait, dus vrijwel continu. Maar de bronnen die het boekje aandraagt, wind en zon, leveren geen baseload. Die leveren een derde van de tijd. Je kunt een dure installatie niet continu op maximaal rendement laten draaien op een grillige bron. De goedkope prijs rustte dus op een bedrijfsvoering die het voorgestelde systeem nooit kon leveren.

En hier valt de grootste stilte in het document op. De enige bron die wĆ©l baseload levert, constante CO2-vrije stroom op hoge bezettingsgraad, is kernenergie. Het is precies de bron die het rekenmodel had kunnen waarmaken. Ze komt in het hele boekje niet ƩƩn keer voor. Dat is geen toeval maar een wereldbeeld: in 2017 was (en is nog steeds) kernenergie in deze kringen taboe, en ze paste niet in het zelfbeeld van een wind- en havenregio die haar gasleidingen een tweede leven wilde geven. Het plan is achterstevoren gebouwd, eerst de gewenste uitkomst, daarna een som die baseload nodig had, en de enige bron die dat had kunnen leveren werd weggelaten.

De wereld keert zich af

Terwijl Groningen geloofde, rekende de rest van de wereld af met groene waterstof. De cijfers van 2025 en 2026 zijn genadeloos. Wereldwijd is 60 tot 70 procent van de beurswaarde van waterstofbedrijven verdampt. Meer dan 33 gigawatt aan aangekondigde projecten is geschrapt of uitgesteld, van het Australische BP-megaproject tot Shells eigen Aukra-project in Noorwegen.

Van de ruim 520 gigawatt aan plannen die de wereld ooit aankondigde, heeft maar 4 tot 7 procent een definitief investeringsbesluit gehaald. De sector, schreef ING, is grotendeels feitelijk teruggevallen naar de pilotfase. De wereldwijde productie van schone waterstof komt in 2026 uit op zo’n 1,8 miljoen ton, minder dan 2 procent van wat de wereld nu al aan (vooral grijze) waterstof gebruikt, en mijlenver onder de doelen die regeringen voor 2030 hadden afgesproken.

Australiƫ, ooit uitgeroepen tot toekomstig waterstofsupermacht, schrapte ruim een miljard aan subsidie in een regelrechte beleidsdraai. Boegbeeld Fortescue heeft de afgelopen jaren het ene na het andere project gesneuveld zien worden.

Wood Mackenzie verwacht dat ook in het Midden-Oosten dit jaar minstens drie grote projecten worden geannuleerd of fors teruggeschroefd. De analyses wijzen allemaal dezelfde kant op, en het is belangrijk om dat goed te lezen: het probleem is niet de techniek, de elektrolysers werken.

Het probleem is commercieel. Er zijn geen afnemers die de groene meerprijs willen of kunnen betalen, er zijn geen financierbare afnamecontracten, en de kosten dalen niet zoals gehoopt maar stijgen. Projecten werden bovendien niet op klanten gebouwd maar op subsidie: zo groot mogelijk, om zoveel mogelijk geld op te halen. Toen de subsidie haperde en de rente steeg, viel de bodem eronder weg.

Conclusie: dit is geen aanloopprobleem. Dit is de markt die een plan corrigeert dat nooit op de markt was gebouwd.

De Nederlandse rekening loopt door

In Nederland deed de Algemene Rekenkamer op 10 december 2025 wat bestuurders negen jaren lang na het verschijnen van het Rode Boekje nalieten: de optelsom maken:

De geraamde aanlegkosten van het landelijke waterstofnet waren gestegen van 1,5 miljard euro naar 3,8 miljard euro.

De benodigde verliescompensatie liep op naar 2,5 miljard euro, terwijl er 750 miljoen aan subsidie beschikbaar is, een gat van 1,8 miljard.

De onderbouwing onder het hele net was weggevallen. De businesscase van Gasunie ging uit van 4 gigawatt waterstoftransport vanaf 2030.

Dat is niet meer realistisch, oordeelde de Rekenkamer droog, want er staat op dit moment precies ƩƩn elektrolyser van 0,2 gigawatt in aanbouw.

Van de vijftien deeltrajecten wordt er ƩƩn daadwerkelijk aangelegd, in Rotterdam.

Voor de andere veertien moet de haalbaarheid nog maar blijken.

Ondertussen stokt de rest van de keten net zo hard. Equinor staakte de bouw van zijn blauwe waterstoffabriek. De Delta-Rijncorridor, cruciaal voor de distributie, liep vier jaar vertraging op en wordt pas rond 2032 verwacht. Het kip-ei-probleem, waarbij producent en afnemer eindeloos op elkaar wachten, is volgens de Rekenkamer eerder groter dan kleiner geworden.

En Groningen gelooft nog

En Groningen? Groningen bouwt door. Het waterstofnet in Noord-Nederland moet volgens de provincie zelf eind 2026 of begin 2027 operationeel zijn. De tweehonderd gereserveerde hectares in de Eemshaven liggen klaar. Het verhaal van de missing link wordt nog steeds verteld, alsof de afgelopen twee jaar niet hebben plaatsgevonden.

De laatste, en misschien wel meest veelzeggende schakel zat niet in Groningen maar in Brussel. En heet Diederik Samsom.

Samsom begon zijn loopbaan als Greenpeace-campagnevoerder en gold jarenlang als overtuigd tegenstander van kernenergie. Uitgerekend is kernenergie de bewezen CO2-arme bron die Nederland al decennia geleden grootschalig had kunnen opschalen, en die de klimaatdoelen van ons land vandaag fors dichterbij had gebracht.

Hij werd Tweede Kamerlid en PvdA-leider, en daarna in Brussel de rechterhand van klimaateurocommissaris Frans Timmermans. Als kabinetschef (2019-2024) wordt hij algemeen gezien als een van de architecten van de European Green Deal: het pakket dat de Europese miljarden voor verduurzaming losweekte. Dezelfde miljarden waar projecten als NortH2 en het landelijke waterstofnet volledig van afhankelijk zijn.

En toen, per 1 juli 2024, stapte diezelfde Samsom over naar het staatsbedrijf Gasunie. Als voorzitter van de raad van commissarissen. De man die in Brussel meeschreef aan de regels en de geldstromen, landde als hoogste toezichthouder bij precies het bedrijf dat die geldstromen vervolgens aanspreekt.

Vertrekkende Commissie-ambtenaren zijn verplicht een nieuwe functie tot twee jaar na hun vertrek te melden, zodat Brussel binnen dertig dagen kan beoordelen of er belangenverstrengeling dreigt.

Samsom deed dat niet op tijd. Hij begon aan zijn nieuwe baan zonder dat de Commissie de vereiste toestemming had gegeven. Pas na ophef, blootgelegd door Follow the Money, gaf hij toe: door een fout van zijn kant was de functie niet tijdig en niet op de juiste wijze aangemeld bij de Commissie, en dat betreurde hij zeer. Pikant detail: Timmermans had nog luchtig laten weten dat Samsom het vast wel geregeld had. Niet dus.

Gasunie haastte zich te benadrukken dat de raad van commissarissen geen rol speelt in de lobbycontacten van het bedrijf, en dat voor Samsom als oud-topambtenaar sowieso een lobbyverbod van een jaar geldt. In augustus 2024 oordeelde de Commissie dat hij mocht aanblijven. De meldingsregels waren overtreden, maar de gevolgen bleven beperkt.

Daarmee is de formele kous af. De inhoudelijke vraag echter niet. Want de overlap tussen wat Samsom in Brussel deed en wat Gasunie in Groningen wil, is volledig. Of er ooit een formeel lobbygesprek aan te pas kwam, doet eigenlijk niet ter zake. Dat ene verboden jaar is ruim gepasseerd, het staat Samsom formeel allang vrij om te lobbyen.

Maar de echte waarde van zo’n overstap zit in de toegang, de kennis van binnenuit en het netwerk, en die nam Samsomgewoon mee de bestuurskamer in. Een toezichthouder die de subsidielogica zelf hielp ontwerpen, zit op de hoogste stoel bij de grootste begunstigde van diezelfde subsidies. Alleen al die schijn van belangenverstrengeling is voldoende om zeer alert te zijn.

Zo werkt het geloof. Niet als domheid, maar als optelsom van belangen die niemand meer wil opgeven. Een staatsbedrijf dat zijn leidingen een tweede leven wil geven. Een provincie die haar nieuwe verhaal niet wil verliezen. Een bestuurslaag die te diep heeft meegetekend om nu hardop te twijfelen. En dus blijft Groningen vasthouden aan de waterstofdroom, terwijl het tegelijk de enige optie afwijst die wƩl een afzetmarkt heeft: kernenergie levert regelbare stroom waar gegarandeerd vraag naar is, het stroomnet, een markt die voor groene waterstof nooit is komen opdagen. Het Rijk wijst de Eemshaven aan als meest geschikte plek voor twee kerncentrales, en de provincie wil daar niet aan.

Eerst werd Groningen het waterstofverhaal in gerommeld. Nu dat verhaal wereldwijd is omgevallen, klampt de provincie zich er nog aan vast, en blokkeert ze het alternatief.

De rekening en de vraag

De maakbaarheidsdroom is op de markt stukgelopen, precies zoals maakbaarheidsdromen dat altijd doen. Je kunt een economie op papier tekenen, maar je kunt geen klant verzinnen. De business voor groene waterstof was nooit sluitend, en van Australiƫ tot het Midden-Oosten tot de Eemshaven heeft de werkelijkheid dat inmiddels bevestigd.

Een hoogleraar schreef een rood boekje voor een praatclub. Een staatsbedrijf zag een nieuwe bestemming voor zijn leeglopende leidingen, voor hen werd waterstof een overlevingsstrategie, niet in het belang van het land, of Groningen, maar eigenbelang. Een oliereus zag groene PR en een subsidiekraan, en een handige manier om een vijandig provinciaal instituut rustig te krijgen. Een gehavende provincie zag eindelijk weer een verhaal om in te geloven. Ieders eigen belang viel naadloos samen, en precies daar hadden de alarmbellen moeten rinkelen. Want als alle betrokkenen een reden hebben om iets te willen geloven, controleert niemand meer of het waar is. En als ƩƩn partij alleen maar vanuit het eigen belang redeneert, dan is samenwerking gedoemd om te mislukken, laat staan als alle partijen alleen maar uit eigen belang aan tafel zitten.

Vragen:

  • Wie heeft er ooit een onafhankelijke maatschappelijke kosten-batenanalyse op tafel gelegd voordat de eerste miljarden werden toegezegd?
  • Hoeveel stopgezette projecten in de rest van de wereld, en hoeveel Rekenkamer-rapporten, zijn er nog nodig voordat een verhaal in Groningen een verhaal mag heten in plaats van een toekomst?
  • En als de hele wereld een droom loslaat en Groningen als laatste blijft geloven, is dat dan visie, of is het de onmacht van wie te diep heeft meegetekend om nog terug te kunnen?
  • Hoe kan een provincie de NAM jarenlang publiekelijk de oorlog verklaren over bevingsschade, en tegelijk met diezelfde aandeelhouder Shell op de groene foto gaan zonder dat iemand zich daaraan stoort?
  • En als de wind die de hele waterstofdroom moest voeden straks elders aan land komt, en Groningen in ruil wel twee kerncentrales krijgt aangeboden, die ideale bronnen zijn voor roze waterstofproductie, waarom is er dan zoveel weerstand?
  • En tot slot: als de architect van de Europese klimaatmiljarden, na een te laat gemelde overstap, neerstrijkt als hoogste toezichthouder bij het staatsbedrijf dat diezelfde miljarden opstrijkt, hoe noemen we dat dan?

De uitweg die Groningen weigert

Hier komt de wrange ironie samen. Het grootste probleem van groene waterstof is de bezettingsgraad. Een elektrolyser die alleen draait als het waait, staat het grootste deel van het jaar stil, en een dure installatie die stilstaat is een verliespost. Daarom moet je voor groene waterstof de wind drievoudig overbouwen, en daarom sluit de rekening nooit.

Een kerncentrale lost precies dat op. Atoomstroom is er niet 33 procent van de tijd, maar vrijwel altijd. Een elektrolyser op kernstroom draait nagenoeg continu, op maximaal rendement, en dat is wat de kostprijs per kilo omlaag brengt. Roze waterstof, heet dat. Het is niet gratis en het tovert geen klant tevoorschijn die er niet is. Maar het haalt wel de grootste weeffout uit het plan: de afhankelijkheid van een grillige bron en de noodzaak om alles drie keer te overbouwen.

Conclusie: wie waterstof serieus neemt als grondstof voor de industrie, en niet als religie, komt vanzelf uit bij regelbare, CO2-vrije stroom. Bij kernenergie dus. De Eemshaven is door het Rijk aangewezen als de meest geschikte plek voor twee kerncentrales. En uitgerekend datzelfde Groningen dat al negen jaar in de vervlogen waterstofdroom gelooft, houdt de enige realistische route naar betaalbare schone waterstof het hardst tegen.

Niet de waterstofdroom was het probleem, maar de volgorde. Eerst een afzetmarkt en een betrouwbare, betaalbare bron, dan pas de moleculen. Groningen koos het omgekeerde, en gelooft nog.

Bronnen onder meer: Algemene Rekenkamer (10 december 2025)het rode boekje van Ad van WijkFTM, portret Ad van WijkFTM, Samsom, Van Wijk en de waterstoflobby‘De waterstofeconomie kun je niet overlaten aan de markt’ (MT/Sprout)NortH2Gasunie, waterstofnetwerkprovincie Groningen, waterstofnetwerk Noord-NederlandING, ‘Hydrogen stuck in the pilot phase’Global Hydrogen Review / Wood Mackenzie 2026ESI, green hydrogen reality checkBuckle Bridge, why green hydrogen projects failThe green hydrogen reckoningoverzicht projectannuleringen 2024-2025The Nightly, Australische subsidiedraaiFuel Cells Works, Canadese annuleringVEMW, Equinor blauwe waterstofElement NL, transport en opslag; round-trip-efficiency via CLOU en Enertech. Geen publicatie zonder bewijs.