De belofte dat een derde van alle nieuwe windenergie op zee in Groningen zou aanlanden, staat nergens waar het hard zou moeten staan. Het Rijk schreef de afspraak in een document dat niets bindt, en liet de enige plek waar zij wél zou binden leeg.
De afspraak komt uit Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning van 25 april 2023. Maatregel 35.1 draagt de kop “Groningen wordt dé waterstofprovincie van Nederland” en belofte dat “tenminste 33 procent van de nog aan te leggen capaciteit” voor wind op zee “zal aanlanden in de provincie Groningen”. Hard, ondubbelzinnig, provinciaal.
Lees twee zinnen verder en de hardheid verdampt. Diezelfde maatregel stelt: “Voorwaarde voor aanlanding zijn een goede ruimtelijke inpassing en de uitkomsten van het lopende onderzoek” naar aanlandingsmogelijkheden in de Eemshaven. De toezegging was dus vanaf dag één voorwaardelijk, wie de toezegging als een harde garantie leest, leest alleen de kop.
Daartussen staat de zin die ertoe doet: “Dit zal worden vastgelegd in het Ontwikkelkader Wind op Zee”. Dat is geen bijzin. Het Ontwikkelkader is het enige document waarin afspraken over wind op zee juridisch gaan bijten. Het legt de oplevermomenten van het net op zee vast, en wie die deadline mist, betaalt: artikel 16f van de Elektriciteitswet verplicht TenneT dan tot een vergoeding aan de windparkexploitant. Wat in het Ontwikkelkader staat, is afdwingbaar. Wat er niet in staat, is een wens.
Wij hebben het Ontwikkelkader gelezen, niet de samenvatting, het hele document, de versie van december 2024, van kaft tot kaft. De 33 procent staat er niet in. De provincie Groningen staat er niet in als verplichting.
Wat er wél staat voor het noorden zijn twee losse kavels, Ten noorden van de Waddeneilanden (circa 0,7 GW) en Doordewind (circa 4 GW), met als aansluitlocatie “nog vast te stellen: Eemshaven” en een oplevering die “nog onzeker”heet omdat alles in PAWOZ wordt onderzocht. Geen percentage, geen ondergrens, geen verplichting.
De maatregel beloofde te worden verankerd in het enige document dat dit hard had kunnen maken, en die verankering is er nooit gekomen.
Terwijl de afspraak in de wet leeg bleef, verschoof zij in de uitvoering. Het ontwerpprogramma PAWOZ van februari 2025, vastgesteld door de minister, citeert de afspraak niet meer als aanlanding in de provincie Groningen, maar als 33 procent van de toekomstige aanlandingen “in Noord-Nederland”. Aanlanding in Friesland of Drenthe (okay waar dan) telt voortaan mee voor een belofte die tweemaal expliciet aan Groningen was gedaan.
De Groningse klacht dat het Rijk een harde belofte breekt, is aanvechtbaar, want er was altijd een voorwaarde. Het Rijk beloofde de 33 procent vast te leggen op de enige plek waar zij zou binden, en heeft dat nagelaten. Daarmee is een belofte een zachte toezegging gebleven, en geen harde afspraak die je af kan dwingen.
De vraag is dus niet of het Rijk woordbreuk pleegt. De vraag is waarom de enige toezegging die in het afdwingbare document hoorde, daar als enige nooit is beland. Wie heeft er belang bij een belofte die zichzelf niet bindt? Wie probeert hieronder uit te komen? En heeft Groningen niet opgelet toen de belofte een harde afspraak had moeten worden?
Wie, en waarom
Wie heeft belang bij een belofte die zichzelf niet bindt? Het Rijk. Een zachte toezegging laat zich opzij schuiven zodra de Eemshaven ergens anders voor nodig is, en dat moment is nu aangebroken. Staatssecretaris De Bat schrijft in zijn Kamerbrief van 19 juni 2026 dat windstroom beter bij Terneuzen kan aanlanden, zodat in de Eemshaven netcapaciteit overblijft voor de stroom uit twee kerncentrales. Een in het Ontwikkelkader verankerde 33 procent had dat onmogelijk gemaakt, want dan was TenneT aan opleverdata en vergoedingen gebonden. De zachtheid van de belofte is precies wat haar nu opzij laat zetten.
Wie probeert hieronder uit te komen? Opeenvolgende kabinetten, het meest aanwijsbaar het huidige. Het ontwerpprogramma PAWOZ verschoof in februari 2025 “provincie Groningen” naar “Noord-Nederland”. De Tunnelroute, de regionale voorwaarde om Nij Begun na te komen, werd afgewaardeerd tot voorlopig niet kansrijk. En de Kamerbrief van juni 2026 stuurt de wind naar Zeeland zodat de Eemshaven aan de kernenergie kan. Drie stappen, één richting.
Heeft Groningen niet opgelet? Groningen lette op, maar op de verkeerde documenten. De provincie vocht en vecht tegen de zichtbare dreiging, de kerncentrale en het verlies van de Tunnelroute. De stille stap waar de belofte sneuvelde, de vastlegging in het Ontwikkelkader, vond plaats in een document waar de provincie geen partij bij is. Het noemt zijn opstellers met naam: TenneT, de windsector, de ACM, de betrokken ministeries en Financiën. Geen provincie. Groningen kon roepen, maar zat niet aan de tafel waar de toezegging hard had moeten worden.
Conclusie: speelt het Rijk een spel met de Groningers? Waarschijnlijk niet in de zin van opzet. Het Rijk lost een nationale puzzel op: een overvol net, een kustlijn die al vol staat, kernenergie die vaste netruimte vraagt en wind die ergens moet aanlanden. In die puzzel is het Groninger belang een variabele, geen doel. Maar daar zit juist de pijn. Groningen dreigt de kerncentrale te krijgen die het niet wil, verliest de aanlanding die het wel was beloofd, en kan beide niet afdwingen omdat de belofte nooit hard werd gemaakt. Wie telkens de variabele is die moet wijken, hoeft geen complot te vermoeden om het vertrouwen te verliezen. Het Rijk speelt geen spel. Het optimaliseert. En in die optimalisatie is Groningen opnieuw de provincie die de rekening krijgt, als deze boos in een bus naar Den Haag rijdt in plaats van onderhandelt over gunstige voorwaarden.
Bronnen
Nij Begun, kabinetsreactie op het rapport “Groningers boven gas” (Kamerstuk 35561, nr. 17, 25 april 2023), maatregel 35.1 op pagina 26-27: HTML | PDF
Ontwikkelkader windenergie op zee, versie december 2024 (volledig gelezen, bevat geen 33%- of Groningen-verplichting): PDF
Ontwerpprogramma PAWOZ-Eemshaven (Staatscourant 2025, nr. 7633), met de herformulering naar “Noord-Nederland”: PDF
Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ), ter inzage tot 2 juli 2026: RVO
Kabinet over de locatiekeuze voor nieuwe kerncentrales, met de aanlanding van wind als afweging (nieuwsbericht en Kamerbrief, 19 juni 2026): Rijksoverheid

